Na elk Joegoslavisch akkoord meer strijd

Aan de onderhandelingstafel in Genève mogen de strijdende partijen in het voormalige Joegoslavië mooie akkoorden sluiten, de praktijk van iedere dag is dat de gevechten tussen de verschillende bevolkingsgroepen alleen maar in hevigheid toenemen.

BELGRADO, 22 OKT. Terwijl hevige regens de komst van een voor veel mensen vermoedelijk fatale winter aankondigen, bereiken de politieke spanningen en idiotie van de oorlog in voormalig Joegoslavië nieuwe hoogtepunten: aan de Adriatische kust werd gisteren een nieuw Kroatisch-Servische front geopend, de kleine oorlog tussen moslims en Kroaten (nominaal bondgenoten) in Midden-Bosnië gaat onverminderd door en leidde gisteren tot weer een nieuwe opschorting van de humanitaire luchtbrug op Sarajevo, en op de Joegoslavië-conferentie is sprake van een soort diplomatieke doorbraak tussen vertegenwoordigers van de strijdende partijen, waarvan niemand echter weet hoeveel die eigenlijk nog in hun eigen republiek te vertellen hebben.

Het nieuws over het nieuwe Kroatische-Servische front kwam gisteren van de waarnemers van de Europese Gemeenschap, die er in de Servische hoofdstad Belgrado een verontwaardigde persconferentie over hielden. Nauwelijks was onder hun auspiciën het voor meer dan een jaar bezette, Kroatische plaatsje Cavtat door het Joegoslavische leger ontruimd - bevolking juichend op straat, spontaan volksfeest - of een met witte auto's als EG-waarnemers vermomde speciale eenheid Kroatische militairen arriveerde en begon op de terugtrekkende troepen te schieten. Dat was de opmaat tot een gisteren de gehele dag voortdurend artilleriebombardement, eerst alleen van Kroatische, later ook van Servische zijde. Geen voorteken van een succesvolle uitvoering van vredesregelingen, concludeerden de waarnemers.

Nog ernstiger is de situatie rond de steden Vitez, Travnik en Novi Travnik in Centraal-Bosnië, waar grootscheepse vijandelijkheden zijn uitgebroken over de vraag of deze nu behoren tot de door het Kroatische leger in Bosnië-Herzegovina (de HVO) uitgeroepen staat, "Herceg-Bosna', of dat ook de moslims hier een stem in het bestuur mogen hebben. In Vitez zijn Britse troepen bezig met het opzetten van een hoofdkwartier voor de 5.000 man nieuwe VN-troepen in Bosnië, waar overigens ook een Nederlandse transporteenheid zal worden gestationeerd. Een konvooi van meer dan tweehonderd trucks met hulpgoederen is door de strijd tot stilstand gekomen. Het Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen van de VN (UNHCR) besloot de moeizaam hervatte luchtbrug op Sarajevo weer te op te schorten, na onbevestigde geruchten over omvangrijke troepenbewegingen in het strijdgebied, dat onder de aanvliegroute naar Sarajevo ligt. Vanmiddag zouden de hulpvluchten overigens weer hervat worden.

De strijd begon maandag in Vitez, toen de Kroaten daar weigerden een moslim-commandant nog langer aan "hun' benzinepomp te laten tanken, en diens protesten daartegen met de wapenen beantwoordden. Binnen de kortste keren waren overal barricades opgeworpen, die in deze oorlog meestal het begin van de vijandelijkheden vormen. Maar de oorzaken van de strijd liggen dieper: een al langer sluimerend conflict bijvoorbeeld over de vraag of het Kroatische leger HVO nu iets te maken heeft met de wettige regering in Sarajevo, of geheel op eigen gezag kan handelen.

Dit verschil in opvatting trad gisteren onbedoeld aan het licht toen het hoofd van de generale staf in Sarajevo, Sefer Halilovic, de moslims opriep het schieten op Kroaten te staken “daar de HVO deel uitmaakt van het Bosnische leger”. Tezelfdertijd hield het HVO een persconferentie in Mostar (de "hoofdstad' van Herceg-Bosna) waar consequent gerefereerd werd aan het "zogenaamde Bosnische leger' - aldus een reportage van de Kroatische televisie, die hoe langer hoe meer in de greep komt van een propagandacampagne tegen de Bosnische moslims.

