Kamer: geen twee identiteitskaarten

DEN HAAG, 22 OKT. De Tweede Kamer vindt dat staatssecretaris De Graaff-Nauta (binnenlandse zaken) de produktie van een rijks-identiteitskaart moet staken. Dit bleek gisteren tijdens een mondeling overleg tussen de Kamercommissie binnenlandse zaken en de bewindslieden van binnenlandse zaken en justitie over het Project Reisdocumenten.

De Vereniging van Nederlandse Gemeenten komt per 1 januari al met een dergelijke kaart. Daardoor komt volgens de Kamer het identiteitsbewijs van Binnenlandse Zaken, dat waarschijnlijk over twee jaar gereed is, “als mosterd na de maaltijd”.

Binnenlandse Zaken werkt sinds vorig jaar aan het nieuwe Nederlandse paspoort en de zogeheten Europese reiskaart die tevens zal dienen als identiteitsbewijs. Dit identiteitsbewijs zullen alle burgers nodig hebben wanneer de identificatieplicht van kracht wordt.

Minister Dales en staatssecretaris De Graaff-Nauta verrasten de Kamer gisteren met de mededeling dat terugdraaien van de rijks-identiteitskaart niet meer mogelijk is. Begin deze maand is de aanbesteding van het paspoortproject gestart met een mededeling in het publikatieblad van de EG. De Graaff-Nauta zei gisteren dat intrekken van de aanbesteding vermoedelijk zal leiden tot forse schadeclaims van mogelijke producenten van de nieuwe reisdocumenten. Hierdoor staat nu al vast dat er op termijn twee identiteitsbewijzen op de markt komen: een van Binnenlandse Zaken en een van de VNG. Alle fracties in de Tweede Kamer achten die ontwikkeling uiterst ongewenst.

Overigens schreef De Graaff-Nauta zelf in mei dit jaar aan de Kamer dat ook het kabinet op dat moment tegen invoering was van twee bijna identieke kaarten. Het kabinet achtte dat “nodeloos verwarrend en derhalve ongewenst”.

Gisteren trachtte de staatssecretaris het probleem te relativeren door te zeggen dat het “toch niet zo'n ramp is wanneer er twee pasjes komen”. De Tweede Kamer vindt echter dat het gemeentelijke identiteitsbewijs zeer goed door de VNG kan worden ontwikkeld onder auspiciën van Binnenlandse Zaken. De Graaff-Nauta benadrukte echter haar staatsrechtelijke verantwoordelijkheid. “Anders moet hier de VNG zitten en niet ik.”

Pag 2: Motie VVD tegen twee kaarten

Voor VVD-woordvoerder Wiebenga was de gang van zaken aanleiding om de bewindsvrouwen van binnenlandse zaken op korte termijn voor een plenair debat naar de Kamer te roepen. “Wij zullen de staatssecretaris confronteren met een motie dat het volk niet dient te worden opgezadeld met én een rijks-identiteitskaart én een VNG-kaart,” aldus Wiebenga.

De Kamer drong er bij De Graaff-Nauta op aan, voor het plenaire debat over de identiteitskaart uitsluitsel te geven over de financiële consequenties van het eventuele terugdraaien van de rijks-aanbesteding. Eventuele steun van de regeringsfracties aan een motie van de VVD hangt af van de geschatte omvang van die schade.

De positie van staatssecretaris De Graaff-Nauta zou daarmee in het geding kunnen komen. Opmerkelijk in dit verband is, dat minister Dales gisteren op de vraag waarom zij eigenlijk bij het overleg aanwezig was, uitdrukkelijk stipuleerde “zich niet van het beleid van de staatssecretaris te willen distantiëren.” Dat betekent dat zij haar politieke lot aan dat van staatssecretaris De Graaff-Nauta verbindt. Wiebenga: “Het kabinet ligt kennelijk op ramkoers, en doet alles om te verhinderen dat de staatssecretaris schade oploopt.”

In 1988 mislukte een eerder paspoortproject. De conclusies van een ingestelde parlementaire enquête leidden toen tot het aftreden van minister Van Eekelen en staatssecretaris Van der Linden.