De grootste Noordhollandse waarzegger

In de zee dobberde een fles die door de golven naar de kust werd gebracht.

Toen de fles was aangespoeld, zag ik dat er een briefje in zat. Ik peuterde het briefje uit de fles en las het aan mijn vriend Jan voor: "Help, help, help. Ik heet Sanne Stoel en ik wil van huis weglopen maar ik weet niet waar naartoe. Het komt door mijn moeder. Mijn moeder heeft gezien dat Kees Klap mijn pad zal kruisen en dat wil ik niet want dan heet ik mevrouw Klap-Stoel. Maar toch moet ik met hem trouwen want de anderen vinden mij een trut. Is er dan niemand op de hele wereld die mij kan helpen? Sanne Stoel, Rozenhofje 19, Alkmaar.'

Ik vouwde het briefje dicht en stopte het in mijn zak. “Die Sanne Stoel zit diep in de problemen, denk je niet?”, zei ik tegen Jan. “Ja hoor eens, we kunnen nu eenmaal niet allemaal Jansen heten”, zei Jan. “Mijn eigen oma heette trouwens Pien Mug en mijn opa Harm Dans. Mijn oma heette dus officieel mevrouw Dans-Mug. En mijn oma was altijd heel vrolijk. Ik denk niet dat mijn oma het erg had gevonden als zij mevrouw Klap-Stoel had geheten.”

“Maar Sanne vindt het wel erg”, zei ik. “Neem nu mijn tandarts, die heet meneer Wolvetand”, zei Jan. “Toch is het een hele goede tandarts. En ik ken ook een tandarts die Boor heet. En dan heb je nog het restaurant Braakensiek en het poezenpension van de oude mevrouw Kater en de herenkapsalon van de gebroeders Kaal en het peuteropvang-centrum van Mieke Draketand en ...”

“Wacht eens even, ik heb een voorstel. Laten we naar de kaasmarkt gaan. Ik heb ineens zo'n zin om naar kazen te kijken”, zei ik tegen Jan. “In Alkmaar is een kaasmarkt, maar dat is zo'n eind weg. Als je naar kaas wilt kijken, kunnen we toch ook naar een kaaswinkel in de buurt gaan”, zei Jan. “De kaasmarkt is veel leuker”, zei ik. “Laten we dan maar meteen naar Alkmaar gaan” zei Jan.

Toen we in Alkmaar waren, was de kaasmarkt net afgelopen. “Nu we hier toch zijn, kunnen we net zo goed even bij Sanne Stoel langs gaan”, zei ik. Na lang zoeken, vonden we in een nieuwbouwwijk het Rozenhofje. Er stonden lage huizen met voortuintjes. Bij het tuinhek van nummer 19 stond een bord: “Mevrouw Babette, gediplomeerd waarzegster. Steunbaak voor al uw problemen.”

We openden het tuinhek dat heel hard piepte. Meteen verscheen er een dik meisje in de deuropening die een geopende doos bonbons vasthield. Ze droeg een grote rode strik in haar haar en een gestippelde rok die heel wijd uitstond. “Als u mijn moeder wilt consulteren, moet u even in de gang plaatsnemen. Er zijn nog twee wachtenden voor u”, zei het meisje terwijl ze een bonbon in haar mond stopte. “Ben jij misschien Sanne Stoel?”, vroeg ik. “Dat weet ik wel zeker”, antwoordde het meisje. “We hebben de fles met het briefje gevonden”, zei ik. “Oh, ik ben toch zo ongelukkig”, zei het meisje. “Als ik er aan denk dat ik later Klapstoel zal heten, ga ik huilen. Maar als ik bonbons eet, denk ik er niet aan. Ik moet dus de hele dag bonbons eten om er niet aan te denken.”

“Als je ons ook een bonbon geeft, zullen we je probleem voor eens en voor altijd oplossen”, zei Jan. Het meisje begon de bonbons te tellen die nog in de doos zaten. “Als ik er twee weggeef, heb ik zelf nog maar zeventien bonbons”, zei het meisje. “Je hoeft ze niet weg te geven”, zei Jan. “Nou goed dan”, zei het meisje. “Als ik maar niet met die Kees Klap hoef te trouwen.”

Nadat we een tijd in de gang hadden zitten wachten, liet mevrouw Babette ons de kamer binnen. De gordijnen waren dicht en er brandde een heel klein lampje. Mevrouw Babette ging achter een tafeltje zitten waarop een vaas met pauweveren stond. Daarna pakte ze een bol van glas waarin ze ging zitten turen. “Ik zie in mijn glazen bol dat u een moeder heeft gehad”, zei mevrouw Babette tegen Jan. “En ik zie dat u de moeder bent van Sanne Stoel”, antwoordde Jan. “Hoe weet u dat?”, vroeg mevrouw Babette verbaasd. “Ik ben professor Baboe”, zei Jan. “Hemeltjelief, bent u de beroemde Baboe, de grootste der Noordhollandse waarzeggers?”, riep mevrouw Babette uit. “Wij zijn inderdaad collega's”, zei Jan. “En daarom voel ik het als een plicht om u mee te delen wat ik mijn eigen glazen bol heb gezien. Wilt u mij nu uw glazen bol even aanreiken.” “Juist”, zei Jan terwijl hij de bol van mevrouw Babette aandachtig bekeek. “Dit is een ernstig geval van bol-verduistering. Uw bol is zo oud dat hij het verleden doorgeeft in plaats van de toekomst.” “Oh, wat vreselijk. Als mijn klanten er maar niet achter komen. Ik zal als de bliksem een nieuwe glazen bol gaan kopen”, zei mevrouw Babette. “En vergeet u niet tegen Sanne te zeggen dat haar pad dus niet gekruist zal worden door Kees Klap, want dat kan niet gebeuren”, zei Jan. “Ik zal het meteen tegen Sanne zeggen. En nog wel bedankt professor Baboe dat u zo vriendelijk bent geweest om mij te waarschuwen”, zei mevrouw Babette terwijl ze haastig afscheid van ons nam.