Beurskoers geeft Van Duijn hoop; "We vinden de Dow eigenlijk te hoog in het licht van de winstontwikkeling bij de bedrijven'

ROTTERDAM, 23 OKT. We hadden het al eerder kunnen weten. Dat de wereld een economische neergang, in elk geval een forse groeivertraging, te wachten stond. Wie goed op het koersverloop van de beurzen had gelet, kon het in juni zien aankomen. “Door goede trendanalyse van de beurzen kun je de economie beter voorspellen. Je haalt er al signalen uit over de "fundamentals' van de economie, die je op economische gronden nog niet kunt beredeneren”, zegt prof.dr. J.J. van Duijn, lid van het beleidscomité van de Robeco-groep en belast met financiële beleggingen.

Onlangs vertolkte Van Duijn zijn opvallende visie in de Wall Street Journal. De financiële wereld nam er met enige verbazing kennis van dat de Robeco-topman zich bekende tot de zogenoemde "chartisten', degenen die de lijntjes van de beursgrafieken doortrekken en op grond hiervan de economische ontwikkeling voorspellen. Van Duijn nuanceert onmiddellijk. Nee, beleggers hoeven niet bang te zijn dat Van Duijn hun geld zal beleggen louter op grond van de beursgrafieken. En de tientallen hoogwaardige economen van Robeco houden hun baan. “Ik wijs er alleen op dat meer naar de beurzen moet worden gekeken,” zegt Van Duijn. “Als je alleen al ziet dat de analisten in Nederland zich geweldig op de winstontwikkeling hebben verkeken. Ze hebben hun winstvoorspellingen voor dit jaar sinds de zomer van 14 procent naar 0 procent terugschroefd. De beurs gaf al eerder negatieve signalen.”

Hamvraag is natuurlijk of Van Duijn al tekenen ziet die erop wijzen dat de steeds aarzelender wereldeconomie zich binnen afzienbare tijd herstelt. Hij is nog erg voorzichtig. “In Japan lijkt de beurs in elk geval het dieptepunt gepasseerd. De beleggers kijken vooruit en zien in 1993 een herstel van de Japanse economie. Maar het herstel van de wereldeconomie moet toch vooral uit de Verenigde Staten komen. De Europese economie is nog altijd sterk aan die van Amerika verbonden. Ook om psychologische redenen is herstel in de VS belangrijk.”

Wat betreft de beurs van Wall Street is het beeld volgens Van Duijn nog wat ingewikkeld. “Na de Golfoorlog zag je een positieve omslag, vooruitlopend op economisch herstel. Dat herstel kwam er ook. Vervolgens zag je dat het herstel niet doorzette. Dat had de beurs ook al gezien.” De Robeco-topman stelt nu vast dat de Dow Jones “niet negatief is gecorrigeerd” voor de grote kans dat Bill Clinton tot president wordt gekozen. Dat kan als een positief signaal voor de economie worden opgevat, al houdt Van Duijn nog de nodige slagen om de arm. “We vinden de Dow eigenlijk te hoog in het licht van de winstontwikkeling bij de bedrijven. Als de koersindex wat meer was gedaald, zou-ie nu weer omhoog kunnen.”

De meeste economen hebben altijd aangenomen dat de beurskoersen een random walk, of wel een "dronkemanspad' volgen, volstrekt willekeurig. Men ging er dus vanuit dat alle beleggers evenveel marktkennis bezaten, zodat geen bijzondere voordelen te behalen waren. Daarvan is een aantal economen teruggekomen. Waarom zien beleggers het toch allemaal eerder? Van Duijn: “De beurs als collectief doet het beter dan wij als individu. Volgens de theorie van Robert Shiller heb je gewone beleggers en de smart money beleggers. De laatsten zorgen steeds voor de omslag op de beurs. Er zijn insiders bij die bedrijven van binnen goed kennen.” Suggereert de Robeco-topman hiermee dat op de beurzen met voorkennis wordt gehandeld? “Nee, dat wil ik niet zeggen. In principe kan iedereen een slimme belegger zijn, niet alleen de professionals.”

