Galsteenvergruizeling is duur en weinig doeltreffend

Galsteenvergruizeling is duurder dan operatieve verwijdering van de galblaas, terwijl het effect minder is. Dat is het toch enigszins onverwachte resultaat van een Brits onderzoek, waarin 163 patiënten willekeurig een van beide behandelingen kregen en vervolgens een jaar lang werden gevolgd (The Lancet, 3 oktober).

Galsteenvergruizeling valt zo duur uit, omdat de patiënten langdurig nabehandeld moeten worden met galzouten om de vergruizelde galstenen verder op te lossen en te doen afvloeien naar de darm. Daar staat natuurlijk wel tegenover dat de patiënten op die manier een operatie met narcose en alle bijbehorende risico's bespaard blijft.

Na controle met ultrageluidsapparatuur bleek dat slechts bij een kwart van de met de vergruizelaar behandelde patiënten de stenen ook echt verdwenen waren. Dit matige resultaat is deels het gevolg van het feit dat de patiënten naar willekeur deze behandeling kregen toebedeeld en dus niet geselecteerd waren voor de steenvergruizelaar. Steenvergruizelen werkt het best bij grote enkelvoudige stenen en minder bij multipele steentjes. Toch zeiden de meeste patiënten zelf dat hun klachten aanzienlijk verbeterd waren. Er bestond dus een opvallende discrepantie tussen de subjectieve verbetering van de toestand en het werkelijke effect op de stenen. De onderzoekers geloven niet dat dit alleen een placebo-effect is, omdat het na een jaar nog steeds bestond. Er moet dus nog verder onderzoek naar gedaan worden. Duidelijk is ieder geval wel dat de blijvende aanwezigheid van stenen de kans op een recidief erg groot maakt.

De kosten van de operatieve galblaasverwijdering waren in het Britse onderzoek nogal hoog doordat de patiënten na de ingreep gemiddeld een week in het ziekenhuis moesten blijven om te herstellen. Dat komt omdat de patiënten behandeld werden met een klassieke open galblaasoperatie, waarbij de galblaas met de stenen via een snede in de buikwand werd verwijderd. Deze kosten kunnen nog sterk teruggedrongen worden door de galblaas laparoscopisch te verwijderen. De chirurg heeft daarbij slechts een viertal kleine gaatjes nodig voor de kijkbuis en de overige instrumenten. De belasting voor de patiënt is dan veel geringer en na de operatie is hij of zij meest binnen enkele dagen herstelt, wat een hoop kosten (en lasten) bespaart.

Hoewel veel galsteenpatiënten gevoelsmatig voor steenvergruizeling zullen kiezen lijkt laparoscopische verwijdering van de galblaas toch de voorkeur te verdienen. Al kan een selecte groep patiënten met grote solitaire stenen eventueel ook behandeld worden met steenvergruizeling.

Voor degenen die twee onderwerpen met elkaar verwisselen: het succes van de niersteenvergruizelaar is wel heel hoog.