Angstzweet in Gethsemane; Eerbiedig Jezus-boek van A.N. Wilson

A.N. Wilson, Jezus, een biografie, uitgeverij Prometheus, vertaling Hans van Cuijlenborg, 295 blz., prijs 36,90.

Van tijd tot tijd worden de gelovigen geschokt door een biografie van Jezus van Nazareth. De eerste, en dientengevolge ook meest schokkende biografie, was Das Leben Jesu van David Friedrich Strauss dat in 1835 in Tübingen verscheen. Goed, Strauss had voorgangers, H.S. Reimarus bijvoorbeeld, maar diens kritische uitspraken over Jezus hebben lang niet zo veel opzien gebaard als het boek van Strauss. Daarover werd tot het eind van de negentiende eeuw gediscussieerd. De oorspronkelijkste bijdrage aan die discussie kwam van Nietzsche. Die polemiseerde in zijn Unzeitgemässe Betrachtungen tegen wat hij noemde 'taalemmer' Strauss.

Het andere boek dat in de vorige eeuw de gelovigen schokte was La vie de Jésus van Renan. Dat verscheen in 1863. Terwijl Strauss zich vooral richtte op de ideeën van Christus probeerde Renan hem 'psychologisch' te verklaren. Beide werken zijn overigens nauwelijks echte biografieën te noemen.

Voorts verschenen in de negentiende eeuw nog allerhande 'biografieën' en kritische artikelen over Jezus. Door Albert Schweitzer werden in zijn boek Geschichte der Leben-Jesu-Forschung (1913) alle tot dan toe verschenen zogenaamde biografieën van Jezus behandelt. Zelf voegt hij een nieuw element toe. Hij wijst er met nadruk op dat Jezus de zeer spoedige komst van het Koninkrijk Gods verwachtte. Uit bijvoorbeeld Mattheus 10 vers 23 “Ik zeg u, gij zult niet alle steden van Israël zijn rondgekomen, voordat de Zoon des Menschen komt” zou blijken dat Jezus de komst van dat koninkrijk al binnen een paar jaar verwachtte. Volgens Schweitzer is Jezus, toen de komst van het Koninkrijk Gods uitbleef, bitter teleurgesteld gestorven.

Na Schweitzer zijn er nog tal van half biografische studies verschenen, maar geen enkele 'biografie' van Jezus heeft ooit nog zoveel opzien gebaard als die werken van Strauss en Renan. Ook deze biografie van A.N. Wilson zal niet zo veel opzien baren als de twee werken van voornoemde auteurs. Het is zondermeer een uitstekend werkstuk, maar wie de afgelopen dertig jaar vrij goed gevolgd heeft wat er over Jezus is geschreven, zal er niet veel nieuws in ontdekken. Het is zelfs bij verschijnen al wat gedateerd, want de kennis die wij hebben opgedaan door de vondsten van de Dode-Zeerollen is er nauwelijks in verwerkt. Het steunt voornamelijk op twee oudere publikaties: het boek Jesus the Jew van Geza Vermes uit 1973 en het boek The Priority of John van John A.T. Robinson uit 1985. (Deze Robinson kennen we natuurlijk allemaal nog als auteur van dat belachelijke boekje Honest to God waarover we in de jaren zestig allemaal moesten discussiëren in Christelijke praatgroepen).

Het boek van Wilson is net zomin een biografie als dat van Strauss of Renan. In feite is het een verzameling van elf essays over aspecten van het leven van Jezus. Zo is er een verhandeling over de jeugd van Jezus, waarover bijster weinig te zeggen valt, al is het wel aardig dat Wilson opmerkt dat je nergens in de Schrift kunt vinden dat hij in een stal werd geboren. Sommige essays, zoals die over de apostel Paulus, en die over Johannes de Doper gaan zelfs niet eens over Jezus. Dat hoofdstuk over Paulus - ook niet nieuw trouwens, al wat daarin staat vind je bijvoorbeeld ook in het boek van Schweitzer over Paulus - is vakkundig geschreven en verdedigt de bekende these dat Paulus in feite de stichter is van het Christendom. Ten aanzien van Paulus durft Wilson te veronderstellen dat hij een van de gerechtsdienaren was die bij de arrestatie van Jezus heeft geholpen. Hij zou Malchus zijn, de slaaf van de hogepriester, die door Petrus ontoord wordt. Jezus zet dat afgeslagen oor er weer aan, iets dat Wilson doet uitroepen: als ik Paulus zou ontmoeten zou ik meteen zijn oren van dichterbij willen bekijken. Blijkbaar gelooft Wilson dus dat dat dat oorwonder echt gebeurd is! Je kunt hem door het hele boek heen betrappen op dergelijke wonderlijke uitspraken; Wilson is veel geloviger dan hij zelf beseft.