Op de vraag of er nu wel of geen recessie komt, weet Van Duijn nog geen definitief antwoord. Er is in elk geval nog geen recessie, want de economische groei is nog steeds positief. Ook van Duijn kijkt nog steeds naar de "reële' economische grootheden. “In de VS zie je dat vroeg-cyclische sectoren als de auto- en huizenmarkt weer aantrekken. Het lijkt er dus op dat de bodem daar is gepasseerd.” Een complicerende factor zijn volgens Van Duijn echter de in de jaren tachtig opgebouwde schulden van de Amerikaanse overheid en particulieren. “Voorzitter Greenspan van de Fed (het stelsel van Amerikaanse centrale banken) wees er onlangs in Tokio op dat de VS zoiets na de oorlog nog niet eerder heeft meegemaakt. De particuliere schulden zijn inmiddels teruggebracht van 18,5 naar 16,5 procent. Op de bodem van de recessie in 1982 lag dat percentage op 14. Je weet natuurlijk niet hoeveel het economisch herstel wordt opgehouden door die aflossingen. De timing blijft altijd een probleem.”

Het grootste gevaar voor de wereldeconomie zit volgens Van Duijn in een deflatie. Dat zou het geval zijn als te veel bedrijven blijven saneren en snijden in hun activiteit en als schuldaflossingen te snel gaan. “De waarde van activa zou verder dalen, waardoor banken minder kunnen uitlenen. Dan komt een heel deflatoir proces op gang.” In een land als Japan heeft de financiële sector daar gevolgen van ondervonden toen de door speculatie opgeblazen bubble uiteenspatte.

Gunstig acht Van Duijn het feit dat Japan de economie met extra uitgaven stimuleert en de financiële sector met speciale maatregelen helpt. Andere landen daarentegen, zoals de VS en Duitsland, hebben als gevolg van hun grote overheidstekort geen ruimte om soortgelijke maatregelen te nemen. Van Duijn vindt dat de Berlijnse muur eigenlijk “te vroeg” is gevallen. Niet dat hij de Oostduitsers nog langer opgesloten had willen zien. “Ik bedoel puur vanuit de economie geredeneerd. De val van de muur kwam in 1989 bovenop de golf van de hoogconjunctuur. Een echte procyclische stimulering dus. De bestedingsimpuls van de Duitse eenwording had beter nu kunnen komen.”

Ook Nederland heeft nauwelijks ruimte om de bestedingen op te voeren. Over de harde gulden hoeft ons land zich volgens Van Duijn geen zorgen te maken. “Op korte termijn levert het concurrentienadeel op voor de exportsector. Maar door de harde gulden hebben we een relatief lage rente. Dat leidt tot lagere financieringskosten voor de bedrijven. Per saldo levert dat toch voordeel op.”

Volgens de Robeco-topman zouden overal in de wereld de overheidsinvesteringen omhoog moeten. “Die zijn sinds het begin van de jaren zeventig met 30 tot 40 procent gedaald. In Nederland liggen ze als percentage van het nationaal inkomen lager dan in de jaren twintig. Eigenlijk moeten consumptieve uitgaven worden verdrongen door investeringen.”

Bij Van Duijn overweegt toch het optimisme. “De kring van landen in de wereld die als groeigebieden kunnen fungeren neemt toe. Kijk naar Oost-Europa, Zuidoost-Azië en Latijns Amerika.”

De Robeco-topman is altijd een fervent aanhanger geweest van de theorie van de lange golf, de Kondratieff-cyclus. Innovaties zijn hierbij de belangrijkste motor van een opgaande golf. In 1979 voorspelde Van Duijn in een van zijn boeken dat de na de depressie van 1974-1975 ingetreden economische vertraging tot 1992-1993 zou duren. “Het precieze tijdstip weet je nooit, maar ik zal er toch niet ver naastzitten.”