Intelligenties

IJsberend liep prof. David Hamilton door zijn werkkamer. Een jaar geleden was hij door de NASA aangesteld als leider van het SETI-project: Search Extra-Terrestrial Intelligence. Zijn collega's waren nogal jaloers geweest op zijn benoeming, maar bij hun felicitaties had hij ook iets van leedvermaak geproefd. Men had weinig vertrouwen in zijn speurtocht naar buitenaardse intelligenties, en een enkele collega had fijntjes verwezen naar de theorieën van de Russische astronoom Maroknik, die al jaren geleden aannemelijk had gemaakt dat 99,99 procent van ons Melkwegstelsel een uitgestorven gebied is. “En dan heb ik nog maar een paar miljoen negens achter de komma vergeten”, had zijn collega gezegd.

Misschien was zijn aanstelling bij het Jet Propulsion Laboratory, hier op Porto Rico, wel een soort verbanning. Dr. David Hamilton liep naar het raam van zijn werkkamer en overzag het komvormig dal, waarin de radiotelescoop was opgesteld. Als een enorme schaatsbaan lag de telescoop te glimmen in de zon. Van hieruit luisterde men op miljoenen golflengtes naar mogelijke boodschappen uit het universum.

Helaas had men tot dusver uit de oersoep nog niet veel meer opgevangen dan wat ruis. Beneden in de operationroom luisterde een groep kosmologische marconisten 24 uur per dag naar de stemmen uit het heelal, maar het leek wel alsof het heelal niets anders was dan een pasgeboren baby die onsamenhangende klanken uitstoot.

Bezorgd staarde professor Hamilton uit het raam. Professor Hamilton dacht aan de wiskundige Karl Gauss, die eens het plan had geopperd om op de Siberische vlakten een kolossale driehoek van dennebomen te planten, opdat buitenaardse wezens zouden concluderen dat de beschaving op aarde bekend was met de stelling van Pythagoras. Professor Hamilton dacht aan de astronoom Von Littrov, die de buitenaardse aandacht wilde trekken door 's nachts in de Sahara, over een afstand van 30 kilometer, een geul van benzine aan te steken. Professor Hamilton dacht aan de Nederlandse wiskundige Hans Freudenthal, die een zelf ontworpen stelsel van optel- en aftreksommen de ruimte in wilde seinen. Professor Hamilton schudde het hoofd en hij dacht aan het Huis van Afgevaardigden, dat elk jaar opnieuw zijn begroting moest goedkeuren.

Professor Hamilton raakte in een filosofische stemming. Hoe zouden die buitenaardse wezens er uitzien? Misschien waren het kwaadaardige doperwten. Was het eigenlijk wel verstandig onze aanwezigheid in het heelal te verraden, temeer omdat het waarschijnlijk was dat die wezens een stuk intelligenter zouden zijn dan wij. Misschien waren het wel pure intelligenties, zonder lichaam, uitsluitend geest. Professor Hamilton huiverde, maar voordat hij zijn bespiegelingen kon voortzetten, werd de deur van zijn kamer met grote kracht opengesmeten.

“Professor! Professor! u moet onmiddellijk komen! Wij hebben contact!”

Het was zijn assistent, dr. Kamimoto, die met een verwilderde haardos in de deuropening stond. Professor Hamilton schoot in zijn colbertjasje en snelde samen met zijn assistent naar de operationroom. Daar namen ze plaats achter de zender, een toren van aan elkaar geschakelde computers. Zij luisterden aandachtig en spoedig werd duidelijk dat Quasar 3512 met een zekere regelmaat logische signalen uitzond.

“Schakel de decoder in!” beval professor Hamilton. Met ingehouden adem deed dr. Kamimoto wat hem was opgedragen, en even later rolde de eerste boodschap uit de ruimte binnen.

“Lees voor!” zei professor Hamilton heftig.

Woord voor woord las dr. Kamimoto voor: “Wij feliciteren Harry Mulisch met zijn 65ste verjaardag.”

“En verder? Er staat nog een zin.”

En de assistent las: “Rookt u ook pijp?”

Professor Hamilton en dr. Kamimoto keken elkaar niet begrijpend aan. “Wat betekent dat?” vroeg professor Hamilton, “ooit van Mulisch gehoord?” Zijn assistent schudde het hoofd. “En dat van die pijp, it doesn't make sense.”

Het duurde even voordat professor Hamilton zich van zijn teleurstelling had hersteld. “Kamimoto”, zei hij ten slotte, “wij moeten dit geheim houden, zelfs voor de President.”

En zo kon het gebeuren dat de wereld onkundig bleef van een grote ontdekking.