Het strafrecht en de verdediging van de Duitse eer; Van zwijnen en bananen

“Und, heute schon Schwein gehabt?” luidt een reclamekreet van een Duitse slager. Wie Schwein heeft, heeft geluk. Maar de meeste andere toepassingen van het woord hebben een andere bijbetekenis. Schwein is een van de populairste beledigingen in Duitsland, met Idiot als waarschijnlijk grootste concurrent. Wat in Nederland echter kein Schwein (geen hond) weet, is dat wie in de Bondsrepubliek een ander een Schwein noemt, zich door deze belediging ook strafbaar maakt. Ook andere, in onze ogen relatief onschuldige, uitingen kunnen dat bewerkstelligen. Het wijzen naar het voorhoofd bijvoorbeeld, of het tonen van de middelvinger. Zelfs het tutoyeren kan in Duitsland beledigend, en dus strafbaar zijn.

In Nederland ligt dat anders. De Amsterdamse advocaat mr. J. Duvekot: “De belediging, als pure vormvrije uiting, is in de strafrechtontwikkeling na de Tweede Wereldoorlog uit het Nederlandse strafrecht verdwenen. Maar zoals bekend is het hier wel verboden in het openbaar hetzij mondeling, schriftelijk of met een afbeelding, een groep mensen naar ras, godsdienst of levensovertuiging, of naar seksuele gerichtheid opzettelijk te beledigen.”

Een apart verbod op dit soort beledigingen kent het Duitse recht niet. Discriminerende beledigingen zijn juridisch gelijkgesteld aan beledigingen als het wijzen naar het voorhoofd.

Rüdiger Bagger is Oberstaatsanwalt (hoofdofficier van justitie) in Hamburg. In zijn functie van aanklager bij strafzaken heeft hij regelmatig van doen met beledigingen. “Het is in feite een uiting van minachting of verachting”, zegt hij. “Het beledigingsartikel is ontstaan in de tijd dat er duels werden gehouden. In die periode was de eer van een man onaantastbaar. Vanuit diezelfde overweging - de verdediging van iemands eer - is de beledigingsparagraaf in de wet terechtgekomen.”

Beledigingen komen vooral in het verkeer veel voor. “Mijnheer A wil inhalen, en mijnheer B gaat niet of niet snel genoeg naar rechts. Dan wordt er al gauw naar het voorhoofd gewezen. Daar blijft het meestal bij, maar er zijn ook mensen die dan uit hun vel springen, ausrasten. Als dan ook nog de echtgenote ernaast zit die zegt: ”Egon, dat hoef je niet te accepteren', dan komt het meer dan eens tot aangifte. We seponeren veel van die zaken, ook al omdat ze een remmend effect hebben op de bestrijding van de echte criminaliteit. Maar wanneer iemand al vaker veroordeeld is wegens belediging, het als Dauersport beoefent, dan vervolgen wij zo iemand. Dat doen we ook wanneer iemand iedere ochtend bij het verlaten van zijn huis zijn buurvrouw met de woorden dumme Sau begroet”, aldus Bagger.

Zelf wordt de Oberstaatsanwalt ook vaak beledigd. “De keren dat willekeurige burgers die mijn naam in de krant gelezen hebben mij beledigen zijn niet te tellen. Ik krijg dingen te horen als: ”Wanneer Mathias Rust niet minstens acht jaar krijgt dan slaan we jou, Schwein, dood.' Of: ”Je vader had jou in het gras moeten spuiten, dan was je tenminste nog een fatsoenlijke kikker geworden.' Alleen al om economische redenen ga ik in dat soort gevallen niet over tot vervolging. Er wordt dan ook wel gezegd dat officieren van justitie en rechters niet te beledigen zijn.”

Dat niet alle Staatsanwälte volgens Baggers motto handelen, blijkt uit een rechtszaak die in 1990 voor het Hamburger Landgericht plaatshad. De beklaagde was in beroep gegaan tegen een veroordeling wegens belediging in het verkeer. Tijdens de pauze van de zaak in hoger beroep hoorde een vertegenwoordigster van de Staatsanwaltschaft hem toevallig tegen zijn advocaat zeggen: “Die rechter hoort thuis bij het Volksgerichtshof” (een rechtbank uit de nazi-tijd). De man werd veroordeeld wegens belediging in het wegverkeer én - in een tweede proces - wegens belediging van de rechter.

Grappen met een beledigend karakter zijn ook strafbaar. Waar echter van satire sprake is, worden vrij ernstige beledigingen meestal niet als zodanig gezien. Om die reden heeft Franz-Josef Strauss, de voormalige minister-president van Beieren, herhaaldelijk aan het kortste eind moeten trekken, onder meer in een zaak waarin het ging om een tekening waarop de CSU-politicus als copulerend varken stond afgebeeld.

De strafbare belediging geldt niet alleen natuurlijke personen, maar ook politieke partijen en zelfs de Bondsrepubliek als staat. Om die laatste ”belediging' (niet 185, maar 90a) ging het bij een rechtszaak in Münster. Een jongeman had op zijn auto een sticker geplakt met de tekst Bananenrepublik Deutschland. De advocaat van de stickerplakker, Jonas Rieger: “Niet-juristen die van het voorval horen, moeten er om lachen en kunnen zich niet eens voorstellen dat het tot een aanklacht gekomen is. De rechter ging er echter aanvankelijk van uit dat mijn Mandant schuldig was. Hij had dan ook maar twintig minuten voor de rechtszaak gepland. Mijn cliënt is uiteindelijk vrijgesproken, maar pas na een rechtszaak van meer dan vier uur. Mijn verdediging was erop gebaseerd dat de ”beledigende' sticker voor meerdere interpretaties vatbaar was. Der Spiegel gebruikte het begrip in een artikel over de Bondsrepubliek als grootste bananenimporteur ter wereld. En de term Bananenrepublik wordt ook wel gebruikt omdat de banaan na de Währungsunion het meest gevraagde produkt in de vijf nieuwe deelstaten was.”

Een andere uitweg om iemand straffeloos te beledigen, biedt artikel 5 van de grondwet van de Bondsrepubliek, dat het recht op de vrije meningsuiting garandeert. In een column voor de krant Die Welt noemde de journalist Enno von Loewenstern de PDS een misdadigers- en een moordenaarsbende. Het Kammergericht van Berlijn kende in zijn uitspraak in hoger beroep aan Loewenstern het recht toe dit te schrijven, in het licht van het eerder genoemde grondwetsartikel. Zeer interessant (maar misschien niet helemaal a-politiek) was de argumentatie van de rechtbank: “Het woord Mörderbande (...) wil zeggen dat de PDS, die identiek aan de SED is, voor een enorm aantal misdrijven met dodelijke afloop verantwoordelijk moet worden gehouden.” Kennelijk heeft de ”koude-oorlogvoerder' en ”voormalige leenheer' (aldus PDS-voorlichter Harnisch) Von Loewenstern zich bediend van de fraaiste vorm van belediging die wij kennen: de belediging die geen belediging is, maar het uitspreken van een voor de ander zeer onaangename waarheid.

    • Dré de Man