Kuchloze concentratie bij het pianospel van Sviatoslav Richter

Concert: Sviatoslav Richter. Programma: Beethoven Sonates opus 31, nr 3, opus 49 nr 1 en 2, opus 54 en opus 57. Gehoord 22/10, Muziekcentrum Frits Philips, Eindhoven. Richter zal nog optreden op 25/10 in Amsterdam (uitverkocht) en op 28/10 in Nijmegen.

Na het recital van Sviatoslav Richter, gisteravond in Eindhoven, kan men vaststellen dat het met de wereld nog niet zo slecht is gesteld. In dit schreeuwerige tijdperk waarin zoveel waarde wordt gehecht aan uiterlijkheden, kwam het publiek uit alle uithoeken van ons land naar Eindhoven om getuige te zijn van een volstrekt verinnerlijkt gebeuren. De grootste pianist van onze tijd schuifelt als een slaapwandelaar het podium op, verdwijnt in het duister achter het klavier en speelt vervolgens of hij alleen in zijn studeerkamer zit. Hij lijkt geen boodschap te hebben aan het publiek, noch aan zijn persoonlijke uitstraling. Met een weldadige, haast kuch-loze concentratie werd er geluisterd en na afloop was er geen hysterische opwinding, maar eerder een peinzend nagenieten.

De akoestiek van de Grote Zaal in het nieuwe Muziekcentrum Frits Philips die een maand geleden bij het recital van Misha Dichter desastreus bleek te zijn voor de piano was ijlings bijgesteld met een gordijn voor het orgel en een houten kamerscherm halverwege het podium. Gisteravond bleek de zaal daardoor ineens bij uitstek geschikt voor een pianorecital en was de klank intiem en helder.

Niets ging verloren van Richters zangerige legatospel, de sonore akkoordenexplosies en de tere kleurnuances. Zijn spel is van een onvoorstelbare rijkdom aan kleur en varieert van de zachtste pasteltinten tot het diepste zwart. Nooit ontaardt het bij Richter in dor lijnenspel, het is in de klankkleur dat de structuur van een werk zich openbaart. Voor elk van de Beethovensonates gebruikt hij een ander palet: simpel en helder in de twee sonatines opus 49, diep van kleurkracht in de Appassionata. Eindeloos gevarieerd zijn de accenten die Richter aanbrengt. Soms legt hij een klemtoon door het aarzelend uitstellen van een toon, dan weer schiet hij een akkoord als met een katapult af.

Hoe een accent uitvalt hangt af van de frase, de sfeer van een deel en de betekenis binnen de context van de betreffende sonate. Want grilligheid is hem vreemd. Met een grote innerlijke zekerheid geeft hij elk van de sonates een plaats in de reusachtige en imaginaire schildering van Beethovens totale oeuvre. Bij mijn weten heeft Richter niet die onweerstaanbare neiging die bij voorbeeld Alfred Brendel beweegt tot integrale Beethovencycli. Richter heeft dat niet nodig, want hij heeft de integrale Beethoven in zijn hoofd.

Met dat hoofd van Richter is het trouwens vreemd gesteld. Hij speelt van blad. Waarom? “Omdat ik niet blind ben”. Hij leest de muziek als een dierbaar boek en staat versteld over wat hij in de zo vertrouwde tekst tegenkomt. Nooit loopt hij vooruit op wat gaat komen, zijn hele wezen is op het moment gericht, en met hem de luisteraar. Zó geabsorbeerd is hij in de tekst dat vaak de correcte uitspraak sneuvelt. Ik ken geen pianist die er zo vaak naast slaat als Richter. Maar ik ken ook geen musicus die mijn beeld van Beethoven zo dicht nadert. De "missers' komen vermoedelijk voort uit die totale overgave aan het moment en de risico's die hij daarbij durft te nemen, juist door zijn grote innerlijke zekerheid.

Zolang er Richter is én een publiek dat er alles voor over heeft om hem te horen spelen, is onze wereld beter dan hij soms lijkt.

    • Katja Reichenfeld