Goya's gevonden in Madrid

In 1798 kreeg Francisco Goya opdracht de koepel en plafonds van de Ermita San Antonio de Florida in Madrid te beschilderen. Hierbij maakte hij voor het eerst gebruik van de fresco-techniek. In de koepel schilderde hij een grote groep boeren, burgers en schurken die half over een balustrade hangend toekijken hoe San Antonio een wonder verricht. Deze fresco's bleken zo kwetsbaar dat er een tweelingkapel voor de kerkdiensten naast werd gezet. De Burgeroorlog, slechte restauraties en ruim een eeuw Antonius-verering met veel brandende kaarsen hadden echter zo veel schade aangericht dat de kapel in 1990 voor restauratie werd gesloten. Hoewel dit werk nog zeker tot 1994 zal voortduren, is de Ermita sinds deze zomer weer voor het publiek open (Glorieta San Antonio de la Florida, di t/m za 10-14u en 17-20u, zo 10-14u).

Het is niet de enige plaats in Madrid waar werk van Goya is te zien. Zijn lot is zo nauw met de stad verbonden geweest dat je met gemak een hele Goya-route zou kunnen uitzetten. Als hofschilder portretteerde hij er de Spaanse koningen en de adel, als chroniqueur de opstand tegen de Fransen in 1808, volksfeesten, stieregevechten en straatscenes.

Goya's artistieke ontwikkeling is natuurlijk in de eerste plaats te volgen in de vorstelijke schilderijenverzameling van het Prado-museum (Paseo del Prado). Zijn eerste baantje kreeg hij in de Real Fabrica de Tapices (Fuenterrabia 2) waar hij voor wandkleden kartonontwerpen maakte, waarvan er nu nog enige te zien zijn. Intussen probeerde hij tweemaal tevergeefs toegelaten te worden tot de prestigieuze Real Academia de Bellas Artes San Fernando (Alcala 13). Het bestuur van deze kunstacademie zal toen niet vermoed hebben dat ze hun toekomstige directeur afwezen. Aan zijn directeurschap heeft de Academia een aantal mooie doeken overgehouden, waaronder een melancholiek zelfportret uit 1815. Zijn eerste grote kans op bekendheid kreeg Goya met de opdracht tot het schilderen van "De prediking van de heilige Bernardus van Siena' voor de Basilica San Francisco el Grande (plaza de San Francisco). Andere religieuze schilderijen hangen in de Iglesia San Anton (Hortaleza 63, tussen 19-20u) en het Museo Romantico (San Mateo 13).

In 1789 benoemde Carlos IV Goya tot hofschilder. Vorstenportretten zijn ook nu nog te zien in het Palacio Real (Bailen, plaza de la Armeria). Hier vlakbij ligt het Palacio de Liria (Princesa 20), waar de nazaten wonen van Cayetana, de dertiende hertogin van Alva, die bevriend was met en - naar men aanneemt - zelfs minnares was van de schilder. Een portret van haar, verscheidene andere Goya's en het huis van de Alva's zijn te bezichtigen voor wie ruim van tevoren een schriftelijk verzoek indient.

Goya was een liberaal denker, en toen de Fransen onder leiding van Josef Bonaparte zich in 1812 uit Madrid terugtrokken, schilderde hij op het schilderij "Allegorie van de stad Madrid' het in een medaillon gevatte hoofd van Bonaparte over met het woord "Grondwet' (in het Museo Muncipal, Fuencarral 78). Latere vorsten lieten echter hun eigen hoofd weer in het medaillon schilderen, zodat liberale regeringen er weer "constitutie' overheen moesten kalken. Pas in 1872 hakte men de knoop door en werd er "2 mei 1808' in het medaillon geschreven, ter herinnering aan de opstand tegen de Fransen.

Goya's fascinatie voor het gewone leven en de griezelige kanten daarvan, komt tot uiting in de reeks kleine doeken van het Museo Lazaro Galdiano (Serrano 122). Ze lijken een voorloper van de beroemde - nu in het Prado ondergebrachte - Pinturas Negras. Sombere, bijna surrealistische voorstellingen die Goya schilderde op de muren van zijn landhuis aan de Manzanares, buiten de stadsmuren. Hier trok hij zich terug, gekweld door doofheid en gedesillusioneerd door het regime van Fernando VII. Wie zoekt naar resten van het huis wordt teleurgesteld: een met anarchistische tekens bekladde kop van Goya, vlak bij de Ermita de San Isidro, kijkt mistroostig uit over de stad en het voetbalstadion en vormt de enige herinnering aan het verblijf van de schilder.

Goya, die als balling in Frankrijk stierf, werd in Madrid (her) begraven. Hij ligt sinds 1919 in de Ermita San Antonio de la Florida, waar de stedelingen, boeren en buitenlui die hij schilderde nu opgefrist neerkijken op zijn graf.

    • Jinke Obbema