Japans bezoek opmaat politieke expansie in Azie

Het vandaag begonnen bezoek van de Japanse keizer Akihito aan China markeert een wederzijds voordelige toenadering tussen de oude vijanden. Japanse investeringen zijn in China zeer welkom en legitimeren het communistische bewind. En China kan de economische macht van Japan in Azië de diplomatieke dimensie verlenen waarnaar het zo vurig verlangt.

TOKIO, 23 OKT. De Japanse onderminister van buitenlandse zaken Koji Kakizawa zei het onlangs onverbloemd: de ophef over het verleden moest eens afgelopen zijn. Hij ging nog een stapje verder, hij suggereerde dat de snelle hulp van Japan aan China na de repressie van 1989 moest worden beschouwd als een gebaar van schadeloosstelling. En als klap op de vuurpijl kwam hij met het pleidooi voor een as Peking/Tokio, gemodelleerd naar de as Parijs/Bonn, als veiligheidsgarantie voor heel Azië.

Koren op de molen van de Chinese leiders? China, zo zeggen waarnemers in Tokio, wil in Oost-Azië het vacuüm vullen dat na het einde van de Koude Oorlog is ontstaan. Nu zowel Rusland als de Verenigde Staten er zijn strijdkrachten vermindert, zou een as Peking/Tokio perfect in deze opzet passen: Japan dient als economische motor voor China's geopolitieke aspiraties en China biedt in ruil zijn vriendschap aan om Japans groeiende economische macht in Azië de vurig verlangde diplomatieke dimensie te geven.

Het bezoek van de keizer, het eerste bezoek van een Japanse keizer aan China in 2000 jaar, zou daartoe als lokaas zijn gebruikt, waarbij de Chinese leiders Tokio hebben verzekerd dat Japan niet zal worden lastiggevallen met verzoeken om schadeloosstelling en de keizer geen Japanse excuses hoeft aan te bieden. Dertien jaar lang heeft Peking de keizer uitgenodigd en en bij de negende keer heeft Japan dan eindelijk toegehapt.

In Kakizawa's verhaal kwamen de VS niet voor, en dat is in Washington niet onopgemerkt gebleven, zo meldden Japanse correspondenten prompt. Daar weet men maar al te goed dat China geen kans ongebruikt zal laten een wig te drijven tussen Amerika en zijn belangrijkste Aziatische bondgenoot.

Zolang de buitenlandse politiek van Japan in Washington werd bepaald, kon Japan in de wereld economisch verder zijn gang gaan. Maar nu de Koude Oorlog voorbij is en Amerika in Japanse ogen meer en meer verzwakt, zoekt het naar een eigen diplomatieke rol die bij past de status van economische supermacht. Maar van zijn economische supermacht een effectief strategisch wapen smeden voor zijn buitenlandse politiek, waarover een militaire supermacht moet beschikken, is niet gemakkelijk. Vitale zeeroutes en economische belangen overzee militair zelf verdedigen zou op dit ogenblik zelfmoord zijn.

De zwakte van de Japanse diplomatie is dan ook dat zij nooit anders dan op de kracht van haar economie heeft geleund. Daarbij geeft Japan voorrang aan economische ontwikkeling boven mensenrechten en democratisering, noties die in Japanse ogen typisch westerse waarden zijn.

Economie en veiligheid van Japan zijn onlosmakelijk vervlochten met die van de VS. Maar dat ontneemt volgens waarnemers Japan niet de ruimte om in Azië zijn economische expansie en zijn politieke zoektocht te combineren tot nieuwe diplomatieke openingen, ook al lijkt dat, zo geeft men toe, voor een niet-militaire supermacht op de kwadratuur van de cirkel.

Een vooraanstaande industrieel, pas terug uit Peking, verwoordde de Japanse bedoelingen onomwonden: “Als Japan China niet helpt bij zijn economische ontwikkeling en China ontaardt in politieke chaos, dan komt er een vluchtelingenstroom op gang naar Japan die zijn weerga niet kent. Japan gaat dan zinkend ten onder.”

En de keizer zelf? “Ik denk dat het van grote betekenis is dat ik met eigen ogen China zie, een mysterieus land dat ik nog moet leren kennen, om mijn begrip te verdiepen”, zei Akihito vorige week op een zeldzame persconferentie. En wat vond hij van de eis tot schadeloosstelling?, vroeg een buitenlandse correspondent. De keizer zag liever van een antwoord af, omdat dit een kwestie was die beide regeringen aanging.

Alleen ultrarechts en ultralinks in Japan verzet zich tegen het bezoek van de keizer, het eerste dat een Japanse keizer in 2000 jaar aan China brengt. Ultrarechts protesteerde eind augustus door voor de residentie van premier Miyazawa een vrachtwagen in brand te steken. Het meent dat China Japan vernedert door de keizer excuses te vragen.

Ultralinks protesteerde vanmorgen door een bedevaartsoord in centraal Japan in brand te steken, de martelaarstempel ter nagedachtenis van zeven oorlogsmisdadigers, onder wie generaal Tojo, chef-staf en minsiter van oorlog. Ultralinks meent dat de keizer voor politieke doeleinden wordt gebruikt. De overgrote meerderheid van het Japanse volk (negentig procent) steunt het pacificerende bezoek van de keizer en iets meer dan de helft (55 procent) vindt dat Japan financiële compensatie moet bieden voor het leed dat het Keizerlijke Leger China een halve eeuw geleden heeft aangedaan. Om aanslagen te voorkomen heeft de politie van Tokio het zekere voor het onzekere genomen en in de hoofdstad de grootste politiemacht ooit op de been gebracht.

    • Paul Friese