Annie Ernaux: Alleen maar hartstocht. Vertaling ...

Annie Ernaux: Alleen maar hartstocht. Vertaling Mirjam de Veth. Uitgeverij De Arbeiderspers, ƒ 19,90.

Christine Duhon: Een liefde van Virginia Woolf. Vert. Jello Noorman. Uitg. Thoth, ƒ 29,50.

Stéphane Mallarmé: De Middag van een Faun. Vert. Paul Claes. Uitg. Athenaeum - Polak & Van Gennep, ƒ 39,50.

Marguerite Duras: De minnaar uit Noord-China. Vert. Mirjam de Veth. Uitg. De Arbeiderspers, ƒ 29,90.

Erik Orsenna: Een Franse komedie. Vert. Dirk Zijlstra. Uitg. Goossens/Kritak, ƒ 37,50.

Het verhaal van Annie Ernaux' lange autobiografische novelle Alleen maar hartstocht is gauw verteld: een al wat oudere schrijfster is verliefd op een jongere getrouwde man. Radeloos en reddeloos, maar niet redeloos - een deel van haar eigen ik staat erbij en kijkt ernaar en beziet genadeloos haar eigen gedrag en gevoelens.

Het gaat niet om een gedeelde hartstocht, voor haar is het de grote passie, voor hem een interessante affaire. Zij weet dat, maar staat machteloos tegenover haar eigen verdwazing. De wereld bestaat nog slechts uit eindeloos wachten en hartverscheurende jaloezie. Als de man uit haar leven is verdwenen, blijkt het nauwkeurig beschrijven van de emotionele storm eerst troost en later waardevol inzicht in zichzelf te geven. De balans slaat van "tragisch' door naar "verrijkend'. En daaraan danken we dit loepzuivere, ontroerende verhaal, dat ook in vertaling al zijn kwaliteiten heeft behouden.

Soberheid en reserve zijn de grote kracht van Annie Ernaux. Ze weet met een minimum aan woorden een maximum aan effect te sorteren. Ze bereikt met korte, felle spotlights meer dan anderen met een uitgebreide sfeerverlichting en weet, juist door die terughoudendheid, zelfs de meest cynische lezer in het hart te raken.

Annie Ernaux: Alleen maar hartstocht. Vertaling Mirjam de Veth. Uitgeverij De Arbeiderspers, ƒ 19,90.

Weinig liefdesrelaties zullen zoveel weerklank in de literatuur hebben gehad als die tussen de vrolijke, warme Vita Sackville-West en de zwaarmoedige, intellectuele Virginia Woolf. En niet te vergeten de "eeuwige derde' in deze verhouding, de kosmopolitische Violet Trefusis. Er lijkt een thematische traditie ontstaan die begint met Woolfs eigen Orlando en Trefusis' Broderie Anglaise. Openbaar werd de relatie eigenlijk pas met de publikatie van Portrait of a Marriage van Sackville-Wests zoon Nigel Nicholson. Daarna zijn ook Woolfs Dagboek en haar briefwisseling met Sackville-West verschenen, die leidden tot een nieuwe stroom boeken en zelfs enige toneelstukken over hun verhouding.

De laatste loot aan deze stam is Een liefde van Virginia Woolf van Christine Duhon. Het boek is gebaseerd op de briefwisseling en het dagboek en ontleent daar lange passages aan. Het is een geromantiseerd verslag van de hartstochtelijke, kortstondige verhouding dat zeker naar feiten getrouw, maar stilistisch en psychologisch ergerlijk banaal is en een aaneenrijging van gemeenplaatsen. De beschrijvingen en fictieve dialogen van deze twee uitzonderlijke vrouwen doen soms denken aan keukenmeidenromans. Gelukkig wordt dit enigszins gecompenseerd door de vele brieven en dagboekfragmenten die erin verwerkt zijn. De lezer kan daaruit zijn eigen conclusie trekken.

Christine Duhon: Een liefde van Virginia Woolf. Vert. Jello Noorman. Uitg. Thoth, ƒ 29,50.

Ter gelegenheid van de 150ste geboortedag van Stéphane Mallarmé (1842-1898) is een herdruk verschenen van de (tweetalige) Gedichten uit 1886, belangrijk uitgebreid met een vertaling van het beroemde dramatische gedicht "L'après-midi d'un faune'. De titel van de bundel is dan ook veranderd in De Middag van een Faun. Vertaling, inleiding en commentaar zijn van de hand van Paul Claes.

Mallarmé wordt algemeen beschouwd als de grote voorloper van het modernisme, en heeft ook de reputatie een "moeilijke', een weinig toegankelijke dichter te zijn. Zijn gedichten hebben een bewust hermetisch karakter, een precieus taalgebruik en kwamen buitengewoon moeizaam tot stand. Dat hangt samen met zijn opvattingen over de taak van de dichter om "een zinloze wereld door woorden zin te geven'. Niet als eerste, maar wel in een rigoureuze en moderne vorm, maakte hij onderscheid tussen gewone taal die op communicatie is gericht, en poëtisch taalgebruik dat op zichzelf is gericht en ten doel heeft veel betekenissen uit woorden te genereren.

