Vragen na de ramp

KORT NADAT DE Boeing van El Al die zondagavond in de Bijlmer was neergestort meldde een ooggetuige op een van de televisiezenders dat hij het toestel anderhalf rondje boven Amsterdam had zien maken, dat in de eerste bocht zich een explosie had voorgedaan en dat er iets van het toestel was afgevallen. Die avond werd deze "lead' niet vervolgd, met als gevolg dat de ochtendbladen van maandag een kaartje publiceerden waarop een driekwart ronde boven de hoofdstad was te zien, met de inslag in de Bijlmer als slot. In de loop van de ochtend vertelden bronnen bij de Rijksluchtvaartdienst dat het toestel een extra ronde had gemaakt (moeten maken). Waarom die informatie zo laat werd bevestigd, hoewel ze onmiddellijk beschikbaar was, is onbekend.

Langzamerhand is de betekenis van de extra ronde toegenomen. Niet alleen zijn er verschillende lezingen gegeven over het moment waarop de motoren van het vliegtuig vielen en wanneer dat feit aan bemanning en verkeersleiders bekend was (er is sprake van dat de IJmuidense kustwacht Schiphol over waarnemingen van ooggetuigen in een vroeg stadium heeft ingelicht), maar ook zijn speculaties in omloop gebracht over de hoogte waarop het toestel zich in de verschillende fasen van zijn noodlotsvlucht heeft bevonden. Met andere woorden, was een directe landing mogelijk geweest en zo ja, waarom is die niet geprobeerd?

BEANTWOORDING van deze vraag bepaalt de verantwoordelijkheid voor de ramp. Wat is er in de cockpit en bij de twee groepen verkeersleiders die het toestel begeleidden precies voorgevallen? De "zwarte doos' met de "cockpit voice recorder' is zoek gemeld, de bandopnamen van de verkeersleiders zijn beschikbaar.

Vanzelfsprekend zal bij het onderzoek van alle beschikbare gegevens gebruik worden gemaakt. Maar naarmate er meer vragen rijzen over de handelingen van de verantwoordelijke diensten neemt de behoefte aan een onafhankelijk onderzoek toe. De verantwoordelijke minister zou zich daarvan rekenschap moeten geven.