P.D. James over het Engeland van 2021; Seks is oninteressant

P.D.James: The Children of Men. Faber & Faber, 239 blz. Prijs ƒ68,85

Barones P.D. James (72), bekend van meer dan tien detectiveromans, verrast haar doorgaans trouwe lezers en andere oplettenden opeens met een heel ander genre. The Children of Men, inzending van uitgeverij Faber voor de Booker Prize 1992 maar niet doorgedrongen tot de shortlist, is wat een dystopie-roman genoemd wordt; een boek waarin de personages veroordeeld zijn tot leven in een anti-utopie.

Het is 2021. Engeland is vervallen, uitgemergeld, de bewoners wachten met gehamsterde mondvoorraden, kaarsen, flessen water, vuurpijlen en dergelijke op een catastrofe die onontkoombaar schijnt. Hele stukken van het land zijn al verlaten, wegen overwoekerd door gras en onkruid en de bevolking trekt naar de grote steden. Dertig jaar na nu is Engeland hopeloos vergrijsd: sinds 1995 is nergens meer een kind geboren.

James vertelt haar verhaal voor een belangrijk deel vanuit het perspectief van Theo Faron (1971), een vijftigjarige historicus, die in zijn werk voldoende troost vindt voor zijn eenzaamheid en de onvruchtbaarheid die de mensheid teistert. In zijn memoires geeft hij de feiten droog en ogenschijnlijk objectief weer, zoals het een geschiedkundige betaamt. Na 25 jaar is de oorzaak van de onvruchtbaarheid nog steeds niet vastgesteld, de hoop op genezing is nu wel opgegeven. "Veel kan ik terugvoeren op de vroege jaren '90: het zoeken naar alternatieve geneeswijzen, de geuroliën, de massages, het strelen en inwrijven, het kristalkijken, de seks zonder penetratie. Pornografie en seksueel geweld waren toegenomen (-) maar in het Westen deden we minder en minder aan de liefde, plantten ons minder voort. Dat leek een welkome ontwikkeling in een wereld die verschrikkelijk vervuild was door overbevolking. Als historicus zie ik dat als het begin van het einde.'

Pas voorbij de helft van de roman raken de verwikkelingen in een versnelling. Daarvoor, en dat is vreemd genoeg het boeiendste deel, wordt vooral de situatie beschreven. James toont zich daar op haar best met korte, suggestieve aanduidingen van de snelle veranderingen in het Engelse leven, dat afschuwelijk is geworden doordat er geen toekomst meer voorstelbaar is. De aids-epidemie is vanzelf weggeëbd. In 2008 werd er een boete ingesteld voor hulp bij zelfmoord, maar al in 2021 kregen nabestaanden juist een beloning als de zelfmoordenaar afhankelijk of gehandicapt was. Cursussen - "the comfort of culture' - zijn verplicht gesteld, evenals frequente vruchtbaarheidstests. Criminelen worden verbannen naar het Isle of Man, het vuile werk doet een strikt gelimiteerd aantal zwarte arbeiders uit het buitenland, op tijdelijke basis. De "Drion-pil' is gemeengoed, de Staat organiseert zo nu en dan een collectieve zelfmoord op zee, een "Quietus'.

James kwam op het idee voor dit boek door de recente berichten over de alarmerend afnemende kwaliteit van het menselijke sperma. Seks is in 2021 oninteressant geworden; het enige waar men nog naar streeft is veiligheid, comfort en vermaak. Strenge religies hebben het afgelegd tegen geluk belovende tv-evangelisten en de kerken worden nog slechts door een enkeling bezocht. Een nieuwsgierig hertje in Oxfords Magdalen College Chapel brengt de kapelaan in tranen: “Christ, why can't they wait? Bloody animals. They'll have it all soon enough. Why can't they wait?”

Theo komt in aanraking met een minuscuul groepje dat zich verzet tegen de Staat, wegens de mensonterende behandeling van de gevangenen op het eiland, het opsluiten van de gastarbeiders in getto's en het schijnbaar niet altijd vrijwillige sterven op een "Quietus'. Een van de vijf dissidenten blijkt, o wonder, zwanger te zijn. Om de vrouw en de baby uit handen van de Staatsdictator te houden, vluchten ze het verlaten land in. Het boek krijgt hierdoor helaas een minder sterke wending. De spanning wás er al, daarvoor waren ingrediënten als woeste achtervolgingen, een overval door een verwilderde straatbende en een moord voor de goede zaak niet nodig geweest. De lezer verlangt dan terug naar de eenvoudigere maar doeltreffendere beelden uit het eerste deel van de roman, bittere taferelen van doopceremoniën met poppen of jonge poesjes bijvoorbeeld. Het getut met honden en katten is - "the comfort of animals' - in 2021 definitief tot nationale bezigheid geworden. En de wereld lijkt voorgoed verlost van "het domste, crimineelste en zelfzuchtigste deel van de samenleving': de jeugd.

    • Margot Engelen