Veel Kamerleden vinden verkiezingen glad circus

DEN HAAG, 21 OKT. Als de Nederlandse Tweede-Kamerleden een keuze zouden mogen maken voor een kandidaat bij de Amerikaanse presidentsverkiezingen, zou de meest originele stem worden uitgebracht door het Kamerlid Lankhorst (Groen Links). De keuze tussen Clinton of Bush is voor hem te beperkt. Lankhorst zou stemmen op Leonora Fullani, een van de ruim twintig kandidaten die - overigens niet in alle staten - wedijveren om het presidentschap van de Verenigde Staten.

“Fullani is van de New Alliance Party, een kleine partij die opkomt voor de rechten van arbeiders, vrouwen en homoseksuelen. Ze zijn tegen militaire uitgaven en willen meer geld uitgeven aan de volksgezondheid”, aldus Lankhorst, die overigens niet verwacht dat Fullani de verkiezingen winnend zal afsluiten.

Zijn fractiegenoot Willems is opgebleven om alle tv-debatten te bekijken, maar echt geboeid raakte hij niet. “Ik zou op Clinton stemmen maar ik vind het een vreselijke man. De kandidaten zijn allemaal van die reclamepoppen.”

De karakterisering “gladjes” ligt overigens toch menig parlementariër in de mond bestorven. Het Tweede-Kamerlid Schimmel (D66) - die zoals al haar fractiegenoten voor Clinton is - noemt de vice-presidentskandidaat van de Democraten, Al Gore, “een vrij gladde man”. Maar echt hinderen doet dat niet. “Dat is daar nu eenmaal zo”. Schimmel heeft Gore in 1991 in Washington gesproken op een milieuconferentie en was wel onder de indruk van 's mans politieke kwaliteiten.

In de fractie van de VVD eindigt de strijd tussen Bush en Clinton onbeslist. Bolkestein hoopt dat Clinton zal winnen. “De belangrijkste taak waarvoor de nieuwe Amerikaanse regering staat, is van binnenlandse aard. Op sociaal terrein luidt de opgave de integratie van de door langdurige werkloosheid getroffen minderheden te bevorderen, het verval van de binnensteden te keren en de kwaliteit van het onderwijs te vergroten. Clinton wekt de indruk meer oog voor dergelijke problemen te hebben dan Bush. Wat betreft de buitenlandse politiek is er een grote mate van bipartisanship dus daar maakt de keuze niet zo veel verschil uit.”

VVD'er Franssen denkt daar heel anders over. Clinton is volgens hem een “opportunist en goedkope praatjesverkoper met zo weinig kennis van en ervaring in de buitenlandse politiek - die voor de president van het machtigste land ter wereld essentieel is - dat ik toch maar op Bush zou stemmen, te meer daar hij heeft beloofd Jim Baker minister van binnenlandse zaken te zullen maken”.

Bij de PvdA is niemand te vinden die Bush nog vier jaar als president wil zien. Het Kamerlid Akkerman zegt dat het “mogelijke Vietnam-verleden dat tegen Clinton gebruikt wordt, juist een positief effect heeft op mij”. Leijnse ziet in Clintons program “meer sociale elementen en minder eenzijdige supply-side accenten”. Het enige wat Clinton nog zou kunnen doen verliezen, denkt hij, is “een groot lijk in de kast”. PvdA'er Middel kiest voor Clinton als “de minste van de twee kwaden in dit oppervlakkige en geprogrammeerde circus”.

Van de achttien van de 54 Tweede-Kamerleden van het CDA die aan de peiling meededen, verwacht niemand dat George Bush in november nog eens president zal worden. Drie van hen, Frissen, Van der Hoeven en Van Leijenhorst, hopen dat niet Clinton maar Bush wordt gekozen. Voor Van Leijenhorsts keuze is de, niet nader gemotiveerde, “levensloop van Clinton” van doorslaggevende betekenis.

Frissen verwacht wel dat Clinton in het Witte Huis komt doordat de Amerikanen in zijn visie op zoek zijn naar een alternatief voor jarenlange binnenlandse economische malaise (“de pendule van de tijd doet hier haar werk”). Verder meent hij dat een stem op Clinton meer een stem anti-Bush dan een stem pro-Clinton is.

CDA'er J. de Graaf motiveert zijn keus voor Clinton met de woorden dat twaalf jaar Republikeins presidentschap de Amerikaanse samenleving sociaal volstrekt in tweeën heeft gedeeld en dat een Democraat hopelijk meer oog zal hebben voor de burgers aan de onderkant van de samenleving. Van Houwelingen vindt verandering nodig om de steeds diepere kloof tussen arm en rijk te voorkomen en De Kok stelt dat de Verenigde Staten op hun beurt een "perestrojka' nodig hebben.

Van de niet-deelnemers aan de enquête laat CDA'er Mateman weten dat de Amerikanen zelf wijs genoeg zijn om hun keus te bepalen en dat Nederlandse politici daarbuiten moeten blijven. Zijn fractiegenote Tegelaar-Boonacker zegt dat zij als Kamerlid te druk bezig is met de Nederlandse binnenlandse politiek om zich in de Amerikaanse presidentsverkiezingen te verdiepen.

De kleine christelijke partijen hebben hun hoop gevestigd op een nieuwe termijn voor president Bush. Van der Vlies (SGP) zegt niet te kunnen kiezen tussen het levensbeschouwelijke beleid van Bush - dat zijn voorkeur heeft - en de sociaal-economische kwesties waaraan Clinton aandacht wil besteden. Leerling (RPF) hekelt weliswaar “het rampzalige sociale beleid van Bush” maar “fundamenteler” en dus belangrijker in zijn ogen is het feit dat Clinton voor vrije abortus is, waardoor hij nooit op de steun van de RPF-fractie hoeft te rekenen. Van den Berg (SGP) zou op Bush stemmen omdat hij de waarden en normen uitdraagt waarvoor zijn partij staat, vooral op het gebied van abortus, huwelijk en gezin.

Middelkoop (GPV) hoopt dat Bush zal winnen omdat gebleken is dat de zittende president een “betrouwbare Atlanticus” is en het buitenlandse beleid is voor het Nederlandse Kamerlid doorslaggevend. Als Middelkoop in de VS zou wonen dan zou hij evenwel op Clinton stemmen omdat Bush niets doet aan het oplossen van binnenlandse problemen. Dat Clinton voor abortus is, deert Middelkoop niet echt. “Bush heeft ook niet zo veel voor de pro-life beweging gedaan als hij wel beweert.”

De enige partij die niet aan de peiling heeft deelgenomen is die van de Centrumdemocraten. Het enige Kamerlid, Janmaat, kon niet worden bereikt. Een enkel Kamerlid, fan van Clinton, weigert duidelijk te maken waarop zijn voorkeur is gebaseerd omdat hij “zich niet publiekelijk wil mengen in de binnenlandse aangelegenheden van een vreemde mogendheid”.