"Grootbanken laten kleine concurrenten geen ruimte'

TILBURG, 23 OKT. De kleinere Nederlandse banken zijn ten dode opgeschreven. Dat meent dr. W.M. van der Goorbergh, directeur financiële markten van Rabobank Nederland.

Van der Goorbergh sprak gisteren op een congres over de relaties tussen banken en ondernemingen, georganiseerd door de Katholieke Universiteit Brabant in Tilburg.

De Rabo-directeur wees erop dat de drie grote banken (ING, ABN Amro en de Rabobank) nu 90 procent van de bankenmarkt in handen hebben. Ze zijn in een felle concurrentiestrijd verwikkeld om de rest van de Nederlandse markt, aldus Van der Goorbergh en “er zijn maar weinig branches waar de grote drie niet kunnen komen.”

In de jaren zeventig en tachtig bewogen Nederlandse banken zich vooral binnen de grenzen van "hun eigen marktsegment' en was de concurrentie gematigd. De NMB-bank was er voor de middenstanders, Amro en ABN richtten zich op grote ondernemingen, de Rabobank was actief in de financiering van de agrarische sector en Postbank richtte zich vooral op particulieren.

Door de fusiegolf in de financiële wereld zijn die grenzen echter verdwenen. “De onderlinge concurrentie is door de machtsconcentratie van de Nederlandse banken alleen maar toegenomen. Daarbij is geen ruimte voor de kleinere bankondernemingen”, aldus Van der Goorbergh. Hij wees er in dat verband op dat de Rabobank door samenvoeging van kantoren de afgelopen jaren het aantal eigen vestigingen al met 250 heeft verminderd.

Volgens drs. H. van der Zee van Coopers & Lybrand Management Consultants, die in januari van dit jaar een onderzoek publiceerde over de gevolgen van bankfusies voor Nederlandse bedrijven, is de verhoogde concurrentiestrijd tussen de drie grote banken slechts tijdelijk van aard. Uiteindelijk levert de bediening van klanten meer op dan permanente onderlinge concurrentie.

Drs. P. Holtrop, financieel directeur van pretpark De Efteling, uitte tijdens het Tilburgse congres kritiek op de Nederlandse banken in het algemeen en op zijn "huisbankier' ABN Amro in het bijzonder. “Bij de ABN Amro bank is men als gevolg van de fusie meer bezig met de "fine tuning' van de interne organisatie, dan met financiële dienstverlening aan haar cliënten.” Holtrop, die geld voor uitbreidingsplannen nodig heeft, laakte de bankwereld omdat zij meer oog zou hebben voor reeds verrichte prestaties van klanten dan op hun winstvooruitzichten.