Dijkverlaging

In het artikel van Henk Groenewoud (NRC Handelsblad, 15 oktober) wordt gesuggereerd dat dijkverlaging veel dijkversterkingen overbodig zou kunnen maken.

Vergeet het maar. Het gaat bij een rivier steeds om stroming en berging van water. Bij het voorbeeld Zwarte Meer in Overijssel zal bij sluiting van de geprojecteerde stuw de stroming nihil zijn. Achter de stuw zullen de waterstanden uiteraard minder hoog stijgen als het waterbergingsgebied wordt vergroot door van bedijkt land overstromingsgebied (uiterwaard ) te maken. Het Zwarte Meer is geen goed voorbeeld voor de dijken langs de grote rivieren.

Ondanks overlaatsystemen kwamen in het verleden ook dijkdoorbraken voor in ijsvrije winters. De oorzaak was dat over een verlaagd dijkvak te weinig water kon lopen om de rivier afdoende te ontlasten. Het over land stromende water veroorzaakte op zijn weg naar beneden schade (onder andere aan waterlopen en wegen) en ongerief. Erger was dat het water benedenstrooms, wegens de vaak gestremde lozing op rivier of zee, diepe inundaties veroorzaakte. De boerderijen stonden weliswaar op terpen, maar de wateroverlast was meestal langdurig.

Hopelijk vergeten de beleidsmakers niet dat de oude zeedijken ten westen van Zwolle sinds de laatste dijkverhogingen in de vorige eeuw ongeveer een halve meter zijn gezakt. Deze zakking gaat gestaag door.

    • Ir. D.M. van der Schrier