Betere zeefmethode voor zware olieresten ontwikkeld

Bij de raffinage van olie blijven grotere fracties ongebruikt, omdat die niet verder zijn af te breken. De met zwavel en zware metalen vervuilde reststoffen worden verbrand of als teer afgevoerd naar de wegenbouw. Geo-chemicus drs. Theo Kloprogge ontwikkelde een katalytische zeef die zware oliefracties, bestaande uit grove mengsels organische verbindingen, wel kan benutten. Hij promoveert op dit onderwerp op 15 oktober aan de Rijksuniversiteit Utrecht.

De tot nu toe bekende moleculaire zeven (zeolieten) zijn ongeschikt voor zware olieresten vanwege de te kleine poriën (maximaal 7 Angstrom). Natuurlijke klei is eveneens onbruikbaar vanwege de variabele samenstelling. Kloprogge breidde de zeefcapaciteit van gewone zeeklei uit door er aluminiumpolymeren aan toe te voegen. De polymeren zorgen voor voldoende grote poriën (8 a 9 Angstrom). De verkregen synthetische klei (beidelliet) is vervolgens gempregneerd met nikkel. Dit edelmetaal zorgt samen met de beschikbare vrije protonen voor de katalytische werking van de kleiplaat.

Ontzwaveling van verontreinigd thiofeen en hexaan via beidelliet verloopt in het laboratorium evengoed als via kooldragers. Maar de katalytische werking van de synthetische klei is stukken beter. Van langs de zeef geleide olieresten worden de sterke organische ringstructuren versneld afgebroken tot bruikbare losse koolstofketens. De korte ketens kunnen verder worden verwerkt tot gasachtige produkten en de lange ketens tot benzineprodukten.

De nieuwe methode zal leiden tot minder afval bij de raffinaderijen. Nu is gemiddeld circa een tiende van de olie niet bruikbaar. Dankzij deze nieuwe methode kan dat aandeel omlaag. Iedere halve procent meer gewonnen uit aardolie is al winstgevend voor een energiebedrijf.

    • Peter de Jaeger