Rentedaling zet versneld door

AMSTERDAM, 21 OKT. Geïnspireerd door het vooruitzicht dat de Bundesbank op korte termijn de officiële rentetarieven zal verlagen en DNB zal volgen, was er in de verslagweek sprake van een forse daling van de geldmarktrente en werd op de Nederlandse kapitaalmarkt een flinke koersstijging gerealiseerd.

Op de kapitaalmarkt noteerden langlopende obligaties gisteren circa 15 basispunten lager dan een week geleden. Op de geldmarkt was de daling van de rente nog groter: eenjaars interbancaire deposito's werden gisteren voor 7,85 procent aangeboden, tegen 8,10 procent een week geleden. Of de Bundesbank inderdaad de officiële tarieven spoedig zal verlagen - tijdens de volgende vergadering van de Bankrat volgende week donderdag - valt echter te bezien. Zoals eerder in deze rubriek is vastgesteld, ligt het in de rede dat de Duitse centrale bank voorlopig een afwachtende houding zal aannemen. Immers, hoewel de vakbonden in Duitsland voor een gematigde opstelling hebben gekozen, is het nog niet duidelijk hoe de onderhandelingen tussen de sociale partners zullen uitkristalliseren. Pas als duidelijk is dat in 1993 vanuit de loonstijgingen geen inflatoire impuls uitgaat, zal de Bundesbank genegen zijn een tegengebaar, in de vorm van een renteverlaging, te maken. Ook de onzekerheid met betrekking tot de Amerikaanse presidentsverkiezingen en het daaruit voortvloeiende koersverloop van de dollar, doen vermoeden dat de Bundesbank (voorlopig) een voorzichtige houding zal blijven aannemen. Dit laat onverlet dat de verlaging van de officiële tarieven in de maak is. Omdat het verschil tussen de ondergrens (disconto 8,25 procent) en de bovengrens (Lombardtarief 9,50 procent) van de Duitse geldmarkt aanzienlijk is, heeft de Bundesbank overigens ruimte om te manoeuvreren, zonder dat de officiële tarieven behoeven te worden gewijzigd. Vandaag wees de Bundesbank zogenaamde Repo-tenders (vergelijkbaar met de Nederlandse speciale beleningen) toe, tegen een tarief van 8,75 procent, 15 basispunten lager dan de vorige Repo. Hiermee wordt de neerwaartse beweging van de interbancaire geldmarkttarieven gevolgd. DNB heeft nog geen aanleiding gezien het tarief op speciale beleningen verder te verlagen. Voor gisteren en vandaag verleende DNB extra geldmarktsteun tegen het onveranderde tarief van 8,9 procent. Vervolgens, gezien de kracht van de gulden ten opzichte van de D-mark en de daling van het Repo-tarief in Duitsland, kon DNB het disconto vandaag met 0,25 procent verlagen tot 8,50 procent.

Terwijl de langere geldmarkttarieven de afgelopen week fors daalden, bleef het daggeld in de verslagweek stabiel rond de 8,75 - 9,00 procent. De geldmarktverruimende Rijksbetalingen (5,1 miljard gulden) werden door DNB in de afgelopen periode meer dan tenietgedaan door een verhoging van de kasreserve met 6,7 miljard gulden. Dankzij extra geldmarktsteun kon het gezamenlijke bankwezen de besparing van drie procentpunt op het contingentsverbruik vasthouden. Vanaf vrijdag gaat de nieuwe driemaandse contingentsperiode in, met een toelaatbaar beroep van gemiddeld 4,1 miljard gulden.

Bron: Economisch Bureau ING Bank