Lawaaiige huurder mag uit huis gezet

DEN HAAG, 22 OKT. Huurders die te veel lawaai maken mogen in de toekomst door de verhuurder uit hun huis, flat of kamer worden gezet. Het is niet langer nodig dat de verhuurder hierover een clausule in het huurcontract opneemt of aantoont dat de huurder hem financiële schade berokkent, bijvoorbeeld doordat andere huurders vertrekken.

Dat heeft de Hoge Raad beslist in een geschil van een kamerbewoner aan de Zoeterwoudsesingel in Leiden met zijn verhuurder. Tot nu toe gold, volgens een arrest van 1960, dat een huurder niet uit zijn woning gezet kan worden wanneer hij overlast bezorgt.

In zijn pleidooi wees de advocaat van de verhuurder erop dat mensen steeds dichter op elkaar wonen. Omdat omwonenden juridisch weinig kunnen ondernemen tegen lastige huurders, wenden zij zich meestal tot de verhuurder om een einde aan het lawaai te maken. Volgens de advocaat maakt een huurder ook deel uit van een leefgemeenschap en moet hij zich aan de regels daarvan houden.

De verhuurder heeft volgens het arrest van de Hoge Raad de verplichting om op grond van “redelijkheid en billijkheid” tegenover medehuurders en andere omwonenden alles te doen wat in zijn vermogen ligt om de overlast door de huurder te beëindigen. Aangezien een gerechtelijk verbod met een dwangsom er in de praktijk maar zelden toe leidt dat de lastige huurder inbindt, heeft de Raad bepaald dat ontbinding van de huurovereenkomst gevolgd door ontruiming van de gehuurde ruimte, de enige effectieve manier is om de overlast te beëindigen.