Bloedbad van Mozote niet meer te ontkennen

EL MOZOTE, 23 OKT. In een verlaten dorp in het noorden van El Salvador zijn deze week omstreeks zestig skeletten, voornamelijk van kinderen, opgegraven. Het zouden de overblijfselen zijn van inwoners van het dorpje El Mozote, waar een eenheid van het Salvadoraanse leger in 1981 honderden mensen zou hebben gedood. Het leger heeft de massamoord, een van de meest omvangrijke van de twaalfjarige burgeroorlog, altijd ontkend.

Sommige schedels hebben kogelgaten, anderen zijn ingeslagen, tussen de skeletten ligt dat van een moeder en een ongeboren kind. “Nu kunnen ze hun moordpartij niet langer verstoppen”, zegt Juana Castro, die El Mozote met haar vijf jonge kinderen tien jaar geleden, vlak voor het bloedbad begon, is ontvlucht. Sinds het uitgraven in de ruïnes van het dorp vorige week begon, is ze hier elke dag teruggekomen. Zij en andere mensen die vermoeden dat hier hun familieleden liggen, staan zwijgend te kijken bij de opgravingen waar deskundigen, onder wie Argentijnse experts, tussen het puin van een kerk de botten en schedels tevoorschijn halen, schoonmaken en rubriceren.

Op 11 december 1981 verschenen hier de soldaten van het Atlacatl-bataljon, een deels in de Verenigde Staten getrainde en met modern Amerikaans materieel uitgeruste eenheid, die was gespecialiseerd in de bestrijding van de Salvadoraanse verzetsbeweging FMLN. El Mozote ligt op enkele kilometers van de grens met Honduras, destijds een belangrijke uitvalsbasis van het FMLN, en het leger verdacht de dorpelingen ervan de guerrillastrijders actief te steunen.

Volgens de katholieke kerk van El Salvador, die al jarenlang opheldering eist, werden in op die dag in El Mozote ten minste 800 mensen gedood, merendeels vrouwen en kinderen. Daarna ging het schieten verder in vijf andere dorpen. De meeste slachtoffers zouden verminkt zijn, verbrand en vervolgens begraven in huizen, die vervolgens werden opgeblazen. Tot de vondst van de skeletten waren die details gebaseerd op de getuigenis van de enige bekende overlevende, de thans 51-jarige Rufina Amaya, die van achter een boom het bloedbad zei te hebben gadegeslagen, waarbij haar echtgenoot en vier kinderen werden gedood.

De Salvadoraanse regering heeft herhaaldelijk ontkend dat de schietpartij heeft plaatsgehad en dat eventuele doden in het dorp waren gevallen doordat ze in een vuurgevecht tussen het leger en rebellen waren terechtgekomen. De VS, destijds steunpilaar van het bewind, heeft die versie altijd onderschreven, omdat bewijzen van het bloedbad zouden ontbreken. Een woordvoerder van het Amerikaanse ministerie van buitenlandse zaken zei gisteren dat de VS de afgelopen maanden hun koers hebben gewijzigd en hebben aangedrongen op een onderzoek.

Familieleden van de slachtoffers in El Mozote hebben geëist dat de schuldigen aan het bloedbad worden gestraft. De Salvadoraanse president Alfredo Cristiani, die ontkend heeft de namen van de bevelvoerende officieren te hebben, is ervan beschuldigd de daders in bescherming te nemen. (AP, Reuter)