Koolhaas alternatief voor Koolhaas bij ontwikkeling IJ-oevers

De oorspronkelijke motivering voor het IJ-oeverproject was versterking van de binnenstad. Nu is bewust gekozen voor een wijk met een uitgesproken eigentijds karakter: “Als je de IJ-oevers wilt ontwikkelen, laat dan zien wat je doet en toon geen valse schaamte”, zo luidt het standpunt van Jaap van Rijs, directeur van de Amsterdamse Waterfront Financieringsmaatschappij, en compagnon van Rem Koolhaas, de ontwerper van het ruimtelijk scenario voor het IJ-oeverproject. Er zijn echter Amsterdammers die menen dat er nu een wezensvreemde strook tussen hun stad en het IJ wordt geschoven, die op gebrekkige wijze verbonden is met de bestaande stad.

Is er dan geen alternatief?

Wat mij verontrust, is niet in de eerste plaats het plan-Rem Koolhaas op zichzelf, maar wel de schijnbare eenstemmigheid waarmee het naar zijn vervulling wordt gestuwd zonder dat het zich heeft moeten meten met een alternatief. Was het niet zo, dat bij de voorbereiding van de Bijlmermeer de discussie over alternatieven telkens in de kiem gesmoord werd? Daar was een proces van group think aan de gang, dat Maarten Mentzel in zijn dissertatie over de Bijlmer heeft beschreven. Dit is een vorm van bevangenheid waardoor iedere twijfel of kritiek in de groep wordt afgedaan als ondermijning en verraad.

Voor de IJ-oevers is een alternatief plan voorhanden, ontworpen door Teun Koolhaas. Waar Rem Koolhaas de benodigde ruimte in de hoogte zocht, zoekt en vindt Teun Koolhaas de ruimte in de breedte. Achter het Centraal Station, waar het zo'n ondraaglijk gedrang van functies dreigt te worden, plempt hij een strook land van 150 meter aan. Het IJ wordt in zijn visie eenvoudig naar het noorden verschoven, doordat de uitstekende punt aan de noordoever wordt weggegraven.

Hierdoor heeft Teun Koolhaas achter het Centraal Station ruimte geschapen voor een volwassen stadswijk, die voldoende kritische massa heeft om aan wonen en werken onderdak te verlenen, zonder zijn toevlucht te nemen tot hoogbouw. Als expert in waterbouwkundige werken heef Teun Koolhaas een verkeerstunnel noordelijk langs de oever in het IJ gelegd: “een tunnel in het natte is veel goedkoper dan in het droge”.

Nu is het woord "dempen' in de ogen van veel Amsterdammers zoiets als een vloek. Laten we echter niet vergeten dat de westelijke en oostelijke eilanden, het Oostelijk Havengebied en het Stationseiland als kunstmatig in het IJ zijn aangelegd. Water dempen en waterlopen verleggen hebben de Amsterdammers gedaan sinds 1275.

Het plan van Teun Koolhaas bevat uiteraard veel details, die hier echter niet ter zake doen, omdat het gaat om het principe van een alternatief waarover een open discussie mogelijk moet zijn. Wel dient te worden vermeld, dat er is gedacht aan verbindingen met Noord, dat grote stadsdeel, dat tot nog toe zo stiefmoederlijk is bedeeld; aan recreatief contact met het water; aan zichtlijnen en, tenslotte, aan de financiële haalbaarheid. Het is, kortom geen utopie, maar een reëel voorstel.

Het verschil tussen Rem Koolhaas en Teun Koolhaas kan worden gekarakteriseerd als hoog gespannen tegenover ontspannen. Rem brengt ons de allure van de Défense bij Parijs; Teun brengt ons op elegante wijze nieuwe wijken, die aansluiten bij meer traditionele Amsterdamse woonvormen.

Het gaat er nu niet om het éne plan te propageren ten koste van het andere, maar om het alternatief te erkennen zodat er in het openbaar over de consequenties van beide plannen kan worden geoordeeld.

    • Richter Roegholt
    • Schrijver Vangeschiedenis van de Hoofdstad