Laat protest AAF tegen plundering

Al sinds 1990 gebruikt minister Kok van Financiën miljarden guldens aan belastinggeld, dat bestemd was voor het Arbeidsongeschiktheidsfonds (AAF), om het financieringstekort laag te houden. Gezien de bedragen waarom het gaat - volgend jaar bij voorbeeld 2,3 miljard gulden - kan worden geconstateerd dat de jaarlijkse daling van het financieringstekort in deze kabinetsperiode voor een groot deel wordt betaald uit de AAW-premie. Had minister Kok het AAW-fonds de afgesproken rijksbijdragen gegeven dan had de AAW-premie de afgelopen jaren en volgend jaar één procent lager kunnen zijn.

Geen wonder dat de voorzitter van het Arbeidsongeschiktheidsfonds, prof. dr. W van Voorden, in het FNV Magazine van deze week eens flink uitschiet tegen de minister van financiën. Het AAF telt alle achtergehouden bedragen van de afgelopen jaren op en wil nu alsnog 6 miljard gulden van het kabinet. Van Voorden zou het liefst hebben dat de parlementaire enquêtecommissie zich over deze AAF-zaak zou buigen, maar deze commissie beperkt haar activiteiten tot de periode 1980-1990. De hele huidige kabinetsperiode valt daarbuiten.

Het is overigens de vraag of een parlementaire enquêtecommissie iets zou kunnen toevoegen aan het verhaal. Van Voorden wekt enigszins de indruk dat minister Kok al jarenlang op slinkse wijze bezig is de kas van het Arbeidsongeschiktheidsfonds te plunderen. In werkelijkheid gaat het vanaf 1990 om openbare beslissingen van kabinet en parlement, die in de zogeheten Tussenbalans van voorjaar 1991 en verder in alle Miljoenennota's en begrotingen van Sociale Zaken gemakkelijk zijn terug te vinden. In dat licht is het eerder merkwaardig dat de voorzitter van het Arbeidsongeschiktheidsfonds niet al veel eerder de publiciteit heeft gezocht.

De minister van Financiën schaart zich in de lange rij van voorgangers, die allen op financiëel moeilijke momenten lastige bezuinigingen op de rijksbegroting uit de weg gingen. Ze deden dat door op grote schaal rijksbijdragen uit de sociale fondsen terug te trekken of door de fondsen op te dragen hun vermogens te verminderen zodat met het vrijkomende geld een inkomenspolitiek kon worden gevoerd die eigenlijk had moeten worden bedreven via de belastingen. Dat laatste gebeurt trouwens weer in 1993.

Dat de minister van financiën zo graag geld weghaalt bij de sociale fondsen wijt Van Voorden aan de anonimiteit van de fondsen: “Er is geen achterban die kan worden gemobiliseerd, dus ontbreken luide protesten.” Het is de vraag of de sociale fondsen hier niet een erg passieve rol krijgen toegeschoven. De fondsen worden immers mede beheerd door vertegenwoordigers van de werkgevers- en werknemersorganisaties.

Het eenzame protest van Van Voorden zal in het huidige stadium vermoedelijk weinig uithalen. Geen van de regeringsfracties zit te springen om bijna 2,5 miljard gulden per jaar extra te bezuinigen op de rijksbegroting om de AAW-zaak recht te trekken.

De AAF-voorzitter meent dat de zaak anders zou liggen als het zou gaan om een belastingverhoging. Dan zou de politiek wel te hoop lopen. De proef op de som voor die stelling volgt volgend jaar. In de nieuwe Miljoenennota is al aangekondigd dat de extra stijging van de AAW-premie met één procent met ingang van 1994 wordt omgezet in een verhoging van de loon- en inkomstenbelasting met één procent. Maar geen enkele politicus die daarover tot nu toe verontrust zijn mond heeft open gedaan.