Tenerife

Dit is het mooie van La Gomera: dat je je bijzonder voelt. En dan de terugreis.

's Middags op de boot naar Tenerife, de volle zon boven een schitterende zee. Ik gebruik de verrekijker voor een pijlstormvogel en bij de reling staat iemand die zich afvraagt wat mij bezighoudt. Hij ontdekt dolfijnen. Vlak onder de zeespiegel komt er één op ons toeglijden, een bleek en lenig, door de golven golvend lijf.

Dit is het mooie van dolfijnen: de indruk dat het fijn is om dolfijn te zijn.

's Avonds op het vliegveld, het eindstation van alle illusies, de totale massaficatie, samengeknepen tot druppels in een allesbedervende vloedgolf van toerisme, naamloze posities in afzichtelijke rijen voor de balies tien en elf, het moedeloos oppakken en op dezelfde plaats weer neerzetten van koffers, wachten zonder voortgang, zonder uitzicht, zweet en grappen en gefoeter, het herkennen, in de gaten houden en uiteindelijk betrappen van lui die voor hun beurt willen gaan, het gerucht van vertraging, de groeiende zekerheid dat dit wachten zal uitmonden in wachten.

Mensen, mensen. Je kijkt om je heen en doet oprecht je best een mensenvriend te zijn, maar niemand, niemand met wie je op de dodenlijst zou willen staan.