CERN neemt het op voor Russische onderzoekers

Het onderzoeksinstituut voor kernfysica te Geneve CERN pleit sterk voor financiële hulp aan onderzoekers in de nieuwe staat Rusland. Als dergelijke hulp uitblijft gaat veel verloren op het gebied van hoogwaardig onderzoek, wat niet snel hervonden zal worden.

De directeur-generaal van CERN, dr. Carlo Rubbia, sprak hierover onlangs op de wereldtentoonstelling in Sevilla zijn bezorgdheid uit. Hij deed deze uitspraken in het bijzijn van de Russische vice-premier Boris Saltykov, de Duitse directeur-generaal voor onderzoek en technologie Hermann Strub, de Spaanse minister voor onderzoek Elias Fereres en het lid van de Europese Commissie Rainer Gerold, die als gast aanwezig waren bij de CERN-dag op 30 september. Allen waren het roerend met de spreker eens, zij het dat Gerold zich onthield van concrete uitlatingen over hetgeen Brussel zal bijdragen. De lidstaten hebben hier een belangijke vinger in de pap, want zij zouden de extra fondsen moeten opbrengen.

Volgens Rubbia resteren tal van betrekkingen tussen oost en west na de ondergang van de Sovjet Unie. "Deze lijnen moeten snel weer worden opgevat, want Russische onderzoeksgroepen van grote naam zijn bezig uiteen te vallen'.

CERN zelf heeft al 25 jaar een traditie van samenwerking met Sovjet-instituten en ondertekende vorig jaar een protocol dat voorziet in samenwerking met de Russen inzake de bouw van toekomstige versnellers. Aan het nieuwe project van CERN, de bouw van de LHC (large hadron collider) nemen tachtig Russen deel van wie dertig permanent bij CERN zijn gevestigd. In ruil voor alle tegemoetkomingen heeft CERN van Rusland de permanente "observer status' verkregen. De kennis die aldus beschikbaar komt zal in brede Westerse kring worden verspreid, zegt Rubbia. Ook zijn een paar Russische onderzoekers opgenomen in de wetenschappelijke raad van CERN, die adviseert bij belangrijke beslissingen. Hij noemde de namen van Lev Okun uit Moskou en Sacha Ksrinsky uit Novosibirsk.

$ 20 per maand

Rusland was lange tijd voor wat wetenschappelijke omvang en kwaliteit betreft nummer twee in de wereld, en in potentie is het dat nog. Maar de salarissen van de onderzoekers, die in het communistische Rusland altijd tot de bovenlaag van de samenleving behoorden, zijn intussen gedaald tot het niveau van 20 US dollar per maand, en daar kom je ook in Rusland niet ver mee. Onderzoekers proberen een heenkomen te vinden, eventueel in Westerse landen als onderzoeker, anders in eigen land in andere functies.

"Van een belangrijk deelgebied als de theoretische fysica is al meer dan de helft verdwenen,' meldt Rubbia, "en je mag zelfs aannemen dat het geld dat in sommige westerse landen is verschaft om Russische onderzoekers aan werk te helpen, deze ontwikkeling heeft versneld.' Hij noemde dit een "pervers effect'. Want op korte termijn mag het heel prachtig lijken voor een Amerikaanse of Europese universiteit om een Russische onderzoeker van wereldnaam binnen te halen, de bron van de kennis blijkt snel op te drogen. Het is dan ook duidelijk dat de werkelijke oplossing ligt in het verschaffen van fondsen aan Russische onderzoekers opdat zij in hun eigen omgeving kunnen doorwerken, in open samenwerking met westerse instituten.

Astronomisch bedrag

Op grond hiervan is een voorstel op papier gezet dat ten doel heeft uit een groep van totaal 200.000 Russische onderzoekers de beste 5000 te selecteren en verder te helpen. Hiermee wordt "het zaad voor de toekomst' in veiligheid gebracht. Een multilateraal samengestelde stichting zal verder individuele teams of projecten direct moeten financieren, met voorbijgaan aan de zware structuren van bestaande instituten. Voor de 5000 onderzoekers zou rond 100 miljard US dollars op tafel moeten komen, zegt Rubbia, die dat zelf ook wel een erg grote som vindt maar het vergelijkt met het astronomische bedrag dat het gaat kosten als Rusland nog verder in de chaos wegzinkt. Het mag bovendien als een investering worden beschouwd die in vijf tot tien jaar tijds is terugverdiend.

Wie het predikaat "beste onderzoekers' krijgen opgeprikt wordt in handen van comissies gelegd waarin Westerse en Russische onderzoekers zitting hebben. Zij zullen de te verwachten stroom voorstellen beoordelen. Volgens Rubbia heeft president Mitterrand van Frankrijk positief gereageerd; een concept aan de verzamelde ministers voor wetenschapsbeleid van de OECD-landen (maart 1992) is voorgelegd en via de vergadering van de G7-staatshoofden in München is een soort kettingreactie op gang gebracht. De Duitse en Franse ministers hebben opdracht gegeven met een praktisch voorstel te komen terwijl de EG-vice-voorzitter Pandolfi zijn steun heeft toegezegd.