Nederlandse werven moeten goedkoper bouwen

ROTTERDAM, 23 OKT. Crisis is een te zwaar woord, maar riant is de situatie voor de Nederlandse scheepsbouwers op het moment zeker niet te noemen. De vraag op de wereldmarkt neemt sinds vorig jaar af, voornamelijk als gevolg van de geringe economische groei, terwijl de concurrentie van werven uit andere landen steeds feller wordt. Vooral de Poolse en Oostduitse scheepswerven weten met hun lage prijzen steeds vaker opdrachten binnen te slepen. Door de harde gulden is het voor de Nederlandse scheepsbouw extra moeilijk om met concurrerende offertes te komen.

Scheepswerf De Merwede uit Hardinxveld-Giessendam heeft de onvermijdelijke conclusie getrokken: er moet goedkoper worden geproduceerd. De werf kondigde gisteren een plan tot vergaande herstructurering van de onderneming aan, waarin verlaging van de kostprijs als één van de belangrijkste elementen is. Dat kan volgens de directie alleen als minder mensen meer doen. Bij De Merwede, waar nu ongeveer vierhonderd mensen werken, moet de komende maanden een kwart van de arbeidsplaatsen vervallen, zo bleek gisteren. De directie wil een aantal ondersteunende functies opheffen en een complete divisie (Valves en Fittings) via een management buy out verzelfstandigen. De directie sluit bij die reorganisatie gedwongen ontslagen niet uit.

De werf kampt al geruime tijd met financiële problemen. Een opdracht voor het bouwen van een hopperzuiger voor het Belgische baggerbedrijf Jan de Nul, waar de Merwede de afgelopen twee jaar aan heeft gewerkt, leverde weliswaar 100 miljoen gulden op, maar dat bleek niet voldoende om de kosten te dekken. Volgens FNV-bestuurder P. Janssen, die gisteren bij het gesprek met de directie aanwezig was, heeft de werf zelfs moeten toeleggen op dit project. Om de vermogenspositie van de onderneming te verbeteren, wil de Merwede-directie nu een deel van de onroerend-goedbezittingen afstoten. Daarnaast gaat ze besprekingen voeren met de banken en met het ministerie van economische zaken over de financiële structuur van het bedrijf.

Zonder opdrachtgevers is de werf echter nergens. De hopperzuiger voor Jan de Nul wordt binnen een dag of tien opgeleverd en de enige andere opdracht op dit moment is een casco voor de "Amsterdam', het nieuwe bevoorradingsschip van de Koninklijke Marine. En juist nu lijkt de internationale scheepsbouwmarkt stil te vallen. Terwijl in 1989 en 1990 de bestellingen voor het eerst sinds de crisis van de beginjaren tachtig flink waren aangetrokken, zakten de verkopen vorig jaar weer in.

“Er is bijna sprake van een kopersstaking”, zegt ir. J.J.C.M. van Dooremalen, directeur van IHC Holland. Vooral de grote vrachtvervoerders laten het volgens hem op dit moment afweten. Zijn bedrijf, dat met name voor de baggerindustrie werkt, heeft tot nu toe weinig te lijden onder de malaise en beschikt over een goedgevulde orderportefeuille, Dat is volgens Van Dooremalen echter vooral te danken aan een paar incidentele meevallers. Zo wist IHC Holland tijdens het recente handelsbezoek van minister Andriessen aan China een grote opdracht van de Chinese overheid in de wacht te slepen en kon men enige tijd geleden een order overnemen die oorspronkelijk voor een Belgische scheepbouwer was bestemd. “Maar anders zouden wij nu ook meer in de problemen zitten”, zegt Van Dooremalen.

Bij de scheepsbouwonderneming Wilton Fijenoord maakt men zich ernstig zorgen over de situatie in de branche. De onderneming schreef twee maanden geleden al een brandbrief naar minister Andriessen (economische zaken), waarin de Schiedamse werf waarschuwde voor een hernieuwde concurrentieslag tussen de scheepswerven die zich bezighouden met civiele scheepsbouw en -reparatie. In die brief uitte de bestuursvoorzitter van Wilton Fijenoord, T.T. Jonker, onder andere zijn boosheid over de EG-steun aan de Oostduitse scheepswerven. Verder klaagde hij over de Vlissingse branchegenoot Koninklijke Maatschappij De Schelde die zich nu ook op de civiele markt begeeft, terwijl tijdens de sanering van de scheepsbouw halverwege de jaren tachtig is afgesproken dat deze werf alleen marine-opdrachten zou aannemen.

De Vereniging Nederlandse Scheepvaart Industrie (VNSI) ziet de toekomst minder somber in. “Wij delen op dit moment in de economische neergang, maar er is geen sprake van een noodsituatie.” De VNSI liet eerder al weten te verwachten dat het aantal opdrachten voor scheepsbouw -en reparatie de komende jaren sterk zal aantrekken. Een groot deel van de huidige wereldvloot is oud en moet binnen afzienbare tijd worden vervangen. Veel tankers voldoen bovendien niet aan de gestelde milieu-eisen en zullen in de toekomst moeten worden aangepast. Voor De Merwede rest alleen de vraag of de werf het tot die tijd kan uitzingen.