Zijn leven stelde Mallarmé in dienst van het uiteindelijke Boek, het grote geheel dat de zingeving van het hele universum zou moeten worden. Het is vanzelfsprekend niet tot stand gekomen. Zoals Paul Claes in zijn boeiende en heldere inleiding zegt: voor Mallarmé "is dichten drie maal ontkennen: de wereld verzaken voor het woord, zich als persoon wegcijferen voor de tekst, de betekenis door de taal zelf laten opheffen'.

Mallarmés werk mag dan moeilijk toegankelijk zijn, het neemt niet weg dat sommige strofen - het bekende "La chair est triste, hélas! et j'ai lu tous les livres' bij voorbeeld - de meeslependheid hebben van een subliem chanson. Ook in dit opzicht zijn Claes' vertalingen en zijn afzonderlijke commentaren bij elk gedicht een grote steun voor wie zich werkelijk in Mallarmés werk wil verdiepen. Kortom, een waardevolle bundel om heel langzaam te lezen.

Stéphane Mallarmé: De Middag van een Faun. Vert. Paul Claes. Uitg. Athenaeum - Polak & Van Gennep, ƒ 39,50.

Uit de autobiografische roman De minnaar van Marguerite Duras weten we dat de verhouding die zij als heel jong meisje in Vietnam met een Chinese man had, een belangrijke episode in haar leven is geweest. Toen zij in 1990 hoorde dat haar vroegere geliefde al jaren dood was, liet zij het werk waaraan zij bezig was liggen om onmiddellijk een nieuwe versie van deze liefdesgeschiedenis aan de oevers van de Mekong-rivier te schrijven. De Minnaar uit Noord-China is - zoals al uit de titel blijkt - een veel preciezer uitgewerkt relaas. De wat schimmige contouren van de figuren in het eerste verhaal nemen scherp omlijnd vorm aan. Tijd, plaats en omstandigheden zijn nu nauwkeurig gelokaliseerd. Het arme Franse kolonistengezin heeft een verbitterde moeder, de oudste zoon groeit voor galg en rad op, en voor het jongere broertje dat "anders' is, koestert het meisje een incestueuze liefde. Daartegenover staat de Chinees die uit een schatrijke, traditionele familie komt. De dubbelzinnige houding van de moeder, die de relatie van haar dochter regelrecht financieel exploiteert, wordt nauwkeurig beschreven, maar met het milde begrip van de afstand in tijd.

Maar de grootste verschillen met het eerdere boek zijn de afstandelijkheid en de stijl. Vermoedelijk onder invloed van de recente verfilming van De Minnaar geeft Duras in een epiloog en in soms serieuze, dan weer min of meer ironische voetnoten voortdurend aanwijzingen voor een verfilming. Daardoor ontstaat een soort tweede laag, het verhaal als scenario, en een zekere vervreemding. Verder hanteert zij een uiterst beknopte staccato-stijl, soms alleen een aaneenrijging van losse woorden: "De rivier. Ver. Meanderend tussen de rijstvelden... Boven de rivier, de betrekkelijke nacht. De witte hemel met het eerste daglicht.' Soms werkt dat authentiek, vooral in de dialogen tussen de geliefden, zoals een understatement belangrijke dingen juist kan onderstrepen of schrijnender maken. Soms irriteert het alleen als een te gemakkelijk maniertje.

Marguerite Duras: De minnaar uit Noord-China. Vert. Mirjam de Veth. Uitg. De Arbeiderspers, ƒ 29,90.

In zijn met de Goncourtprijs bekroonde De Koloniale Tentoonstelling had Orsenna al laten zien dat hij niet terugdeinst voor veelomvattende thema's. In Een Franse komedie dient de bizarre geschiedenis van de excentrieke familie Arnim (vader, moeder, zoon Charles, de verteller die door het gezin teder "de imbeciel' wordt genoemd en dochter Claire) als rode draad voor een ironisch historisch verslag van de periode 1945-1966 in Frankrijk. Elk gezinslid, en de verhoudingen binnen het gezin, staan voor bepaalde ontwikkelingen en tendensen in die periode. Vader Arnim, fabrikant van celluloid poppen, gaat failliet door de opkomst van de Barbie-pop, moeder, inmiddels gescheiden, zet zich in als messias van de geboorteregeling. Claire raakt verzeild in uiterst rechtse putschistenkringen ten tijde van de Algerijnse oorlog en "de imbeciel' Charles zelf, letterlijk gefascineerd observator van politieke ontwikkelingen en inmiddels arts geworden, promoveert tot lijfarts van de Gaulle.

Orsenna hanteert een bizar soort humor, die soms in spitsvondig taalgebruik, soms in onverwachte gedachtensprongen en absurde situaties en soms in karikaturale overdrijving schuilt, maar altijd een serieuze ondertoon heeft. In dat opzicht doet hij denken aan de beste politieke tekenaars.

Erik Orsenna: Een Franse komedie. Vert. Dirk Zijlstra. Uitg. Goossens/Kritak, ƒ 37,50.

    • Nelleke van Maaren