Lagere prijs kan struikelblok zijn bij verkoop Fokker

ROTTERDAM, 23 OKT. Het Duitse lucht- en ruimtevaartconcern Dasa wil naar verluidt aanmerkelijk minder betalen voor het belang van 51 procent in Fokker dan waarvan partijen aanvankelijk zijn uitgegaan.

In de laatste fase van de onderhandelingen tussen het Nederlandse ministerie van economische zaken, Fokker en de Duitsers dreigt de overnameprijs nog een struikelblok te worden.

Fokker noemt via zijn woordvoerder berichten dat Dasa bereid zou zijn in plaats van circa 45 gulden slechts ruim 25 gulden per Fokker-aandeel te betalen “kwaadaardig” en “ingegeven door mensen die de overeenkomst kennelijk alsnog willen frustreren”. Volgens Fokker “ verlopen de onderhandelingen voorspoedig”. Ook de woordvoerder van Economische Zaken zegt dat de onderhandelingen “de goede kant opgaan”.

Maar minister Andriessen heeft de afgelopen dagen tegenover andere betrokkenen duidelijk meer twijfel laten doorschemeren. Hij vond de enkele dagen geleden door Dasa genoemde prijs “geen basis om op te praten”. De minister durfde niet met zekerheid te voorspellen “of we eruit komen”.

In de Tweede Kamer neemt intussen de ongerustheid over Fokker toe. Verscheidene Kamerleden vrezen dat Andriessen de overname van Fokker tegen de zin van een Kamermeerderheid in laat afspringen. Dinsdag hebben D66 en Groen Links de minister gevraagd de Kamer per brief over de stand van zaken met betrekking tot de Fokker-Dasa-transactie in te lichten. Als die brief niet v'o'or aanstaande dinsdag is ontvangen, zal kamerlid D.Tommel (D66) een spoeddebat over de zaak aanvragen. “Langzamerhand is ons geduld echt op”, aldus Tommel. Hij wijst erop dat minister Andriessen eind juli na het sluiten van het voorlopige akkoord tussen de Nederlandse overheid, Dasa en Fokker de Kamer liet weten dat nu alles in kannen en kruiken was. “De prijs was van de zomer geen punt, daar kwam men wel uit. Maar nu is er kennelijk een wezenlijk andere sitiatie ontstaan. De minister moet nu maar eens vertellen hoe de zaken er voorstaan. De Kamer heeft daar recht op.”