Een dolfijn droomt niet; Roman over de ontdekker van de REM-slaap

Michel Jouvet: Le château des songes. Uitg. Odile Jacob, 362 pag. Prijs ƒ 51,60.

Er zullen nog maar weinig mensen zijn die niet weten dat zich tijdens de slaap een regelmatig terugkerende periode voordoet die zonder veel overdrijving kan worden aangeduid als "droomslaap'. Mensen die in deze periode worden gewekt verklaren in ieder geval dat zij "net aan het dromen waren'. Het is in 1953 in Amerika bij toeval ontdekt toen men bij proefpersonen een nachtelijk EEG maakte. Maar behalve dat er in dit stadium van de slaap sprake is van een ander patroon van hersengolfjes op het EEG - het lijkt net of de proefpersoon wakker is - doen zich tegelijkertijd nog andere verschijnselen voor, die voor iemand die aandachtig toekijkt direct waarneembaar zijn. De ogen blijken onder de oogleden snelle bewegingen te maken (hier dankt dit stadium zijn naam "REM-slaap' aan - REM is rapid eye movement) de ademhaling wordt onregelmatig, en als men de blik wat laat zakken blijkt bij de man de penis zich in een toestand van erectie te bevinden.

Het spreekt vanzelf dat deze bevindingen geheel nieuwe impulsen hebben gegeven aan het slaap- en droomonderzoek. Voor het eerst was het nu mogelijk om dromen te benaderen met de methodieken van de fysiologie en de experimentele psychologie, waardoor het tot een serieus onderwerp van onderzoek kon worden. Niet alleen in Amerika, maar ook in Europa ging men er zich hartstochtelijk mee bezighouden. De waarschijnlijk bekendste en invloedrijkste onderzoeker hier was de Franse hoogleraar in de fysiologie Michel Jouvet, die sinds 1957 in Lyon de nieuwe inzichten bestudeert bij voornamelijk katten.

Niet bekend

Afgezant

En hier begint dan het wonderlijke relaas van een man die bezeten raakt van het verschijnsel droom en die besluit zijn leven te wijden aan de ontrafeling van de geheimzinnigheid waarmee de droom van oudsher is omgeven. Als trouwe afgezant van zijn tijd, baseert hij zich op een verlicht standpunt: “Elk individu is verschillend, want hij heeft verschillende dromen. Dus heeft elk individu recht op zijn eigen ideeën omtrent alles wat zich in de natuur bevindt en dus mag niemand, noch een paus noch een koning, zijn ideeën opleggen aan een ander.” Het betekent dat hij bij zijn onderzoekingen zo onbevangen mogelijk te werk zal gaan, en zich niet zal laten leiden door "ontvangen' meningen of vooringenomenheden.

Omdat het niet mogelijk is zichzelf te observeren tijdens het dromen, denkt hij aan zijn vrouw als proefpersoon. Maar die is daar niet van gediend: “Beste vriend, zei ze, dan zou je willen weten van wie ik droomde, en dat is gevaarlijk! En je zou me observeren alsof ik een konijntje was, en dat is onbetamelijk!” Daarom zal hij het moeten doen met Zwitserse dragonders, met hoeren en met zijn assistente Béatrix. Bij hen ontdekt La Scève al die verschijnselen die tweehonderd jaar later in Amerika opnieuw ontdekt zullen worden, maar hij doet het met behulp van de apparatuur van die dagen die wel het uiterste vergt van zijn vindingrijkheid. Er is zelfs sprake van een weegschaal die in staat geacht moet worden om het "gewicht' of de diepte van de droom te meten. Via onderzoek bij dieren slaat La Scève een brug naar zijn verre nazaat Jouvet. Beiden blijken namelijk in laatste instantie gefascineerd door de dolfijn, het enige zoogdier dat, hoewel zeer intelligent, niet tot dromen in staat zou zijn. La Scève weet het door de openbaring in een droom, Jouvet door onderzoek waaruit blijkt dat de dolfijn geen REM-slaap vertoont. Van een reis naar Formosa om het in het wild te gaan observeren keert La Scève niet terug. Het is een open einde dat Jouvets eigen wetenschappelijke obsessie symboliseert.

Le château des songes is een erg mooi boek dat met een groot gevoel voor humor en op schilderachtige wijze een beeld schetst van het intellectuele klimaat van de tweede helft van de achttiende eeuw. Michel Jouvet blijkt naast een vooraanstaand onderzoeker ook een briljant stilist te zijn, een niet alledaagse combinatie.

    • Mels de Jong