De operazusters van Dame Edna Average

Voorstelling: La Gran Scena Opera Company di New York. Gezien: 22/10 Cultureel Centrum Amstelveen. Tournee door het land t/m 28/11 (12, 13/11 theater Zuidplein Rotterdam; 24 t/m 28/11 Kleine Komedie Amsterdam.

Wat "Les Grands Ballets de Trocadero de Monte Carlo' zijn voor het klassieke ballet, dat is voor de operawereld "La Gran Scena' uit New York, op tournee door ons land. Het is satire in travestie, gebaseerd op ware liefde voor deze fascinerende kunstvorm en met een vrolijke knipoog naar al die merkwaardige bijverschijnselen, zoals de onderlinge rivaliteit van de nooit definitief afscheid nemende diva's en hun eeuwige wens om alléén vòòr op het podium te staan en de zaal plat te krijsen.

Alleen miss Sylvia Bills (is dat niet Beverly Sills?) zingt helemaal niet meer, zij presenteert alleen nog maar haar oud-collegae in een tijd dat “het gemakkelijk is om operaster te zijn, nu fatsoen niet meer meetelt.” De Amerikaanse miss Bills, in "een Traviatajurk die La Deutekom niet meer paste', kent aardig wat Nederlands, al vervalt ze soms bij haar geroddel en uitleg van verwarrende operaplots in stuitende versprekingen.

De zes diva's die zij presenteert in een fin de siècle-ambiance worden aan de vleugel begeleid door maestro Francesco Folinari-Soave-Coglioni, kennelijk afkomstig uit hetzelfde Italiaanse dorp als de legendarische operadirigent Molinari-Pradelli.

De prima donna's, vast en zeker familie van megaster Dame Edna Everage, maken hun eerste opkomst als Walküren. Ze lijken afkomstig uit het Milanese Casa Verdi, het rusthuis voor bejaarde zangers die hun voormalige triomfen steeds opnieuw beleven. Onder hun extravagante jurken en pruiken moeten ze mannen zijn, countertenoren of kerels die zingen met falsetstem. Maar te zien is dat niet en te horen is het nauwelijks, zeker als men in aanmerking neemt dat Gabriella Tonnoziti-Casseruolo al 105 jaar oud is en dan nog zó opmerkelijk veeleisend coloratuur-repertoire zingt als Caro nome uit Rigoletto.

Madame Vera Galupe-Borszkh weet zelfs in haar vertolking van de zigeunerin Azucena met veel suggestieve gebaren als eerste ter wereld duidelijk te maken wat er nu wèrkelijk gebeurt met dat kampvuur in La Trovatore. Mirella Frenzi en Carmelita de la Vaca-Browne geven met overgave zingend én exotisch dansend gestalte aan Lakmé van Delibes. En na de pauze wordt de rest van de avond besteed aan een onbeschaamd fel-realistische uitbeelding van Cavalleria Rusticana. Die veroorzaakt verreweg de meest hilarische momenten van de voorstelling, die soms gebaat zou zijn met iets meer vaart, wat minder geklessebes en nog veel meer van dit soort opera.

    • Kasper Jansen