EG: als blok in strijd over de luchtvaart

BRUSSEL, 22 OKT. De EG moet als blok met het buitenland onderhandelen over luchtvaartzaken om landen als Japan en de VS onder grotere druk te kunnen zetten.

Europees Commissaris Van Miert (transport) deed daarvoor gisteren een voorstel aan de Raad van Ministers. Hij hekelde de “onevenwichtige” resultaten die de afzonderlijke lidstaten nu boeken in hun onderhandelingen met belangrijke niet-EG staten. Zo hebben negentien Amerikaanse luchtvaartbedrijven het recht om passagiers binnen Europa te vervoeren. Geen enkele Europese vliegmaatschappij heeft die mogelijkheid binnen de Verenigde Staten. “En dat terwijl Delta Airlines van de luchthaven Frankfurt een knooppunt heeft kunnen maken voor de eigen Europese verbindingen!”, aldus Van Miert. Hij meent dat de onderhandelingen die de verschillende lidstaten nu met de VS en Japan voeren die landen in staat stellen om een "verdeel en heers'-politiek te voeren. Amerikaanse bedrijven hebben inmiddels 139 verbindingen met Europa, terwijl de Europese luchtvaartondernemingen er met de VS 97 hebben.

Volgens de Europese Commissie ontbreekt het de lidstaten nu aan een gezamenlijke strategie. De zogeheten "open skies' overeenkomst die Nederland met de VS sloot heeft er voor gezorgd dat nu ook België, Frankrijk en Duitsland met onderhandelingen zijn begonnen. “Dat moest ik als Belgisch Commissaris nota bene van de Amerikanen horen”, aldus Van Miert. Een "open skies' overeenkomst geeft de mogelijkheid om onbeperkt elkaars luchthavens aan te doen. Zonder in detail te treden bekritiseerde de Commissaris de inhoud van de overeenkomsten die sommige lidstaten met derde landen sluiten. De lidstaten slagen er soms in een voorkeursbehandeling te krijgen en concurrentie uit te sluiten. Daardoor worden indirect de verhoudingen op de EG-markt voor luchtvaartmaatschappijen aangetast, zo vindt de Commissie.

Grote maatschappijen als Lufthansa zijn volgens Van Miert na de Nederlands-Amerikaanse overeenkomst teruggekomen van hun verzet tegen bevoegdheden voor de EG op dit terrein. Van Miert wees er op dat de Commissie al exclusieve bevoegdheden heeft als het gaat om de regulering van de interne markt voor burgerluchtvaart. Na 1 januari ontstaat er bovendien geleidelijk een vrije markt binnen Europa voor luchttransport. Het zou dan een "anachronisme'' zijn om onderhandelingen met het buitenland op nationale basis te blijven voeren. 70 procent van alle activiteiten van de Europese vliegmaatschappijen vindt buiten de EG plaats. Tussen de lidstaten en derde landen bestaan inmiddels zo'n 600 bilaterale overeenkomsten.

De Commissie wil dat voortaan alle onderhandelingen met derde landen in Brussel worden aangemeld, waarna de Raad van Ministers besluit of de lidstaat individueel mag onderhandelen of de Gemeenschap de onderhandelingen overneemt. Van Miert benadrukte dat de Commissie een “pragmatische” benadering kiest. Alleen wanneer onderhandelingen op EG-niveau “noodzakelijk” zijn, zal de Commissie zich opwerpen. “Waar mogelijk” moeten de lidstaten zelf in staat blijven met derde landen individuele onderhandelingen te voeren.

    • Folkert Jensma