Bij de radio

Vroeger, toen ik twaalf, dertien was, betekende de radio iets heel wezenlijks in mijn leven. Dat gold ook voor mijn oudste broer. Wij wilden in ieder geval altijd luisteren naar de Ramblers onder leiding van Theo Uden Masman. Mijn vader had een bloedhekel aan “die herrie”. Daarom moesten mijn broer en ik, als vader thuis was, de radio zó zacht zetten dat er nauwelijks nog geluid uitkwam. Op een dag hadden wij - vraag me niet hoe, het was oorlog - een koptelefoon bemachtigd. Die bood uitkomst. Terwijl mijn vader in zijn fauteuil (die zouden wij tegenwoordig allang bij het grof vuil hebben gezet) bij de kolenkachel zijn Leeuwarder Courant las of aan een kruiswoordpuzzel werkte, deelden mijn broer en ik de koptelefoon. Beiden met één kant ervan aan het oor gedrukt, onze hoofden vlak bij elkaar, genoten wij met hart en ziel van der Ramblers' hemelse herrie. Nimmer gehinderd door reclameboodschappen! Die zouden pas in 1967 officieel in de ether worden toegelaten.

Over de radio anno 1992 kan ik u het volgende vertellen. De luisterdichtheid is tussen november '89 en januari '92 niet afgenomen. Wel hebben verschuivingen plaats. Hilversum verliest luisteraars aan de commerciële en regionale zenders. Op de kabel is het een gedrang van jewelste aan het worden van commerciële satellietzenders. Nieuwe stations zijn: Radio Noordzee Nationaal, Holland FM, Power FM, Sky Hitradio, Eurojazz, RTL 4. En dan zijn er nog de diverse lokale en allochtone zenders.

Het verlies van Hilversum kan men fraai aflezen aan de luisterdichtheidscijfers. In 1989 bij voorbeeld was Radio 3 goed voor 8,9 procent luisteraars (één procent luisterdichtheid staat voor 120.000 luisteraars.) Maar in januari '92 was Radio 3 gezakt naar 6,6 procent. De winst van de commerciële zenders wordt scherp afgetekend door bij voorbeeld Sky Radio: van 0,9 procent in '89 naar 1,8 procent in '92. Een verdubbeling.

Wetenswaardig: elke Nederlander heeft zijn eigen radio. Er zijn in ons land meer radio's dan inwoners. In negentig procent van alle auto's zit een radio. De gemiddelde luistertijd is twee uur en veertig minuten per dag per luisteraar.

De komst en de opkomst van de commerciële zenders geeft adverteerders een nauwkeuriger instrumentarium om hun doelgroepen te traceren. Omdat alle stations hun eigen muzikale specialisatie hebben, zijn ook hun luisteraars qua leeftijd en lifestyle van verschillend allooi. De jazz-liefhebber heeft nu eenmaal een ander profiel dan de hitluisteraar of de bewonderaar van het Nederlandse lied. Dat geldt trouwens ook voor de Hilversumse zuilenzenders. De Veronica-fan is van een heel andere snit dan de EO-aanbidder.

Naar welke omroep luistert men het meest? Veronica staat bovenaan met 4,5 procent. Dan volgen Tros met 3,6, Vara met 2,6, Avro met 2,1, NCRV met 1,8, KRO met 1,6, EO met 1,1 en VPRO met 0,8 procent. De adverteerder betaalt voor één seconde reclame in de Veronica-tijd veel meer dan voor dezelfde seconde in EO-tijd. Logisch, zult u zeggen, want Veronica heeft veel meer luisteraars dan de EO. Toch is die logica niet altijd toegepast. Nog maar enkele jaren geleden, toen Hilversum het radiomonopolie nog bezat, hanteerde de Ster één tarief per reclameseconde. Pas met de entree van de commerciële stations, die - en zo hoort het ook - hun tarieven relateren aan de kijkdichtheid, is ook de Ster omgegaan. De prijs van één reclameseconde kan vanaf tien gulden oplopen tot driehonderd gulden. Toch is radio een relatief goedkoop reclamemedium, hoewel, zegt men, de communicatiekracht ervan beperkt is.

En hoe staat het met de kwaliteit van de radioreclame? Ik kom nooit mensen tegen die daar hoog van opgeven. Wel mopperaars. En ook kreeg ik onlangs een brief van een getergde mevrouw uit Amsterdam die graag had gezien dat ik er eens tegen optrad.

De Ster heeft mij, op mijn verzoek, een cassette toegestuurd met recente radiospots. Weliswaar bleek het een tape van augustus maar het was niettemin leerzaam materiaal. Ik heb de band, met tussenpozen van 24 uur, driemaal afgeluisterd. Ik kan niet zeggen dat ik er een stralend humeur aan overhield. Maar ik besef dat het volstrekt atypisch is om op deze manier naar radiospots te luisteren. Negenentachtig stonden er op mijn Ster-cassette. En allemaal verschillend. Als je die in één keer (duur: 37 minuten) over je heen laat komen, blijf je enigszins groggy achter. En dan moet ik zeggen, viel het me nòg mee. De spots die echt hinderen zijn die met muzikale rimram, geluidseffecten en schreeuwerige toestanden. De eenvoudige, rustig uitgesproken boodschappen zijn nog het best te hebben. Maar ja, hoor ik de adverteerder al roepen, als we allemaal gedistingeerde missieven de ether insturen, wordt elk Ster-blokje één brij van zacht gemurmel, terwijl ik er juist wil uitspringen. En zo is er altijd wel een argument te vinden ter verdediging van het luide, het wilde, het onbedaarlijke.

Overigens roerde mijn briefschrijfster ook het punt van de verstaanbaarheid aan. Zij heeft gelijk. Driemaal verstond ik op mijn Ster-band de merknaam niet, ook niet in de herhaling. Pijnlijk. Nee, radioreclame behoort niet tot de aangename dingen des levens. Maar wat wil je: zij hoort nu eenmaal bij het blinkend kapitalisme dat wij met z'n allen zozeer omarmen. Gelukkig is het mijn vader allemaal bespaard gebleven.

    • M.A. Veltman