Cairo hoopt op internationale hulp voor cultuurbehoud na aardbeving; Veel Egyptische monumenten beschadigd

ROTTERDAM, 22 OKT. De aardbeving die Egypte vorige week maandag trof, blijkt voor de historische monumenten veel ernstiger te zijn geweest dan aanvankelijk werd aangenomen. Meer dan honderdveertig historische bouwwerken hebben schade opgelopen. Daaronder bevinden zich, volgens een opgave van de Egyptische oudheidkundige dienst, 24 faraonische monumenten bij Cairo en in het zuiden van Egypte. De schade varieert daar van scheuren in de fundamenten tot enkele stenen die van piramiden zijn afgevallen. Het is nog onduidelijk of inmiddels de ondergrondse ruimten van deze monumenten door de archeologische dienst zijn genspecteerd. De beroemde Sfinx van Gizeh, die de afgelopen decennia zwaar te lijden had van luchtvervuiling en stijgend grondwater, lijkt ongedeerd te zijn gebleven. De tempel van Luxor en enkele andere faraonische tempels aan de Nijl vertonen wel scheuren.

Veel groter is de schade aan historische islamitische en Koptische monumenten die in het oude en door de aardbeving zwaar getroffen deel van Cairo zijn gesitueerd. In totaal blijken 119 van de ruim vijfhonderd bouwwerken gehavend te zijn. Tientallen minaretten van moskeeën zijn ingestort, gedeeltelijk afgebroken of scheef komen te staan. Sommige moskee-koepels zijn ingezakt of dermate gescheurd dat instorting dreigt. Het bekende complex van Kalaoen, bestaande uit een moskee, een mausoleum en de resten van een middeleeuws ziekenhuis, moest na de beving onmiddellijk worden gesloten. Ook de oudste moskee van Cairo is er slecht aan toe. Deze moskee werd gebouwd in opdracht van generaal Amr-ibn-ial-As die Egypte in het jaar 641 veroverde en aan de islam onderwierp. Nadat een aardbeving in 1303 het gebouw grotendeels verwoestte, werd het later volledig gerestaureerd. De vijf getroffen Koptische kerken hebben het er beter van afgebracht dan de moskeeën.

Volgens dr. F. Leemhuis, directeur van het Nederlands Instituut voor Archeologie en Arabische Studiën in Cairo, zijn noodrestauraties al op gang gekomen. Het stijgend grondwater vormt een probleem bij de werkzaamheden volgens Leemhuis. Hoewel al enkele jaren hard gewerkt wordt aan verbetering van de rioolvoorzieningen in Cairo, zodat ook het grondwater beheersbaar wordt, is men in grote delen van de stad hier nog niet aan toegekomen.

Ibrahim Bakr, hoofd van de Egyptische oudheidkundige dienst, schat de restauratiekosten op 200 miljoen Egyptische ponden, meer dan honderd miljoen gulden. Hij riep de internationale gemeenschap op hulp te bieden, want Egypte kan dit bedrag niet opbrengen. “De wereld heeft ook in het verleden Egypte geholpen zijn monumenten te redden, en wij hopen dat de wereld dat nu opnieuw zal doen”. Hij doelde op de internationale hulp die aan Egypte kreeg bij de aanleg van het Nasser-meer, ten zuiden van Assoean, toen onder meer de beroemde tempel van Abu Simbel werd bedreigd. Onder auspiciën van de Unesco werd toen een internationale campagne gelanceerd om deze monumenten te redden. Daags na de aardbeving van vorige week heeft de Unesco deskundigen naar Egypte gestuurd.

Veel oude moskeeën moeten dringend gestut worden. Bovendien blijken diverse musea schade te hebben opgelopen. Zo zijn stukken in het Koptische museum in Cairo beschadigd geraakt en blijkt het dak van het Nationale Museum van Egypte scheuren te vertonen. Daardoor zullen de kunstwerken aan nog meer luchtvervuiling blootstaan dan tot nu toe al het geval is.

Hoewel de exacte omvang nog niet helemaal vast staat, kon de schade mede zo hoog oplopen omdat de Egyptische overheid een rapport met waarschuwingen van de rampenhulporganisatie van de Verenigde Naties - de United Nations Disaster Relief-Organisation - naast zich heeft neergelegd. Deze organisatie onderzocht de kwetsbaarheid van Cairo voor aardbevingen en stelde een aantal maatregelen voor om op langere termijn gebouwen te beschermen. Men adviseerde verder ook onderwijzers op te leiden hoe zij bij aardschokken moeten optreden. Bij de beving van vorige week maandag bleken vele onderwijzers niet geïnstrueerd te zijn. Zij vluchtten hals over kop uit hun scholen en tijdens de paniek die daarna uitbrak zijn tientallen kinderen door hun medescholieren onder de voet gelopen en vertrapt.

    • Marianne Vermeijden