"Weinig deskundigheid bij veel restauraties'

AMSTERDAM, 21 OKT. In de RAI in Amsterdam is gisteren de driedaagse internationale vakbeurs Restoration 92 geopend over restauratie en conservering van het cultureel erfgoed. Overheidsinstanties, conservatoren en restauratoren van schilderijen, meubels, tapijten, textiel, uurwerken, papier, historische tuinen en monumenten en hun toeleveranciers presenteren zich er. Aan het onderwerp is ook een Europees congres gewijd waar de nieuwste ontwikkelingen ter sprake zullen komen. Restoration 92 valt samen met de kunst- en antiekbeurs PAN die nog tot en met 25 oktober duurt.

Drs. J. Riezenkamp, directeur-generaal culturele zaken van het ministerie van WVC, pleitte bij de opening voor meer internationale samenwerking op het gebied van conservering. Hij noemde als voorbeeld het onderzoek naar de verzuring van papieren materialen. Nederland werkt op dit terrein al nauw samen met drie Europese landen in een onderzoek, dat gedeeltelijk wordt gefinancierd door de EG.

Eén van de belangrijkste thema's van het congres is de opleiding van restauratoren. Riezenkamp vindt een goed opleiding van groot belang, omdat “zeer veel schade juist wordt veroorzaakt door ondeskundig handelen, bij voorbeeld van museumpersoneel of restauratoren”. De nadruk moet volgens hem echter niet eenzijdig worden gelegd op de opleiding van post-academische geschoolde “superdeskundigen”, zoals door sommigen wordt bepleit, maar ook op die van lager geschoolde beroepskrachten, die kunnen worden ingeschakeld bij eenvoudige handelingen als inpakken of opbergen van kunstwerken.

Voor het eerst op de beurs is de recent opgerichte vereniging Veres, die de collectieve belangen van restauratoren behartigt. Het beroep van restaurator is nog steeds niet beschermd en de vereniging wil daar graag verandering in brengen. Een van de eerste daden van Veres was het door een jurist laten opstellen van een ethische code, die is afgestemd op internationaal gebruikte codes. Daarin is onder andere een clausule opgenomen over de reversibiliteit van een restauratie, die inhoudt dat het gebruik van materialen en technieken die niet meer ongedaan gemaakt kunnen worden, moet worden vermeden. Een exemplaar ervan is als voorbeeld gezonden naar de gemeente Amsterdam, die op korte termijn een code voor het Stedelijk Museum in het vooruitzicht had gesteld. Het belang van een algemeen erkende ethische code kwam vooral naar voren tijdens de affaire met Barnett Newmans schilderij Who's Afraid of Red, Yellow and Blue III, dat door de Amerikaanse restaurator Goldreyer werd overgeschilderd met een niet te verwijderen verfsoort. “Onze leden zijn verplicht de code te ondertekenen. Wie zich er niet aan houdt kan worden geschorst”, zegt restaurator en conservator drs. P.A. Terwen, woordvoerder van Veres. “We hebben inmiddels honderd leden, die worden geselecteerd op kwaliteit en werkervaring. Wij zijn ook van plan de vinger aan de pols te houden bij de opleidingen. Daar gebeuren nogal eens rare dingen. Soms worden er aan een hbo-opleiding plotseling een cursus gegeven, waarna iemand zich zonder meer restaurator mag noemen. Wij willen een inventarisatie van die opleidingen maken en het niveau bekijken.”