Snelheidsindex voor processors

Wie zich een oordeel wil vormen over de aantrekkelijke computers die tegenwoordig voor spotprijzen in de kranteadvertenties staan, die let op de grootte van de harde schijf, het interne geheugen, de kloksnelheid, de gebruikte processor en natuurlijk op de vraag of die spotprijs inclusief BTW is. Vroeger was dat simpeler dan nu. Een computer die met een kloksnelheid van 10 Mhz werkte was langzamer dan eentje die op 15 Mhz werkte, en die was weer langzamer dan een van 20 MHz. Die megahertzen geven het aantal trillingen per seconde van een kristalletje aan dat de functie van een dirigent vervult: bij elke trilling voert de computer een bewerking uit. Hoe meer trillingen per seconde, des te meer bewerkingen er achter elkaar kunnen worden uitgevoerd en hoe sneller de computer is. Snelheid is belangrijk in het computerwezen, want de ontwikkeling naar software met een sterk grafisch karakter vereist een groot aantal bewerkingen per seconde.

Bij de vergelijkende snelheidsberekeningen was de kloksnelheid een bruikbaar uitgangspunt, want hoewel ook de snelheid van de harde schijf en de grafische hardware een belangrijke rol speelt, waren de megahertzen in ieder geval een vaststaande grootheid en gemakkelijk te onthouden.

Dat werkte tot er nieuwe processoren kwamen. De meeste PC's werken met een processor van Intel. Het begon met de 8086 en de 8088, die in de eerste IBM PC's zaten, later kwam Intel met de veel snellere 80286. De 386 van zeven jaar geleden bracht een grote sprong voorwaarts. In plaats van 16 bits werden nu steeds 32 bits tegelijk verwerkt. De 486 was de volgende stap: een 386 samengebouwd met een mathematische co-processor en een cache-geheugen. De co-processor versnelt allerlei rekenkundige bewerkingen, het cache-geheugen is een beperkt geheugen waarin veel voorkomende commando's voor korte tijd kunnen worden opgeslagen, zodat niet steeds weer het centrale geheugen geraadpleegd hoeft te worden.

Toen vervolgens de processoren op verschillende kloksnelheden gingen werken en de 386 ook in een goedkope uitvoering geleverd werd (de 386 SX, die intern wel 32 bits verwerkte, maar aan de buitenwereld 16 bits presenteert), toen kwam de consument er niet meer uit. Gaat zijn DTP-pakket sneller door de computer als daar een 486 SX op 25 MHz in zit, of verdient een 386 DX op 33 MHz de voorkeur? Hoe gaat het doorrekenen van de salaristabel het snelst: met een 486 DX op 33 MHz of een 486 SX op 33 MHz?

Intel tracht nu aan deze door henzelf gecrëerde verwarring een einde te maken met de introductie van hun iCOMP-index. De iCOMP (intel Comparison of Microprocessor Performance) is een gewogen combinatie van een aantal bestaande snelheidstests en wordt uitgedrukt in een getal. Daarbij is een 486 SX die op 25 MHz draait als referentie genomen. Die staat op 100, de overige waarden zijn daarvan afgeleid. Een 486 DX2 die op 66 MHz draait heeft een iCOMP van 297, en is dus drie keer zo snel. Intel hoopt dat de adverteerders in het vervolg de iCOMP-waarden bij hun produkten afdrukken.

Hebben we hiermee dus zoiets als pk's voor computers? Helaas niet. Omdat de software zich steeds verder ontwikkelt en ook steeds nieuwe eisen stelt aan de processor, kan het zo zijn dat de waarden op een gegeven moment herzien moeten worden. Als video belangrijker gaat worden, zullen in de iCOMP-testen de video-prestaties zwaarder gaan wegen. Voor een deel zijn die processor-afhankelijk en dat kan dus betekenen dat de iCOMP-waarde van een oudere 386-variant opeens flink gaat zakken. De iCOMP is een dynamische eenheid, zegt Intel - meer zoiets als een beurskoers dus.

    • Warna Oosterbaan