Snel bochtenwerk van Major

LONDEN, 22 OKT. Het woord U-bocht heeft in de Britse politiek een heel eigen betekenis, sinds premier Margaret Thatcher haar doelbewuste rechtlijnigheid onderstreepte met de uitspraak: “You (de foenetische uitspraak van U) turn if you want to. This Lady is not for turning.” (U verandert maar van koers als u daar zin in hebt. Deze mevrouw hier is niet van haar stuk te brengen.)

Dat was in de tijd dat aanhangers van de Conservatieven nog vol ontzag en bewondering keken naar de manier waarop hun Leidster door roeien en ruiten ging om het ideaal te bereiken. Managers moesten kunnen managen, markten moesten vrij kunnen opereren en mensen moesten hun zuurverdiende geld zoveel mogelijk in hun eigen zak kunnen steken, zodat zij zelf voorzieningen konden treffen waarmee de staat niet langer van doen wilde hebben.

Sinds de Conservatieven in april jongstleden tegen alle voorspellingen in opnieuw de verkiezingen wonnen, heeft John Major daarom het ergst denkbare verwijt gekregen dat een opvolger van La Thatcher kan treffen: hij maakt U-bocht na U-bocht. Hij zwalkt.

Norman Lamont, de minister van financiën, zwalkt met hem mee. En of dat nog niet erg genoeg is: Michael Heseltine, de man die achter onberispelijke loyaliteit aan "de Leider' verbergt dat hij zelf ooit nog premier hoopt te worden, blijkt nu ook te zwalken. Van een doel waar naar de Conservatieven op weg zijn, lijkt opeens geen sprake meer. Als het er al is, lijken de middelen waarmee het moet worden bereikt, zo niet verderfelijk, dan toch bedenkelijk.

John Major worden tenminste drie U-bochten aangerekend: één ommekeer over de economie, toen hij het pond sterling terug trok uit het EMS; één ommekeer over de wenselijkheid zijn overspelige vriend David Mellor te handhaven als minister voor Nationaal Erfgoed en nu - sinds dinsdagavond - opnieuw een ommekeer over de economie. De mijnwerkerscrisis bracht de premier tot de uitspraak dat het terugdringen van inflatie tot nul niet langer primair is, maar dat het hem nu vooral gaat om groei en banen. “A bit rich” heet dat hier, wanneer het komt uit de mond van een man die een week eerder nog de ontslagaanzegging van 30.000 mijnwerkers had goed gekeurd, in de wetenschap dat die aankondiging nog eens 60.000 à 70.000 anderen in het steriele bestaan van werkloosheid zou meetrekken - en dat midden in een recessie.

Niet dat de regering niet haar best doet de uitspraken van de premier te relativeren door te spreken van een “verandering van belichting”: een béétje inflatie laat ruimte voor een begin van groei. Een tikje stimuleren van de economie leidt hoogstens tot een “acceptabel” niveau van inflatie, legde een staatssecretaris gisteravond nog eens uit. Achter hem doemde levensgroot de paginabrede kop van de voorpagina van de Financial Times van 13 oktober jongstleden op, boven een verslag van een hoorzitting met de minister van financiën zelf. “Lamont rules out kickstart” (Lamont sluit “aanjagen” uit.)

Premier Major is erin geslaagd zijn geloofwaardigheid door dit gezigzag in een periode van economische en politieke onzekerheid, zo aan te tasten dat nu 77 procent van de bevolking hem niet langer vertrouwt. Dat is het absolute dieptepunt voor een premier, sinds opiniepeilingen werden uitgevonden. Na de onceremoniële manier waarop de Conservatieven Partij Margaret Thatcher wist te dumpen, zijn de regels zo aangepast dat Major pas volgend jaar uitgedaagd kan worden in zijn positie als leider. Als hij er niet in slaagt voor die tijd greep op de gebeurtenissen te krijgen, of met economisch goed nieuws te komen, zijn zijn dagen nu al geteld.

En dan Michael Heseltine. Vriend en vijand verbazen zich eendrachtig over het feit dat een zo politiek gewiekst minister zich zo heeft kunnen vergissen, dat hij niet heeft voorzien wat zijn aankondiging over de mijnsluitingen zou losmaken. Dit was de minister die zijn functie heeft omgedoopt van minister van handel tot President of the Board of Trade. Dit was dezelfde man die het Conservatieve Partijcongres in Brighton twee weken geleden beloofde dat hij ten behoeve van de Britse industrie zou interveniëren - een vloekwoord voor de aanhangers van de vrije markt - “voor het ontbijt, voor de lunch en voor het diner en de volgende morgen opnieuw als het moet”. Hij moest uiteindelijk door het stof voor het Lagerhuis ten einde te voorkomen dat zijn veelbezongen blonde manen zouden vallen op het hakblok. Van “er is geen alternatief”, via “er is geen sprake van dat het Lagerhuis een onderzoek kan instellen” eindigde hij gistermiddag bij een “volledig en open herziening van de beslissing, waarbij de uitkomst niet vantevoren vast staat”. De vraag van Labour was, waarom hij al die beloofde afwegingen niet had kunnen maken voor hij 30.000 mijnwerkers een onzekere toekomst in het vooruitzicht stelde.

Er zijn theorieën in omloop, volgens welke Heseltine door anderen tot de aankondiging van het mijnwerkersontslag is “gelokt” met de verzekering dat alles in orde was. De initiatiefnemers achter die zet zouden Thatcher-aanhangers in de Conservatieve Partij zijn, die hoopten zich op die manier te kunnen ontdoen van een van de meest pro-Europese ministers in Majors kabinet. Een andere suggestie is, dat Heseltine het te druk had met andere dingen, waardoor hij even niet op de bal lette, maar alleen op het spel. De beslissing dat de mijnen gesloten zouden moeten worden, was tenslotte niet de zijne, maar die van zijn voorganger in het kabinet, en was hem gepresenteerd als onontkoombaar.

Hoe het ook zij, ook de geloofwaardigheid van Heseltine is nu sterk aangetast. De minister liet gisteren weer zien dat hij sterk is in verbaal geweld en dat hij tegenstanders kan meeslepen in het vuur van zijn betoog. Maar de door hem toegezegde “onpartijdige” herwaardering van zijn beslissing (door een onderzoeksbureau dat eerder adviseerde over de privatisering van British Coal) stelt hem voor een onaangenaam dilemma. Als die herwaardering zijn aanvankelijke conclusie (31 mijnen en 30.000 mijnwerkers weg) bevestigt, treft hem het verwijt van “witwassen”. Als de uitspraak in strijd is met die conclusie, zal hij of bakzeil moeten halen en misschien alsnog moeten aftreden of na eigen goeddunken moeten handelen en misschien ook moeten gaan. U-bocht of geen U-bocht: het premierschap lijkt voor Michael Heseltine niet meer tot de bereikbaarheden te horen.

    • Hieke Jippes