Dichters over de vloer

"We hebben jullie op de televisie gezien!', roepen de kinderen als Monique en Hans Hagen bij groep 5 op de Tilburgse Andreasschool binnenstappen. Monique kennen ze natuurlijk van Klokhuis en Hans heeft net twee zilveren griffels en een Vlag en Wimpel gewonnen met zijn kinderboeken.

"Is Het gouden oog nu echt een beroemd boek?', wil een van de kinderen graag weten. "Op het ogenblik wel een beetje', zucht Hans Hagen. Hij heeft kringen onder zijn ogen van alle interviews en voorleesoptredens die hij tijdens de kinderboekenweek heeft moeten afwerken. Uit de koffer die voor hem op tafel ligt haalt hij een echte Zilveren Griffel, die onder bewonderende kreten van hand tot hand gaat.

Twee weken eerder waren Monique en Hans ook al in deze groep te gast. Niet als televisieberoemdheden, maar als dichters, want ze hebben de bundels Daar komt de tijger' en Misschien een olifant' geschreven. Aan de muur van het klaslokaal hangt een affiche met een van hun gedichten, geïllustreerd door Dick Bruna.

Heel dichtbij

ik zie lichtjes in je ogen

kom eens dichtbij

ik zie mij

ew,3 je ogen zijn twee spiegeltjes

zie jij dat ook bij mij

De vorige keer hebben ze het met de klas over rondelen gehad, een gedicht van acht regels waarvan de eerste, de vierde en zevende regel herhaald worden. Daarna zijn de kinderen zelf aan het schrijven geslagen en ze hebben hun gedichten en tekeningen opgestuurd naar Monique en Hans. Reizen was het centrale thema en als eerste zin was gegeven: "Ik wil naar ...land'. De een ging naar judoland, de andere naar ik-weet-niet-land, een derde naar dromenland.

Het rondeel van Anouchka is uitgekozen om met de klas verder uit te werken. "Ik wil naar rekenland', had zij als eerste zin en als tweede: "de cijfers dansen om je heen.'

"Prachtige eerste zinnen', vinden Monique en Hans en ze leggen uit dat als je langer doorwerkt aan een gedicht het soms nog mooier kan worden. "Aan één zo'n klein gedichtje werken wij soms wel vier dagen', vertellen ze aan een lokaal vol ongelovige blikken. "Er gaat een woordje af, er komt een bij, of je zoekt naar een ander rijmwoord.'

Over alle regels van Anouchka's gedicht wordt met de klas gediscussieerd en er wordt geprobeerd iets meer rijm in het rondeel te brengen. Moet het "om je heen' of "om me heen' worden? "Laat het even in je hoofd klinken', adviseert Hans Hagen, "een gedicht heeft een melodie, net als een liedje.'

Na een tijdje is de tweede versie van Anouchka's rondeel klaar:

Ik wil naar rekenland

de cijfers dansen om me heen

ik vang het cijfer één

ik wil naar rekenland

ik ga alleen

ik ga er over twee uur heen

ik wil naar rekenland

de cijfers dansen om me heen

Als Monique informeert of het nu nog haar eigen gedicht is, schudt Anouchka haar hoofd. "Niet echt', zegt ze. Maar ze kijkt er toch trots bij, want de twee beroemde dichters hebben wel haar rondeel uitgekozen. Het gedicht is nu van de hele klas.

Na de les vraagt Monique zich hardop af of je eigenlijk wel zo mag rommelen met gedichten van kinderen. "We willen ze laten zien dat je met taal kunt werken', zegt ze, maar dan vertwijfeld: "Je gaat toch ook niet in tekeningen van kinderen zitten knoeien?'

Tussen de middag vertelt Jan Stoel, directeur van de Andreasschool, dat van de achttien mooiste gedichten en tekeningen kaarten gedrukt worden die in mapjes van zes verkocht zullen worden. In alle klassen - ook bij de kleuters - komen dichters over de vloer en de kinderen zijn weken met poëzie en grafische vormgeving bezig. "We willen de kinderen duidelijk maken wat de kracht van compacte taal is', zegt Jan Stoel. "Je kunt ze iets laten voelen van de sensatie die de chemische' reactie tussen woorden teweeg kan brengen.'

De Andreasschool is een buurtschool en staat in de voormalige textielwijk in het centrum van Tilburg. Van de 185 leerlingen worden er 149 "zwaarder gewogen' omdat ze uit achterstandsgezinnen komen. Stoel wil dat de kinderen van zijn school "talig' worden. En daarom ging hij als de donder achter de computer zitten toen hij hoorde dat het ministerie eenmalig extra geld gaf voor de stimulering van de expressievakken.

"Binnen een maand moest je een uitgewerkt voorstel op tafel leggen', glundert directeur Stoel, "en na een paar weken hadden we 15.000 gulden op onze rekening voor het project Dichter bij kinderen'.

Al meteen de tweede dag na de zomervakantie werd de school ondergedompeld in een avonturenverhaal over een stad waar zoveel gekletst wordt dat woorden hun betekenis verliezen, over het Land van de Gouden Woorden, over een krakkemikkig schip met een kapitein die niet zegt wat hij bedoelt en een verlaten eiland waar een dichter blijkt te wonen die zijn gedichten in het zand schrijft. Later in het jaar gaan de kinderen "poëzieclips' maken en wordt er gewerkt aan een theatervoorstelling.

Ook als Monique en Hans na de pauze bij groep vier binnenkomen wordt er meteen geroepen dat ze op de televisie waren. De vorige keer hebben deze kinderen geleerd wat een elf is: een gedicht met vijf regels die achtereenvolgens bestaan uit één woord, twee woorden, drie woorden, vier woorden en tenslotte weer één woord. "Een elftal woorden', zegt Hans en hij vindt dat de klas hun een prachtig Elfenboek heeft opgestuurd. "Van wie was het gedicht Pepper?', vraagt hij de klas rondkijkend. Jeffrey komt naar voren, hij recht zijn rug en leest voor:

Pepper

wat zacht

hij is lief

zou jij hem willen

waf!

    • Michaja Langelaan