De race naar de Russische afrekening; Compromissen geen reden voor pas op de plaats maar argument tegenstander harder te pakken

MOSKOU, 22 OKT. Het aftellen is begonnen. Alle groepen die uit zijn op de macht in Rusland - en dat zijn er zeer veel - zijn zich thans aan het opmaken voor het moment waarop er kan worden afgerekend.

De eerste echte dode is daarbij al gevallen. Dinsdagnacht is in een café in het centrum van de hoofdstad, nabij het hoofdkwartier van de KGB aan het Loebjanka-plein, een kapitein van de veiligheidsdienst van het parlement door een collega-agent van de militsia gedood.

De familie van de betrokkenen zal er ongetwijfeld anders over denken, maar de schietpartij in het café heeft symbolisch-politieke betekenis. De agenten van de volksvertegenwoordiging staan namelijk onder commando van parlementsvoorzitter Roeslan Chasboelatov. Ze horen tot het Directoraat voor de Hoogste Staatsorganen en bewaken in die hoedanigheid het "Witte Huis', het ministerie van buitenlandse zaken, het omroepkwartier Ostankino en nog enkele belangrijke gebouwen en ze dragen door Chasboelatov ondertekende wapenvergunningen. De agenten van de militsia opereren onder bevel van de minister van binnenlandse zaken, Viktor Jerin. Dat wil zeggen indirect onder dat van president Boris Jeltsin. Terwijl de politici op het toneel met elkaar in de clinch liggen en daarbij geen beschuldiging uit de weg gaan (staatsgrepen, "comité's van nationale redding', dronkenschap, alles is al de revue gepasseerd), vechten deze jongens van de straat in de coulissen de machtsstrijd op hun manier uit.

Het lijkt er op dat president Boris Jeltsin danig in een isolement is geraakt. Het razende parlement kan hij alleen maar verzoenen door het offers te brengen. Bijvoorbeeld door de radicalere vleugel uit het kabinet-Gaidar te vervangen door aanhangers van de Burgerunie van werkgeversleiders Arkadi Volski, die namens al die staatsbedrijven spreekt die hun ondernemingen in rook zien opgaan.

Maar of dat genoeg is? Sinds hij het een maand geleden op een akkoordje heeft gegooid met de afgevaardigden in den lande en hun beloofde dat er komende jaren geen verkiezingen zullen worden gehouden, ruiken de volksvertegenwoordigers een geur van bloed die hen niet tot rede heeft gebracht maar heeft gestimuleerd om door te gaan. Want in Rusland is een compromis geen motief om even pas op de plaats te maken, maar juist een argument om de tegenstander nog verder aan te pakken.

Het idee dat de partijen in een conflict er allebei beter van zouden kunnen worden (het Amerikaanse en ook enigszins Europese model) kent men in Rusland niet. Daarom wil het parlement van Chasboelatov de concessies van Jeltsin niet honoreren. Daarom ook laat de radicale vleugel rond de president geen gelegenheid voorbij gaan om de politieke verhoudingen verder op scherp te zetten.

Vrijdag bijvoorbeeld had president Boris Jeltsin het parlement per brief gevraagd om hem nog een paar maanden de tijd te geven. Hij wilde per volmacht blijven regeren en niet door het parlement gedwongen worden om zich te ontdoen van zijn hervormingsgezinde kabinet onder leiding van waarnemend premier Jegor Gaidar. Het voornemen van Chasboelatov om begin december een uitgebreid Congres van Volksafgevaardigden bijeen te roepen, zag hij daarom liever afgeblazen worden. Nadat een grote meerderheid van de Opperste Sovjet dinsdag de "kwaliteitskrant' Izvestia per resolutie tot zijn eigen orgaan had gedegradeerd, wees het kernparlement gisteren ook dit voorstel van de president echter af. Het was Jeltsins tweede nederlaag in vierentwintig uur.

Nu rest hem slechts de vlucht naar voren. Zijn "democratische' medestanders hebben daarvoor de eerste voorbereidingen reeds getroffen. In de kranten Izvestia en Komsomolskaja Pravda, beide regeringsgezind, verschijnen nu ineens artikelen waarin Chasboelatov ervan wordt beschuldigd er met zijn gewapende "directoraat' een eigen paramilitaire knokploeg op na te houden. Een clubje dat zich bovendien boven de wet voelt staan, zoals bleek toen één van Chasboelatovs agenten vorige week in conflict kwam met een taxichaffeur die hij niet wenste te betalen onder het motto dat hij de “neef” van de parlementsvoorzitter zou zijn.

Zulke aantijgingen komen in Rusland nooit uit de lucht vallen, die passen altijd in een scenario. Dat bleek vorige week weer eens toen Jeltsin documenten liet onthullen waaruit duidelijk moest worden dat ex-president Gorbatsjov in 1989 de waarheid over de massamoord in het Poolse Katyn niet had willen openbaren, een waarheid die hij zelf met een beroep op de “staatsveiligheid” ook voor driekwart onder zich had gehouden.

Afgelopen vrijdag lieten "staatsraad' Gennadi Boerboelis, minister Andrej Kozyrev van buitenlandse zaken, minister Michail Poltoranin van informatie en vice-premier Anatoli Tsjoebais zich bovendien voor een lunch uitnodigen bij de vereniging van buitenlandse correspondenten. Ze waarschuwden bij die gelegenheid wederom voor een “staatsgreep van de revanchistische krachten”. Gisteren werd het kwartet door het parlement op het matje geroepen. Drie van de vier kwamen opdagen. Kozyrev legde een verklaring af die in niets afweek van al zijn voorgaande waarin hij een coup voorspelde, om vervolgens weg te benen omdat hij geen antwoord wilde geven op vragen. In de politiek dient men nu eenmaal uit te gaan van de didactiek der herhaling.

Chasboelatov op zijn beurt ontketende daarop onverwijld een contra-offensief. Op een inderhaast belegde persconferentie beschuldigde hij Jeltsins democraten er gistermiddag van uit te zijn op een “totalitair regime”. Hij zou zijn leven niet meer veilig zijn en hij wist bovendien zeker dat de geheime dienst zijn telefoon afluistert.

Chasboelatov maakte bij zijn optreden voor de pers echter een klein foutje. Hij leek verward, sprak met een licht dubbele tong en kwam daarna ook nog eens niet opdagen bij een onderhoud met de Hongaarse president. De riposte van de democratische vleugel lag dan ook voor de hand lag: Chasboelatov was “dronken”. Zijn lijfarts had uiteraard een ander oordeel: “stress in de borststreek”. Er zullen komende vijf weken nog veel medisch-politieke diagnoses volgen.

    • Hubert Smeets