Japanse keizer "betreurt' agressie

PEKING, 23 OKT. Keizer Akihito van Japan heeft tijdens het welkomstbanket dat de Chinese president Yang Shangkun hem op de eerste dag van zijn historische staatsbezoek aan China aanbood op een vage manier de Japanse agressie tegen China in de jaren dertig en veertig betreurd, maar van verontschuldigingen was geen sprake.

De keizer zei in zijn korte toespraak: “Tijdens de lange geschiedenis van de betrekkingen tussen onze beide landen was er een ongelukkige periode tijdens welke mijn land groot leed aan het Chinese volk toebracht. Ik betreur dit diep. Toen de oorlog tot een einde kwam, heeft het Japanse volk met een diep gevoel van wroeging dat zo'n oorlog nooit zou moeten worden herhaald krachtig besloten de weg van een vreedzame natie te betreden”.

De woordkeuze zal naar verwachting bevredigend zijn voor de Chinese regering maar in het land als geheel zeker diepe gevoelens van onbehagen en teleurstelling veroorzaken.

De bewoordingen gaan iets verder dan wat de keizer in 1990 tegen de Zuid-Koreaanse president Roh Tae Woo zei. Akihito sprak toen, eveneens tot frustratie van volk en regering van Zuid-Korea van "het lijden van uw volk", dat hij eveneens "diep betreurde". De Chinese regering heeft geen eis tot excuses gesteld en de Japanse voorwaarden dat het een "goodwill-bezoek zou zijn zonder verontschuldigingen' expliciet vooraf aanvaard.

Het is het eerste bezoek van een Japanse keizer in de geschiedenis en formele aanleiding is de twintigste verjaardag van de vestiging van diplomatieke betrekkingen tussen beide landen in de nasleep van de historische opening van China in 1972 door de Amerikaanse president Richard Nixon. De Chinese autoriteiten hebben grootscheepse veiligheidsmaatregelen genomen om demonstraties te voorkomen, niet alleen tegen keizer Akihito, maar ook tegen de Chinese regering zelf wegens het in gebreke blijven om formele verontschuldigingen van de keizer en herstelbetalingen van Japan te eisen.

De keizer zal na een verblijf van twee dagen in de hoofdstad historische en academische plaatsen bezoeken en vervolgens de oude rijkshoofdstad Xian in centraal China en Shanghai bezoeken, maar hij zal de plaatsen mijden waar Japanse oorlogsmisdaden het meest extreem waren, zoals Harbin in Mandsjoerije en Nanjing (Nanking), waar in 1937 300.000 mensen werden afgeslacht.

Tegen het bezoek wordt, ondanks de preventieve maatregelen van de Chinese veiligheidsdiensten op vele fronten actie gevoerd. Een medische technicus in Shanghai, Bao Ge, heeft gedreigd zich tijdens het verblijf van de keizer daar in brand te steken als de keizer geen expliciete verontschuldigingen aanbiedt.