Bassist/trombonist Mike Mills arrangeerde nieuwe plaat; R.E.M. wil rock & roll met poëzie en opwindende violen

De 'beste rock & roll band ter wereld', R.E.M. uit Amerika, bracht vorige week een nieuwe plaat uit. Op tournee wil de groep niet, legt bassist Mike Mills uit.

Rock & roll-bassisten laten zich globaal in twee typen onderscheiden. Enerzijds is er de stille jongen met de basgitaar, type Bill Wyman van de Rolling Stones, tevreden met een dienende functie en een plaats in de schaduw. Anderzijds is er de ambitieuze muzikant, type Paul McCartney bij The Beatles, die verder kijkt dan de vier snaren van zijn basgitaar en die zich bemoeit met de composities, de instrumentale en vocale invulling en de fijne kneepjes van de plaatopname. Tot de laatste categorie behoort Mike Mills, de bassist, tweede zanger, toetsenman, orkestarrangeur en sinds kort ook trombonespeler van de Amerikaanse rockgroep R.E.M. uit Athens, Georgia.

“Als bassist ben ik verantwoordelijk voor het verband tussen melodie en ritme,” zegt Mills, “maar je moet een Stanley Clarke of een Jaco Pastorius zijn om genoeg te hebben aan die vier snaren. R.E.M. is van meet af aan op zoek geweest naar andere instrumentaties en klankkleuren, dan je doorgaans tegenkomt in de rock & roll. We werken graag met akoestische instrumenten en met violen, waarbij we ons ervoor hoeden dat het allemaal te zoet en sentimenteel gaat klinken. Daarom hebben we op onze nieuwe plaat de hulp ingeroepen van John Paul Jones, de vroegere bassist van Led Zeppelin die indertijd verantwoordelijk was voor de meest opwindende strijkersarrangementen die een rockgroep zich kon wensen.”

Bij het verschijnen van het voorlaatste album Out Of Time met de doorbraak-hit "Losing My Religion', werd R.E.M vorig jaar door het tijdschrift Rolling Stone uitgeroepen tot "Greatest Rock & Roll Band In The World". Een enigszins merkwaardige titel, want de muziek van het viertal neigt de laatste jaren meer en meer naar een eclectische mengeling van folk, radiovriendelijke pop en sfeervolle geluidsschilderingen in de traditie van de meest ambitieuze platen van The Beach Boys. Het zeer fraaie album Automatic For The People werd vooraf gegaan door wilde geruchten, als zou R.E.M. zich van het nieuwvervorven miljoenenpubliek willen vervreemden met harde en ontoegankelijke rockmuziek. Niets is minder waar, verklaart Mills. “Eerlijk gezegd maken we uitsluitend muziek om onszelf te plezieren. Wat het publiek ervan vindt, blijkt pas als een plaat uiteindelijk in de winkel ligt. We hebben er dit keer op vier verschillende locaties aan gewerkt, omdat de omgeving vaak de sfeer van de opname bepaalt en elk nummer een aparte behandeling vraagt. Het liefst werken we zo spontaan mogelijk. Plotselinge invallen, rare stukjes achtergrondzang en een sporadische valse noot horen er net zo goed bij als de oorspronkelijke ideeën van de demo-opname. Pas toen we goed en wel op gang waren met dit album, merkten we dat het tempo van de liedjes doorgaans nogal traag uitviel. Bovendien zijn er zonder vooropgezet plan allerlei vreemde effecten naar binnen geslopen, zoals de samples van mijn stem in "Star Me Kitten' die op een prettige manier herinneren aan "I'm Not In Love' van 10CC. Een briljante popsong, dus vind ik het geen schande om er inspiratie aan te ontlenen.”

Naast een intrigerende variant op "The Lion Sleeps Tonight' en melancholieke herfstmuziekjes als "Everybody Hurts' en de single "Drive', bevat "Automatic For The People' maar één werkelijk agressieve rocksong. Het indringende "Ignoreland' bestaat in feite uit een tirade van zanger Michael Stipe tegen de langdurige hegemonie van de Republikeinen in de Verenigde Staten. Stipe hult zich bij voorkeur in een wolk van nevel, als het gaat om de betekenis van zijn intrigerende en deels onverstaanbare teksten. “Zelfs voor ons,” zegt Mike Mills, “is het soms onduidelijk wat hij nu eigenlijk precies zingt. Toch prijzen we ons gelukkig met zo'n zanger, want Michael geeft R.E.M. een poëtische diepgang die zeldzaam is geworden. Voor mij is het tekenend dat Neil Young nog steeds tot de meest relevante popmuzikanten van vandaag behoort. Hij is altijd zijn eigen weg gegaan, en ondanks perioden waarin hij dubieuze experimenten met computermuziek en ouderwetse blues uitvoerde, geldt hij nog steeds als een lichtend voorbeeld.”

R.E.M. acht de tijd nog niet rijp voor een nieuwe tournee, die zich in verband met de publieke belangstelling zou moeten afspelen in sporthallen en stadions. Vorig jaar ondernam de groep een treinreis door Europa, waar ten behoeve van enkele toonaangevende radio- en tv-stations een serie akoestische sessies werd belegd. “Bij onze laatste grote tournee,” zegt Mills, “hebben we de mogelijkheden van zo'n grootschalig evenment min of meer uitgeput. Om een massapubliek te bespelen, zijn allerlei visuele en theatrale hulpmiddelen nodig. Onze muziek leent zich op het moment niet voor die spectaculaire benadering. Het liefst zouden we terugkeren naar een wat kleinere schaal en een directere manier van spelen. Daarom zou het heel goed kunnen, dat we op een volgende plaat gewoon weer harde en oersimpele rock & roll zullen spelen.”