Bhimsen Joshi: een vredige god, kunstig in balans

Concert: Bhimsen Joshi begeleid door harmonium, tabla en 2 tampoera's. Gehoord: 21/10 Tropeninstituut, Amsterdam

In de Grote Aula van het Tropeninstituut hangt een gewijde stilte. Rechts op het podium brandt een kaarsje, aan weerszijden van het speelvlak zitten mensen op het podium in kleermakerszit. Er zijn kleine kinderen bij en ergens in de uitverkochte zaal wordt zelfs een zuigeling gewiegd. 'Laat de kinderen tot mij komen', zei de Heer dat niet eens?

En inderdaad, als de Indiase vocalist Bhimsen Joshi drie kwartier later met een lang aangehouden toon zijn eerste raga besluit moet worden vastgesteld dat de Stichting India-Muziek god in huis heeft gehaald. In één van zijn "softere' personificaties, wel te verstaan, niet als grossier in donder en bliksem of van heilige wraak maar als wijze oude vader die de slagen van het leven kent. Wie vervoering of straffe geseling behoeft kan beter bij Nusrat Fateh Ali Khan of de eveneens uit Pakistan afkomstige Sabri Brothers te biecht gaan.

De zang van Joshi is vredig, vol van genade en heel genuanceerd. Dat zijn recente cd Vocal phenomenal (Chanda Dhara SNCD 70492) in Tonstudio Bauer in het Duitse Ludwigsburg opgenomen is, kan bijna geen toeval zijn. Ook daar prevaleert, net als in Joshi's zang, de esthetiek, de stilering, het persen van de inhoud in een gareel. Het concert duurt zeer lang, voor de pauze al anderhalf uur, maar extremen worden kundig vermeden. De 'alaaps', de trage aanlopen tot de raga's, duren kort of worden zelfs weggelaten, het tempo aan het eind wordt nooit echt opgevoerd.

Het mooie medium in de muziek overheerst waardoor de aandacht gaandeweg verschuift naar de handgebaren waarmee Joshi zijn zang onderstreept. Nu eens lijkt hij ballen te kaatsen of kersen te plukken, dan weer de riemen van een roeiboot te trekken. Het is sierlijk en het is kunstig, het oor en de ogen worden gelijkelijk gestreeld. Vocalist Bhimsen Joshi lijkt het prototype van een wezen in balans. Heel mooi voor een god van zeventig, maar voor sterfelijke zielen misschien net iets te onbereikbaar.

    • Frans van Leeuwen