Mij lijkt de veronderstelling dat Paulus en Malchus dezelfde personen waren buitengewoon ver gezocht. Nergens in de brieven van Paulus vinden we ook maar één aanwijzing dat hij bij Jezus' arrestatie aanwezig was. Of zou Paulus zijn aandeel in de arrestatie zorgvuldig verzwegen hebben? Onwaarschijnlijk, en vanwaar dan die naam Malchus? Hij heette voor zijn bekring toch Saulus? Of was hij soms de Hugo Brandt Corstius van het Nieuwe Testament?

Eigenaardig is dat Wilson wel uitvoerig schrijft over de jongeman in Gethsemane 'die een laken om zijn naakte lichaam had geslagen', en die gegrepen wordt, zich losrukt en dan met achterlating van zijn beddegoed weet te ontkomen, maar niet vermeldt wat ik in mijn jeugd zo vaak te horen heb gekregen: dat was waarschijnlijk evangelist Marcus. Wilson verbaast zich over die jongen, maar kan verder ook niets verstandigs over zijn aanwezigheid aldaar, met alleen een laken om, meedelen.

Opvallend is dat Wilson, niet expliciet overigens, twee zaken aanvecht die min of meer vaststonden. Het eerste is dat de drie synoptische Evangeliën teruggrijpen op een oerbron, vaak de Quelle genaamd. Dat trekt Wilson in twijfel. Het tweede is dat het Evangelie naar Johannes pas veel later werd geschreven, rond 100 jaar na Christus. Volgens Wilson, en hij volgt daarin Robinson, is het Evangelie naar Johannes juist het eerst ontstaan. Echte argumenten daarvoor ontbreken; je kunt dat volgens mij, zoals Wilson doet, niet bewijzen met het feit dat evangelist Johannes een woord voor vis gebruikt dat hem doet kennen als een echte visser. Echte vissers had je in het jaar 100 na Christus ook.

Hoewel Wilson niet gelooft dat Jezus de Zoon van God was - en terecht opmerkt dat Jezus zichzelf ook nooit als de Zoon van God afficheert (maar, voeg ik eraan toe, als de Zoon des Mensen, en zonen des mensen zijn alle leden van het mannelijk geslacht) - heeft hij toch een diepe eerbied voor Jezus. Hij zegt bijvoorbeeld: “Hij was iemand van grote intelligentie en scherpzinnigheid. Er lijkt geen enkele reden te zijn om te betwijfelen dat hij een deugdzaam, altrustisch mens was, begaafd met geneeskracht en een apocalyptische, wellicht messianistische visie.” Cynische of boosaardige of kritische opmerkingen over Jezus ontbreken dan ook in dit boek. Er is, lijkt mij, maar één opmerking waar gelovigen zich misschien aan zouden kunnen ergeren. Wilson zegt dat als Jezus inderdaad zijn eigen opstanding voorzag, dat dan “zijn doodsangst toen hij werd gearresteerd en de zweetdruppels die hij in Gethsemane liet natuurlijk puur theater zouden zijn geweest.” Volkomen terecht merkt Wilson op: “Waarom zou een goddelijk wezen, dat er geheel op kan vertrouwen na drie dagen weer tot leven te zullen worden gewekt, ook maar de minste angst voor de dood aan de dag leggen?” Dat heb ik mijn hele jeugd door ook altijd gedacht als er over Jezus' kruisdood werd gepreekt en het doet mij goed dat nu eens zwart op wit bij een ander te zien.

In een ingezonden brief van 18 september rept Theo Brükx naar aanleiding van het interview dat Reinjan Mulder met Wilson had “over de baarlijke nonsens in diens biografie over Jezus”. Baarlijke nonsens is dit boek beslist niet. Evenmin is het een biografie. Het is een heel beheerst geschreven verhandeling over diverse aspecten van het leven van de mens Jezus, voor wie Wilson de grootst mogelijke bewondering heeft. Brükx, zelf kennelijk Rooms-katholiek, had wel kunnen opmerken dat het opvallend is dat Wilson de Rooms-katholieke literatuur over Jezus vrijwel volledig negeert. Zo ontbreken bijvoorbeeld verwijzingen naar het grandioze boek Der Herr van Romano Guardini (die, tussen haakjes, Schweitzer heel knap van repliek dient) en naar het toch ook in het Engels vertaalde wonder van geleerdheid van Edward Schillebeeckx: Juzus, het verhaal ven een levende. Wilson is leesbaarder dan Schillebeeckx, maar veel beperkter. Zijn boek vat goed samen wat een van grote eerbied vervulde, maar ook nuchtere ongelovige over Jezus van Nazareth zou kunnen denken. Het is een voorbeeld van moderne devotie.

    • Maarten ’t Hart