PSV komt niet aan essentiële tegentreffer toe

ATHENE, 22 OKT. Het "trauma van Montpellier' spookte gisteravond in het zwoele Athene weer door de hoofden van de PSV'ers. De nederlaag tegen AEK (1-0) riep herinneringen op aan het drama van twee jaar geleden, toen de Eindhovense ploeg in Frankrijk met dezelfde cijfers verloor en in het eigen stadion de misstap niet meer kon recht zetten (0-0). “Gelukkig is de sfeer onderling wel wat beter geworden”, sprak Hans van Breukelen zichzelf moed in. “We zullen over twee weken tegenover een muur van verdedigers komen te staan. We moeten dan de boel van begin af aan opjagen en slopen. Al kost dat tien gele kaarten.”

Het was het fanatisme van een doelman die in de herfst van zijn carrière verstoken dreigt te raken van internationaal voetbal. Voor PSV zou de klap bij een eventuele uitschakeling van nog grotere betekenis zijn. De landskampioen loopt als de volgende ronde niet wordt gehaald meer dan tien miljoen gulden aan inkomsten mis die tegenwoordig zijn verbonden aan de Champions League, de Europa Cup I-competitie tussen de laatste acht. Sinds 1988, het jaar dat het de fel begeerde trofee won, gaat het PSV niet meer voor de wind op het Europese podium. De Brabanders werden achtereenvolgens in de tweede, derde en tweede ronde uitgeschakeld. Dit jaar zou dat extra wrang zijn omdat hoofdsponsor Philips de play-off competitie financieel ondersteund.

Over dertien dagen zal PSV aanvallend meer gewicht in de schaal moeten leggen dan gisteravond in het sfeervolle Nikos Goumas-Stadion, waar de mensen al een uur voor de aanvang van de wedstrijd blijk gaven van hun enthousiame op de tribunes. In defensief opzicht maakte de ploeg eigenlijk slechts een fout, die toevallig ook fataal was. In de tweede helft dekte Van Tiggelen niet kort genoeg bij een vrije trap van Savevski (“ik vertrouwde op iemand anders, maar dat is geen excuus”), waarna de lange centrumspits Vasilios Dimitriadis via de paal inkopte. PSV gaf verder geen kans weg, maar zag zich toch in een ongunstige uitgangspositie gemanoeuvreerd omdat de spitsen Romario en Kieft uit drie kansen niet konden scoren.

En dat tegendoelpunt had trainer Hans Westerhof vooraf juist zo essentieel geacht voor het bereiken van de volgende ronde. Haaks op die opvatting stond een beetje de ingreep waartoe de Drent gisterochtend overging. Voor het ontbijt liet hij Romario weten dat hij niet tot het basisteam zou behoren. Met Ellerman als aanjager op het middenveld, Kieft in de punt en bovendien nog Numan en Vanenburg als opkomende halfspelers op de flanken vond Westerhof dat hij voldoende aanvallend ingestelde voetballers in zijn team had. Een begrijpelijke constatering, al was het opmerkelijk dat uitgerekend Romario, de best betaalde speler van PSV, daarvan het slachtoffer werd. Westerhof achtte Romario na een herstelperiode van een spierblessure nog niet fit genoeg om de klus in het kolkende stadion van AEK aan te kunnen.

De Braziliaan, die een internationaal succesje zo langzamerhand ook best kan gebruiken, reageerde aanvankelijk kwaad en ontgoocheld, kortom niet voor reden vatbaar. Het ging dit keer echter niet zover dat hij de kont tegen de krib gooide. Kort nadat hij van Westerhof de jobstijding had vernomen wendde hij zich tot assistent Frank Arnesen. Hij deelde de Deen mee dat hij zich collegiaal zou opstellen. Hij zou zonder mokken op de reservebank plaats nemen. Dat was achteraf in zijn eigen voordeel, want al na een kwartier kon hij het veld betreden om de bij een curieus hakballetje aan de hamstrings geblesseerd geraakte Gerald Vanenburg te vervangen. Voorlopig is een verrekking geconstateerd, maar de international betwijfelde gisteravond of hij de return in Eindhoven kan meemaken.

Arnesen over Romario: “Hij heeft vorige week zes dagen niet kunnen trainen. Tja, dan ga je allerlei zaken afwegen en dat viel niet in zijn voordeel uit. Het risico om met Romario te beginnen was te groot.” Bijna had het enfant terrible van PSV het tegendeel bewezen. Aan het einde van de eerste helft demarreerde hij als vanouds van zijn bewakers weg en stormde recht op doelman Minou af. Die wist de bal aanvankelijk te onderscheppen, liet het leer toch weer los en toen had het er alle schijn van dat Romario uit was op een persoonlijk succesje. Hij week uit naar de rechterkant en speelde de bal pas toen het laat was richting Ellerman. In de resterende tijd wist Romario nauwelijks iets af te dwingen; leek het er inderdaad op of hij de kracht miste voor een van zijn befaamde acties.

Van Breukelen: “Ik stond volledig achter de keuze van de trainer om Romario in het begin niet op te stellen.” En Wim Kieft over dit gevoelige onderwerp: “Het is de beslissing van de trainer, hij heeft de eindverantwoordelijkheid. Vraag mij er verder niets meer over.” Ook Romario zelf wilde er niet over uitweiden. Of hij een bandje afdraaide zei de grillige spits: “Ik heb niets te zeggen. Ik speel nog met plezier bij PSV.”

Gekweld door zorgen verdween PSV vervolgens tussen de souvlaki-stalletjes in de behaaglijke nazomeravond van Athene, waar het overdag nog gemakkelijk 27 graden kan worden. Afgezien van een respectabele blessurelijst (Popescu, Vanenburg en de minder zwaar gekwetsten Van Breukelen, Koeman, Kieft en Linskens), knaagt de onzekerheid over het bereiken van de lucratieve kampioenscompetitie. Een achterstand van 1-0 wordt in het behoudende hedendaagse voetbal allerminst als een gunstig uitgangspunt beschouwd. AEK Athene mist in de return Basilopoulos, Sabanazovic en "Rambo' Mitropoulos wegens schorsingen. Daar staat tegenover dat de gevreesde vrije verdediger Stelios Manolas weer van de partij kan zijn.

Verdedigen kunnen deze Hellenen als de besten. Vorig seizoen kreeg AEK in de tweede helft van de competitie in zeventien wedstrijden slechts acht treffers tegen. Kieft: “We zullen de wedstrijd snel moeten openbreken. Als we de volgende ronde niet halen ligt dat meer aan onszelf dan aan de kracht van de Grieken. Ik heb veel duels in de lucht gewonnen. Maar verder heeft PSV natuurlijk niet veel goede kopspecialisten.” Dat gevaar onderkende ook Arnesen: “Het lijkt wel of AEK is samengesteld uit basketballers. Ze speelden bovendien nu al met vijf, soms zes verdedigers. Dat zal in Eindhoven niet minder zijn.”

    • Erik Oudshoorn