Een vruchtbare discussie

"Naar een vreedzaam Sri Lanka' luidt de prikkelende titel van de lezing die is georganiseerd door de Sri Lanka Associatie Ter Bevordering van de Wetenschap.

Slechts een 25-tal belangstellenden wacht in de hal van het gebouw op de komst van Carlo de Fonseka. Onlangs is een boek van zijn hand verschenen dat dezelfde titel draagt als de lezing. “De beste colleges geef ik voor een klein publiek”, verklaart hij als hij de schare overziet. De Fonseka is een kwartiertje te laat, zoals het een goed academicus betaamt. “Op het platteland heb ik een keer een lezing gehouden voor één toehoorder. Toen het ging regenen ging hij ook weg, en zat er alleen nog een hond. Ik heb mijn verhaal afgemaakt voor de omwonenden”, zegt hij.

Zijn boek is in het Engels verschenen en uitgegeven door de Verenigde Naties. Jammer genoeg is het niet in Sri Lanka te koop. Zodra er voldoende geld is, zal het boek worden vertaald in het Singalees en Tamil. Dat zijn de twee talen die worden gesproken op het eiland. Het Engels wordt op Sri Lanka alleen goed beheerst door mensen die voor 1940 zijn geboren. In 1956 werd het Engels als voertaal op school afgeschaft. Tijdens de lezing werd overigens alleen Engels gesproken.

De theorie van De Fonseka is simpel. Gelukkige mensen zijn vreedzaam. Een mens is gelukkig als aan zijn basisbehoeften wordt voldaan. De Fonseka onderscheidt negen basisbehoeften, als voedsel en huisvesting, aandacht, creativiteit en vrijheid. De belangrijkste conclusie van het boek, zo benadrukt De Fonseka, is dat de mensenrechten moeten worden gerespecteerd en dat milieuvervuiling uit den boze is.

Regis Siriwardene is uitgenodigd om kritiek te leveren op het boek. Hij wordt door De Fonseka geïntroduceerd als de beste schrijver van Sri Lanka. “Laat ik beginnen met te zeggen dat ik het een heel goed boek vindt”, zegt Siriwardene. Zijn stem gaat aan het einde van elke zin een octaaf omhoog om te eindigen in een piepje. Om een discussie op gang te brengen heeft hij een paar puntjes van kritiek. Maar hij laat niet na te benadrukken dat hij zich helemaal kan vinden in de algemene lijn van het boek.

De discussie spitst zich vervolgens toe op de vraag of de menselijke neiging tot xenofobie een genetische danwel sociale oorzaak heeft. De Fonseka, een professor in de medische wetenschappen, zet in zijn boek de theorie uiteen dat de mens gericht is op een kleine kring medemensen en buitenstaanders, de anderen wantrouwt. Dit genetisch bepaalde gedrag vindt volgens de wetenschapper zijn oorsprong in de oertijd toen groepen mensen samen rondtrokken op zoek naar voedsel, bij elkaar bescherming zochten en zich met elkaar voortplantten. Siriwardene vindt dat onzin. Hij ziet het verschil tussen arm en rijk, godsdienst of taal als oorzaak voor wantrouwen tussen bevolkingsgroepen.

De Fonseka beweert dat een humanistische, wetenschappelijke opleiding de kans op schending van mensenrechten aanzienlijk vermindert. Siriwardene constateert dat ook mensen met een goede opleiding zich inlaten met stromingen die geweld prediken. Denk aan de Duitse filosoof Heidegger. Of aan een Belgische schrijver die in artikelen de jodenvervolging aanhing. Siriwardene haalt ten slotte een Sri-Lankees voorbeeld aan. In 1983 heeft hij gezien hoe geleerde collega's de pogroms tegen de Tamils op Sri Lanka goedkeurden. En dat terwijl niet-intellectuele Tamils en Singalezen over het algemeen goed met elkaar omgaan. Het is de eerste keer dat het woord Sri Lanka valt in de discussie, die al een dik half uur aan de gang is. Het meningsverschil of xenofobie genetisch danwel sociologisch bepaald is, wordt verder uitgediept. Aan het einde van de bijeenkomst verzucht De Fonseka: “We leven met z'n allen in deze kosmos. Waar gaan we naar toe, hoe moet dat gaan.” Hij bedankt Siriwardene voor zijn kundige bespreking van het boek. “Je bent niet alleen de beste schrijver van Sri Lanka, maar ook de intelligentste.”

    • Ede Botje