Hoop op nog lagere rente blijft

ROTTERDAM, 22 OKT. Zowel geldmarkt- als kapitaalmarktrente daalt de laatste weken. Dat is een goede ontwikkeling, gezien de dreigende recessie in de wereldeconomie en de recente chaos in het Europees Monetair Stelsel (EMS). Nederland en België, de landen met de sterkste munten, profiteren het meest. Zij verlaagden gisteren de belangrijkste tarieven met een kwart procent.

De stap die de Bundesbank gisteren nam om de beleningsrente met 0,15 procent te laten zakken tot 8,75 procent, is uiterst bescheiden. Te weinig voor de meeste andere Europese landen om de tarieven te verlagen. Europese beurzen reageerden dan ook teleurgesteld. Alles in Europa draait om de Duitse rente, omdat Duitsland nu eenmaal de grootste economie is en de D-mark het anker van het EMS.

Komt er een verlaging van de officiële Duitse tarieven, met name van de belangrijke lombard-rente? Vanuit Frankfurt probeerde men gisteren al te groot optimisme de kop in te drukken. Reimut Jochimsen, lid van de bestuursraad van de Bundesbank, sprak van “overdreven” verwachtingen.

De Bundesbank heeft inflatiebestrijding en beperking van de geldhoeveelheid nog altijd hoog in het vaandel staan. Wel is het zo dat de tragere economische groei in Duitsland de inflatoire druk vermindert. En dat schept ruimte voor een verlaging van de rentetarieven.

De Bundesbank maakte gisteren bekend dat de groei van de geldhoeveelheid (M3) in september 9,1 procent bedroeg. Dat is minder dan de voorspelde 10 à 12 procent, maar ruim boven de doelstelling van 3,5 à 5,5 procent. Vice-president Hans Tietmeyer onderstreepte deze week weer dat ook de Bundesbank er oog voor heeft dat speciale factoren de M3 opstuwen, zoals de recente interventies op de valutamarkten.

Zulke uitlatingen doen hoop op verdere renteverlaging toenemen. Dat de Bundesbank gisteren slechts een voorzichtig stapje deed, wijst erop dat Frankfurt nog met argusogen kijkt naar de ontwikkelingen aan het CAO-front en het Duitse overheidstekort.

Een voor de rente-ontwikkeling hoopvol geluid klonk gisteren uit het CDU-kamp van kanselier Kohl. Partijmanager Peter Hintze liet heel voorzichtig doorschemeren dat er wel eens belastingverhogingen kunnen komen, waardoor het door de hoge kosten van de Duitse eenwording opgelopen overheidstekort kan dalen. Volgens veel critici had dat al veel eerder moeten gebeuren, met andere woorden: niet zozeer de Bundesbank als wel kanselier Kohl is schuldig aan de hoge rente.

Een "solidariteitspact' over de lonen, waartoe de bonden zich onder voorwaarden bereid hebben verklaard, kan het klimaat verder rijp maken voor renteverlaging. Analisten gaan ervan uit het in december zover is.

Een belangrijk effect van een Duitse renteverlaging is dat de spanningen in het EMS, die vorige maand leidden tot het "uitstappen' van pond en lire, kunnen verminderen. Een massale vlucht in de D-mark wordt dan immers afgeremd. De Bundesbank zal een renteverlaging vrijwel zeker willen koppelen aan herschikking van de Europese muntkoersen. Vorige maand leidde de Britse weigering om een Duits herschikkingsvoorstel te aanvaarden tot algehele monetaire chaos. De EG-landen zullen ervan hebben geleerd.

Een blik op het EMS maakt duidelijk dat de peseta voor devaluatie in aanmerking komt. En daarmee ook de escudo, omdat de Portugese economie sterk aan de Spaanse is verbonden. Om soortgelijke reden zou ook het - aan het gedaalde Britse pond gekoppelde - Ierse punt in waarde kunnen dalen.

Een Duitse renteverlaging is van groot belang voor Frankrijk. De hoge reële rente fnuikt er de economie. Een Franse renteverlaging is nu moeilijk te realiseren, omdat dan de speculatie tegen de franc kan losbarsten. En zonder de franc zou het EMS feitelijk hebben opgehouden te bestaan.

Ook het grote renteverschil tussen de VS en Duitsland, een belangrijke bron voor monetaire spanningen, kan straks afnemen. Analisten houden er rekening mee dat bij een verkiezing van Bill Clinton tot president de bestedingen in de VS oplopen en daarmee ook de (zeer lage) Amerikaanse rente. Hierdoor wordt de D-mark minder aantrekkelijk, wat rust geeft aan het Europese monetaire front.

De effecten van dalende rente voor de reële economie komen met enige vertraging. Volgens het Centraal Planbureau levert één procent lagere (lange) rente na twee jaar 0,4 procent extra groei op. Een wenkend perspectief want De Nederlandsche Bank kan, ook al in het licht van de afnemende inflatie, de tarieven opnieuw verlagen als de Bundesbank een zelfde stap zet. Minister Kok is bij één procent minder rente zo'n 200 miljoen minder kwijt aan rentelasten voor het financieringstekort, al heeft hij aan de jongste renteverlaging nog weinig omdat het tekort over 1993 al vrijwel geheel is gefinancierd.

Optimisten moeten nog enig geduld oefenen. Maar het kan zijn dat zij degenen die een zwarte kijk hebben op de wereldeconomie binnen een paar maanden overstemmen.

    • Hans Buddingh'