Remparachute achter een Jumbo; DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEU

J.G.M. ALDERS Budget: 14,8 miljard Aantal ambtenaren: 7.241 Voornaamste beleidsvoornemen voor 1993: uitvoering van het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP)

Drie jaar oud is het kabinet-Lubbers III nu. Over anderhalf jaar zijn de verkiezingen. In de Haagse politiek wordt geleidelijk aan de balans opgemaakt. Wie van de ministers doet het goed? Wie komt straks niet meer terug? Vandaag het eerste deel van een serie evaluerende portretten: J.G.M. Alders, minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer.

DEN HAAG, 21 OKT. Drie jaar geleden kwam zijn benoeming als een grote verrassing, vervolgens verbaasde hij vriend en vijand met zijn grote dossierkennis, maar inmiddels gaat hij vooral als eenzame bewindsman door het leven: de 39-jarige minister van volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer, J.G.M. Alders. “Ik voel me vaak een eenling, ook in het kabinet”, zei hij onlangs.

Voor de secretaris van de PvdA-Tweede Kamer fractie en vertrouweling van partijleider Kok leek in 1989 een post op het ministerie van binnenlandse zaken in het verschiet te liggen. Maar het werd VROM. Het milieubeleid, op de politieke agenda geplaatst door de VVD'er Winsemius en op poten gezet door diens opvolger Nijpels, zou een groter PvdA-gehalte moeten krijgen.

Maar zijn alom erkende dossierkennis en ijver ten spijt, de minister van milieu vecht bijna per definitie een ongelijke strijd. Zijn functionele tegenhangers zijn de ministeries van landbouw, economische zaken en verkeer en waterstaat. De milieuminister stelt maatregelen voor die door de drie departementen - gesteund door de lobby van dienst - met weinig animo worden uitgevoerd of met grote inzet worden gesaboteerd. “Strijd met deze departementen is zo oud als het milieubeleid”, wist Nijpels al in 1989.

In de ministerraad vindt Alders de CDA-ministers Bukman, Andriessen en Maij-Weggen op zijn weg. Alders is voor steun bij de uitvoering van het Nationaal Milieubeleidsplan (NMP) grotendeels aangewezen op steun van premier Lubbers en vice-premier Kok. Soms krijgt hij die, zoals vorige week bleek bij de algemene beschouwingen. De herziening van het Nationaal Milieubeleidsplan moet er komen, liet premier Lubbers weten. Hij trotseerde daarmee het verzet van de drie CDA-ministers en fractieleider Brinkman. Maar vaak bijt Alders in het zand, zoals met de regulerende energieheffing. Ook Kok, de pragmaticus, kijkt eerder naar wat haalbaar is dan naar de verlanglijst van VROM.

Alders zoekt in de Tweede Kamer zijn natuurlijke bondgenoot, hij onderhoudt de band met de fractiespecialisten als geen ander, stuurt stukken toe en betrekt de Kamerleden in vooroverleg. J. Feenstra (PvdA) en A. Lansink (CDA) zijn lovend over deze intensieve aandacht. Maar ook in de fracties wordt het wenselijke op milieugebied afgewogen tegen de noodzaak van economische groei: zie de uitbreiding van Schiphol.

De milieubeweging mort over Alders. L. Reijnders, hoogleraar milieukunde en verbonden aan de Stichting Natuur en Milieu is teleurgesteld in de minister, maar nog meer in het kabinet als geheel. “Het probleem is dat een milieuminister zelf maar heel weinig kan doen. Alders stuit op drie ministers, Andriessen, Maij-Weggen en Bukman die extreem weinig milieuvriendelijk zijn. Ze vormen een solide blok als het gaat om het niet-meewerken aan het milieubeleid. Ook Lubbers en Kok steunen in de regel Alders niet. Ik zou in zo'n situatie zijn afgetreden.” Anders dan Nijpels verstaat Alders niet de kunst om de publieke opinie te mobiliseren voor het milieubeleid, oordeelt Reijnders. “Nijpels boekte daardoor toch successen: de katalysator in de auto, de fosfaten uit de wasmiddelen, het cadmiumbeleid”.

W. van Dieren, directeur van het instituut voor milieu en systeemanalyse (IMSA), zegt: “Het beleid is niet verkeerd, maar wél het Haagse systeem waarin de besluiten worden genomen”. Volgens hem hebben de andere ministeries het voor het zeggen en is Alders een "remparachute' achter een Jumbo. “Voor wat hij nog tot stand heeft weten te brengen, neem ik mijn pet af.”

In de inner circle van de PvdA is de ster van Alders enigszins gedaald. Hij, de veelbelovende politicus die iedereen in de partij kende, ging met Kok mee in het kabinet om de kanalen met de achterban open te houden. Alders werd soms meewarig afgedaan als de tassendrager van Kok, maar zijn feeling voor wat er leefde in de PvdA zou zijn ministerschap "meerwaarde' geven. Die taak kwam niet goed uit de verf, omdat Alders op VROM in het moeras van de dossiers bleef steken.

Zijn presentatie was, zeker in het begin, gebrekkig. Hij speelde de gewone jongen met de sjaal, liep joviaal door Den Haag maar was niet in staat zijn beleid in sweeping statements uit te leggen. Hij stuntelde, praatte te lang en werd een geliefd onderwerp voor de karikaturen van Van Kooten en De Bie. Soms kon hij erom lachen, imiteerde zelfs op het ministerie een keer de act van Van Kooten: maar het beeld van een weinig gezaghebbende bewindsman was gezet. Toen omstreeks de jaarwisseling in de PvdA "kringen om Kok' het plan maakten enkele ministers te vervangen stond Alders hoog op de lijst. Het voorstel werd door Kok, die zelf de PvdA-ministers had geselecteerd, afgewezen.

Ook aan de Haagse Van Alkemadelaan, de houten barakken die nog slechts korte tijd het hoofdkwartier van VROM zullen zijn, verloopt het werk moeizaam. De begroting voor milieubeleid groeit (van 1988 tot 1994 van ruim 8 naar 16 miljard) en ook het aantal milieuambtenaren stijgt snel. Maar het ministerie raakt verkokerd, ambtelijke loopgravenoorlogen worden intensiever. Alders, zo meent menig ambtenaar, gedraagt zich als een “Kamerlid op een ministerie” en slaagt er niet in het bureaucratische proces te bedwingen.

De groei gaat gepaard met stuipen: buitenstaanders die met het departement te maken hebben ervaren er soms een chaos. Het toekennen van subsidies duurt soms jaren en wordt vaak gezien als een "persoonlijke gunst' van ambtenaren die op het departement hun eigen rijkjes verdedigen. Alders greep onlangs in om het zwakke financiële beheer op zijn ministerie te verbeteren maar hij is, zo wordt gesteld, als manager geen zwaargewicht. De kritiek wordt nog versterkt door de vertrouwensband die de minister heeft met M. van Giezen, zijn eerste milieuwoordvoerster. Zij heeft op het departement een positie die haar formele status overstijgt en dat zit de ambtelijke top dwars. Een manager met oog voor onderlinge werkverhoudingen zou het niet zover laten komen, zo vinden ambtenaren en politieke geestverwanten van Alders.