Bezorgd op zondag

Noem het een lichte vorm van krankzinnigheid.

De zaterdag is voor mij de aangenaamste dag van de week, want dan zijn zowel mijn twee ochtendbladen als mijn twee avondbladen tweemaal zo dik als gebruikelijk.

Terwijl ik de zondag als de saaiste dag van de week beschouw, want dan is er, van 's morgens vroeg tot 's avonds laat, in geen velden of wegen een krantenjongen te bekennen.

De een is verslaafd aan drank. De ander is verslaafd aan drugs. Ik ben verslaafd aan drukinkt.

Dus was ik vanzelfsprekend abonnee op de Krant op Zondag, het helaas voortijdig gesneefde publicitaire initiatief van Barretje Hilton. Dat kostte nog ƒ 165.- per jaar, als ik mij goed herinner. In ruil daarvoor heb ik precies één nummer ontvangen, waarna de bezorging het definitief liet afweten, alle beloftes van de op de Dag des Heeren dienstdoende telefoonmevrouw ten spijt.

Ik wist dus al in een vroeg stadium dat het allemaal mis zou gaan.

Want het gaat in de wereld van de gedrukte media anno 1992 allang niet meer primair om de krant, maar om de bezorging van de krant.

Verweesd tuurde ik, na de overmaking van die ƒ 165.-, etterlijke drukwerkloze zondagen lang naar mijn lege deurmat, totdat ik op 29 september laatstleden een brief in de bus kreeg van de uitgever/ster van het weekblad HP/De Tijd. Er was een HP/De Tijd op Zondag in de maak en als abonnee van de oude Krant op Zondag heb ik recht op minimaal vier edities. Over de bezorging hoef ik mij dit keer niet het hoofd te breken. “Middels een reeds beproefde wijze van distributie garanderen wij u dat op de zondagochtend rond 09.30 uur de krant in de bus ligt.

Hoera!

Zondag, 18 oktober, de geboortedatum van de spiksplinternieuwe HP/De Tijd op Zondag. Feestelijk gestemd neem ik plaats op het krukje bezijden de brievenbus. Om na anderhalf uur tot de conclusie te komen, dat er blijkbaar tóch iets is misgegaan, alle hooggestemde beloften ten spijt. Want om tien uur heb ik nog altijd niets. Geen probleem, HP/De Tijd op Zondag heeft een abonneeservice opgezet, met een speciaal telefoonnummer, die ervoor zal zorgen dat de desbetreffende editie binnen afzienbare tijd alsnog zal worden afgeleverd.

Wat heb je aan een abonneeservice die continue in gesprek is? Met wie eigenlijk? Met al de zondagskranthongerigen die verbitterd op het beloofde drukwerk zitten te wachten? Ik loop maar weer eens de trap af om te kijken of... Niets. Ik grijp andermaal de telefoon. Toettoettoet. Trap. Niets. Telefoon. Toettoettoet. Trap. Niets. Telefoon. Toettoettoet. Inmiddels is het half twaalf. Nu is het wel mooi geweest, besluit ik, licht geïrriteerd. Ik heb wel iets beters te doen, bijvoorbeeld het schrijven van een stukje voor mijn eigen Weekblad op Woensdag. Weliswaar heb ik, begrijp ik uit de brief van de uitgever/ster, recht op ƒ 5.- ter vergoeding "voor de geleden schade'. Maar ik wil helemaal geen ƒ 5.-, want ik héb al ƒ 5.-, ik wil gewoon die HP/De Tijd op Zondag, al was het maar als collectors item.

Om twee uur draai ik nog eens zonder veel hoop het nummer van de drukbezette abonneeservice. Waarachtig, ik krijg een dame aan de lijn, zij het ingeblikt. “Welkom bij HP/De Tijd op Zondag”, zegt zij. “Er zijn wat problemen met de verbinding. Daarom is het helaas niet mogelijk dit gesprek voort te zetten. Wij verbreken nu de verbinding. Probeert u het later nog eens.”

Gehoorzaam toets ik drie kwartier later andermaal het nummer in. Ik tref een tweede dame, eveneens ingeblikt. Zij spreekt een merkwaardig soort techno-Nederlands. “Welkom bij HP/De Tijd op Zondag. Geef een twee aan om de enquête, een acht voor hulpinformatie of een negen om te stoppen.”

Ik gehoorzaam.

“Deze ingave is niet juist”, zegt de dame bestraffend - en repeteert haar verhaal: “Geef een twee aan om de enquête, een acht voor...”

Etcetera.

Ik toets. Zij repeteert. Ik toets. Zij repeteert. Tot vier keer toe. Dan is haar elektronische geduld op. “U hebt nu al enkele keren verkeerde informatie ingegeven”, zegt de dame. “Daarom verbreken wij nú de verbinding.”

Een strenge meesteres, zo te horen.

Ik schiet mijn jas aan en loop naar de inloopzaak, drie Amsterdamse grachten verder. Uitverkocht. Ik tram naar het Amstelstation. De kiosk is dicht en het leger van ventende knaapjes, dat je zou verwachten, speelt blijkbaar een potje zondagmiddagvoetbal. Dan tram ik naar het pand van mijn eigen weekblad, abonnee op HP/De Tijd en dus rechthebbende op HP/De Tijd op Zondag. Op de stoep staat de huisfotograaf. Al tien jaar abonnee op ons zusterblad, maar... Niets. Gaat het wel goed met de firma? Als men al niet in staat is om de hoofdstedelijke grachtengordel te bedienen, hoe moet het dan met de zondagse lezers-in-spé te Kruiningen en Winterswijk?

Langzamerhand begin ik te betwijfelen of de HP/De Tijd op Zondag überhaupt wel bestaat. Die twijfel wordt weggenomen door mijn ochtendbladen van de volgende dag, die allebei een korte beschouwing over het nieuwe weekblad brengen. De een vindt het maar niks, de ander vindt het net wat minder slecht dan de oude Krant op Zondag - de zuurgraad is hoog, zoals te onzent gebruikelijk als het om nieuwe, journalistieke initiatieven gaat. Ik wandel naar mijn redactie. De opmaakredacteur is mij voor. Zij is proefabonnee van de zondagkrant, maar... Juist. Niets. Tot waarachtig de buitenlandredacteur de trap op komt stommelen, met het begeerde drukwerk in zijn tas. Gewoon gekocht in het Centraal Station, waar het tussen de andere zondagsbladen lag. Begerig sla ik de krant open, als een halfverdorste die nog nét de oase heeft gehaald. Het interview met X blijkt een beetje saai en het essay van Y oogt een beetje pedant, maar voor de rest is die HP/De Tijd op Maandag véél en véél beter dan ik had verwacht.