Heerlen wil "Europees' bedrijventerrein; Wij scheppen hier een heel nieuwe situatie, een model voor Europa'

HEERLEN, 22 OKT. Het gebied ligt erbij als een restje Nederland, ingeklemd tussen een verkeersplein, de autoweg A76, douanepost Bocholtz en de Duits-Nederlandse grens. Bij de recente grenscorrecties lijkt men deze Nederlandse uitstulping in Duitsland over het hoofd te hebben gezien. Toch is voor dit stuk grond, waar de boer zijn laatste bieten rooit, een gouden toekomst weggelegd als de stadsbesturen van Heerlen en Aken hun zin krijgen.

Vorige week hebben de twee gemeenteraden tijdens een stijlvolle zitting in het Akense raadhuis, waar de geest van "Europeaan' Karel de Grote nog rondwaart, een intentieverklaring ondertekend om zelf iets van de Europese eenwording te verwezenlijken. Hier moet het eerste werkelijk grensoverschrijdende bedrijventerrein worden aangelegd, waar bedrijven zich onder dezelfde voorwaarden aan de ene of de andere zijde kunnen vestigen. Heerlen brengt veertig hectare in, Aken zestig.

De eerste ervaring van de wegbereiders van het plan is dat het onmogelijk lijkt de twee bureaucratische systemen op één lijn te krijgen. Ook al vervallen op 1 januari de economische binnengrenzen, alles wat met ruimtelijke ordening, milieuwetgeving, subsidieregelingen, gezagsverhoudingen of belastingen te maken heeft, is aan de ene kant van de grens anders geregeld dan aan de andere kant.

Reden te over dus om er nooit aan te beginnen, maar de Heerlense wethouder Hub Savelsbergh zet zijn brede borst er nog eens voor op: “Ik heb tegen onze gemeenteraad gezegd: we moeten niet zeuren over de problemen, maar zeggen wat onze wensen zijn. Dan zorgen we ervoor dat die worden verwezenlijkt.”

Zijn Akense collega Wilhem Niehüsener deinst evenmin voor de problemen terug: “Ik heb hier met juristen gesproken over de juridische consequenties. Ze vertelden me dat er eigenlijk een grondwetswijziging nodig is om het plan te verwezenlijken. Als je dáár aan moet beginnen, kun je beter meteen ophouden. Wij gaan ervan uit dat dit een pilotproject is, uniek voor heel Europa. Het móét lukken, want anders stelt de Europese eenwording bitter weinig voor.”

Heerlen en Aken zijn niet uit Europees idealisme aan het hachelijke avontuur begonnen. Voor beide steden speelt het eigenbelang ook een belangrijke rol. Heerlen wil de kans aangrijpen om hoogwaardige industrie aan te trekken en kan daarbij Aken met zijn vermaarde Rheinisch-Westfälische Technische Hochschule uitstekend als partner gebruiken.

“Wij hebben in Zuid-Limburg ook het een en ander aan kennis te bieden. Als je dat kunt combineren met de geweldige kennis die in Aken rond de RWTH aanwezig is en de wil om die kennis aan bedrijven ten goede te laten komen, heb je een geweldige potentie in huis,” jubelt wethouder Savelsbergh. “Ga maar eens na wat we te bieden hebben als de Japanners zich komen oriënteren: vlak bij Heerlen een Japanse golfbaan, in Maastricht Japans onderwijs en Japanse gezondheidszorg, in Aken een technische universiteit met een groot aantal Japanse studenten.”

Aan de andere kant van de grens zit Aken dringend verlegen om bedrijfsterreinen. Het moet investeerders regelmatig naar andere plaatsen verwijzen omdat de bestaande terreinen vol zijn.

De bezwaren van een Akense actiegroep dat hier een tweede Ruhr-gebied onder de rook van het eerste en van DSM dreigt te ontstaan, zijn volkomen ongegrond, vindt wethouder Niehüsener: “Hier zijn alleen internationaal gerichte hightech-bedrijven welkom, dus niet van die rokende schoorstenen. Het terrein ligt ideaal voor transportbedrijven, maar die hebben we in de intentieverklaring nadrukkelijk uitgesloten.”

De twee partners denken vier à vijf jaar nodig te hebben om alle problemen op te lossen, àls ze zijn op te lossen. De eenvoudigste lijken vragen als op welk telefoonnet bedrijven moeten worden aangesloten of welk land de energie moet leveren. Moeilijker wordt het als een milieu-effectrapportage moet worden opgesteld: aan Nederlandse zijde is dat geen wettelijk vereiste, omdat het gebeid te klein is, maar toch komt er een MER. “We hebben afgesproken dat waar twee regelingen verschillen, voor de strengste wordt gekozen. Dus maken wij een MER volgens Duitse normen,” zegt wethouder Savelsbergh.

Aan Duitse zijde staat daar tegenover dat er met on-Duitse spoed wordt gewerkt aan wijziging van het streekplan, dat nu nog de industriële bestemming van het gebied in de weg staat. Het rood-groene gemeentebestuur van Aken heeft al toegezegd dat het voor een uniek afwateringssysteem zal zorgen volgens de laatste stand van de wetenschap.

Toch zal er een grens over het bedrijventerrein blijven lopen, geeft Niehüsener toe: “Alleen al omdat de grondprijzen bij ons op een heel andere manier worden berekend. In Nederland kan een gemeente landbouwgrond kopen tegen landbouwprijzen en er vervolgens een industriebestemming op leggen. Maar in Duitsland bepaalt de toekomstige bestemming de prijs. Als Heerlen tien gulden voor de grond betaalt, betalen wij er honderd mark voor. We willen dat verschil wegwerken, omdat we één en dezelfde prijs voor het terrein willen hanteren. Dat kan niet zonder subsidies van overheden.”

De regionale fondsen in Brussel zullen flink moeten worden aangesproken om het bedrijventerrein mogelijk te maken, wordt aan beide zijden toegegeven. Op eigen kracht kunnen de gemeenten onmogelijk de benodigde 150 miljoen gulden opbrengen. Maar voor wat, hoort wat, vinden de initiatiefnemers: “Wij scheppen hier een heel nieuwe situatie, een model voor Europa. Er zal veel geregeld worden door uitzonderingen te maken op de bestaande nationale regels, maar er zullen ook toch Europese regels moeten komen,” zegt Niehüsener. “Wij kennen hier bij voorbeeld een bedrijfsbelasting, die Nederland niet kent. Dat soort belastingen moet toch met voorrang worden geharmoniseerd als je een gemeenschappelijke markt wilt scheppen.”

    • Jacques Herraets