Ook bij Mostar is trouwens al langer sprake van gewapende rivaliteit tussen het HVO en moslim-eenheden, die de Kroaten ervan beschuldigen Mostar te hebben bezet en te verhinderen dat zij noordwaarts trekken om te helpen de door de Servische eenheden belegerde Bosnische hoofdstad Sarajevo te ontzetten. Nadat de Kroaten hun strijd met de Serviërs min of meer hebben beëindigd, lijken zij de moslims, die vasthouden aan de conceptie van een eenheidsstaat Bosnië-Herzegovina, in toenemende mate als hun hoofdvijand te zien.

Eens zijn beide partijen het bijna alleen nog maar in hun afkeer van de VN-macht UNPROFOR. Nadat een VN-konvooi van Split naar Sarajevo vorige week doelbewust met mortieren onder vuur was genomen, is voor het eerst in de Bosnische oorlog de landweg naar Sarajevo (via Mostar en het dal van de Neretva) voor de humanitaire hulp onbruikbaar geworden.

Op de Joegoslavië-conferentie gaf de Bosnische president Alija Izetbegovic, die sinds het uitbreken van de oorlog in zijn land eerder geen internationaal forum zijn aanwezigheid waardig had gekeurd en steeds in Sarajevo was gebleven, onverwacht blijk van inschikkelijkheid. Tot nu toe mochten vertegenwoordigers van zijn regering niet aan één tafel met de Servische partij zitten, nu mag dat wel, voor het bespreken van militair-technische details over de demilitarisatie van Sarajevo. Een doorbraak was ook het gesprek in Genève tussen de president van Joegoslavië (Servië en Montenegro), Dobrica Cosic, en zijn Kroatische collega Franjo Tudjman.

Maar hoe machtig zijn al deze heren nog thuis? Izetbegovic en de zijnen hebben berichten uit Servië over een "staatsgreep' in Sarajevo tegen de president, die tevens heeft aangekondigd eind dit jaar te zullen aftreden, stellig van de hand gewezen. Dat er iets vreemds aan de hand is in de belegerde stad is wel zeker. Zo is "Juka', bijnaam van de onderwereldkoning Jusuf Prazina, wiens privé-legertje van enkele duizenden vechters een van de sterkste punten was in de verdediging van Sarajevo, gearresteerd op het moment dat hij met zijn mannen een heuvel ten zuiden van Sarajevo wilde innemen.

Vermoedelijk, menen waarnemers, spelen ook hier spanningen tussen Kroaten en moslims een rol - wellicht wilden de Kroaten niet dat deze strategische heuvel in handen kwam van een moslim-aanvoerder als Juka, die tot nu toe een volksheld was in Sarajevo, aan wie oden werden opgedragen die regelmatig via Radio Sarajevo werden uitgezonden. Juka's ster begon te dalen nadat zijn mannen eerder deze maand een einde hadden gemaakt aan de vrede in de stadswijk Stup, waar de Kroaten een bloeiende zwarte markt dreven. Naar verluidt ging het daarbij om een conflict over de baten van deze zwarte markt.

De man om in de gaten te houden in Sarajevo is Ejup Ganic, lid van het Bosnische presidium, legeraanvoerder, ethnisch-Kroaat maar (voor zover bekend) een aanhanger van de eenheidsstaat Bosnië-Herzegovina en dus geen volgeling van het Kroatische leger HVO en zijn sponsors in de Kroatische hoofdstad Zagreb. Onder Ganic, de machtigste man nu Izetbegovic al enige weken op reis is, gebeuren in Sarajevo vreemde dingen: de ontploffing in de laatste bakkerij van de stad bijvoorbeeld, die volgens correspondenten ter plaatse vermoedelijk het gevolg was van een bom in het gebouw, en niet van een Servische granaat, maar die in ieder geval de stad nu voor voedsel geheel van de aanvoer door humanitaire konvooien afhankelijk heeft gemaakt.

Ganic behoort echter tot degenen die UNPROFOR als een van de voornaamste vijanden zien, zoals hij meerdere malen op persconferenties duidelijk heeft gemaakt. De neutrale VN-vredesmacht en de humanitaire konvooien beschouwt hij maar als onnodig uitstel van de internationale interventie tegen de Serviërs waarop, meent hij, Bosnië-Herzegovina recht heeft. Dat is een opvatting die de afgelopen maanden al een aantal keren heeft geleid tot de beschieting van de eigen bevolking in Sarajevo, in de hoop dat deze wandaden de Serviërs zouden worden aangerekend en de vonk voor de interventie zouden doen overspringen.