Trekvogels van de Amerikaanse economie

Legale en illegale dagloners uit Latijns Amerika doen in Californië laagbetaald handwerk. Een deel van hen leeft in krottenwijken als de Rancho de Los Diablos.

SAN DIEGO,. Vijf uur 's ochtends. Uit het ravijn komen mannen tevoorschijn. Hun langwerpige schaduwen vallen in het eerste Californische zonlicht over de zandweg. Sommigen hebben een roestige fiets aan de hand, om straks, als ze het geasfalteerde deel van de weg bereikt hebben, de tien kilometer naar het werk snel te kunnen afleggen. De meesten lopen.

Aan de uiterste noordgrens van San Diego, voorbij de witte villa's met hun eeuwig groene gazons, aan de voet van Black Mountain, ligt de Rancho de los Diablos. Het gebied heet naar de spreekwoordelijke arme duivels die er een eeuw geleden op de velden werkten. Net als vandaag. Ze plukken avocado's en tomaten, en ze kweken de heesters en sierplanten waar het zuiden van Californië, met een jaarlijkse omzet van een miljard dollar, zo trots op is. Het is handwerk en wie anders wil het doen voor die paar dollar per uur of per volle mand dan juist de arme duivels uit Mexico, Guatemala, El Salvador en Nicaragua?

Hier, in het ravijn onder Black Mountain wonen zij - vierhonderd mannen, enkele tientallen vrouwen en een paar kinderen - in een modderig dorp van triplex, losse planken en stukken plastic - een vertrouwde omgeving voor wie de sloppenwijken van Guatemala- of Mexico-stad net achter zich heeft gelaten. “Dit is een goed kamp”, zegt Angelina Rodriguez (38). Op haar hurken maakt ze de platte pannen schoon, waarin ze gisteravond boven een houtvuurtje de tortillas heeft gebakken voor de mannen. Sinds kort staan er ijzeren tonnen voor afval en nu een liefdadigheidsvereniging heeft gezorgd voor drie chemische toiletten, wordt ook het omringende struikgewas minder gebruikt.

Jarenlang heeft ze geslapen in het open veld, of onder een kartonnen doos, maar nu heeft ze een dak boven haar hoofd van echt golfplaat, een huishouden en de zekerheid dat haar man Celso vanavond thuis komt met dertig dollar. Daarvan kunnen ze de bus betalen en naar Mexico bellen en misschien iets opzij leggen om over een paar jaar, als God het wil, eens een keer de jaarlijkse reis naar El Norte te kunnen overslaan.

Ruim driekwart van de inwoners van het kamp Los Diablos woont daar legaal en strijkt er elke lente neer, als een armzalige zwerm trekvogels. De geïmproviseerde onderkomens zijn de enige huisvesting die de dagloners zich kunnen veroorloven. Zij zijn in het bezit van een seizoenpas, maar daarmee houdt hun zekerheid op. Wie ziek is verdient niets en als hun werggever goedkopere arbeiders kan vinden hebben zij geen werk. Als de oogst hier gedaan is, moeten zij officieel terug, maar velen trekken - illegaal - verder. Om in een keuken te werken in Detroit, of naar de sinaasappeloogst in Florida.

“Het is een schande”, zegt Lou Adamo, een gepensioneerde oceanograaf die zijn overvloed aan vrije tijd besteedt aan het verbeteren van de levensomstandigheden in het kamp. “Het is een schande dat the finest city in the nation, zoals San Diego zich noemt, deze wantoestanden laat bestaan.” Hij heeft er een paar zonnepanelen met accu's geïnstalleerd, die 's nachts een paar lampen voeden. Sinds die er zijn, zijn er minder vechtpartijen en wordt er minder gestolen. Adamo heeft een belendende boer zover gekregen dat hij een aftakking van zijn waterleiding naar het kamp heeft toegestaan. Daar is nu stromend water: een kraan. “De stad stopt ze weg, maar deze mensen leveren een onmisbare bijdrage aan onze economie. Zij kunnen niet zonder de VS, maar de VS kan ook niet zonder hen, en dat wil niemand toegeven.”

De eigenaar van Los Diablos had er een villawijkje gepland, maar gezien de recessie wil hij dit jaar misschien wel gesubsidieerde "containerwoningen' laten bouwen. Maar Adamo weet niet of hij daar blij mee moet zijn. Liever had hij gehad dat de gemeente de seizoenwerkers accomodatie geeft in de stad, of dat hun werkgevers daarvoor zorgen. Met de bouw van een “prefab-dorp” blijven de hispanics weggemoffeld, zegt Adamo. “Dit kamp en dit werk wordt gelegitimeerd.”

Op het lemen pleintje, waar elke vrijdagavond prostituées en louche advocaten hun diensten komen aanbieden, staat vanochtend alleen de roach-coach, de "kakkerlakkenkar', die koffie verkoopt, sigaretten en wc-papier. Een paar mannen gooien hun schuimplastic koffiebekers in het smeulende vuur en verdwijnen achteloos tussen de struiken. Zij behoren tot vijftien procent voor wie Los Diablos geen vaste stek is, maar de eerste etappe na de grens, een korte tussenstop op weg naar de gouden bergen van L.A., San Fransisco of Chicago.

"Toerisme naar Tijuana, met gids', zeggen kleine annonces in de kranten van Midden-Amerika en iedereen weet waar dat voor staat: een enkele reis over de grens met de VS, succes niet gegarandeerd, maar wie bij de eerste poging faalt kan het altijd opnieuw proberen. De enige sanctie waarover de VS beschikken is terugsturen. Dit jaar zal het plaatstalen hek tussen Mexico en de VS bij Tijuana voltooid zijn. The fence, heet het aan Amerikaanse zijde, en aan de Mexicaanse kant "de Berlijnse Muur'.

Maar niemand maakt zich illusies dat die paar kilometer hek de stroom zal stelpen. De passanten van Los Diablos komen te voet, sluipend door droge rivierbeddingen, verstopt onder een lading textiel, in olievaten of hangend aan het chassis van een auto. Op de snelweg naar het zuiden waarschuwen borden voor overstekende illegal aliens, die dagelijks met duizenden door de mazen glippen.

Gisteren hadden ze pech, zegt Angelina. Plotseling verscheen de grenspolitie, la migra, en nam er zeven mee. “Hoe laat”, wil Adamo weten. “Om twaalf uur 's middags”, zegt Angelina. “Zie je wel,” zegt Adamo. “Als het ze alleen om mensen zonder papieren te doen was, zouden ze wel 's avonds of 's nachts komen. Nu weten ze zeker dat ze alleen werkeloze, onproduktieve hispanics vangen. Zo schaden ze de plaatselijke economie niet.”

Over de snelweg zien we ze rijden op hun dagelijkse traject van de detentiecentra: wit met blauwzwarte Greyhound-bussen met het adelaarslogo en in grote letters "Department of Justice' op de flanken. Vol naar Tijuana en leeg weer terug.

    • Hans Steketee