Kamer heeft genoeg van Bosio-affaire

DEN HAAG, 21 OKT. Alle fracties in de Tweede Kamer vinden dat er eind moet komen aan de al negen jaar slepende zaak rond de in Arnhem wonende Fransman M. Bosio. In het debat over de Bosio-affaire werd gisteren duidelijk dat de Kamer instemt met de conclusies van een speciale onderzoekscommissie uit haar midden, die in juni heeft vastgesteld dat de Franse zakenman niet het slachtoffer geworden is van een complot van de Nederlandse overheid en Amerikaanse geheime diensten.

De Kamer neemt ook het oordeel van deze commissie over dat Bosio nooit een kredietverlening van 2,3 miljoen gulden had mogen krijgen van het Rijk, waarmee hij in 1982 in Arnhem een fabriekje in airconditioningsapparaten voor auto's is begonnen. De volksvertegenwoordiging vindt wel dat het kabinet opheldering moet geven over de rol van de Drugs Enforcement Administration (DEA) in Nederland en over het werk van informanten van de Nederlandse politie in het drugscircuit.

De Kamer plaatste gisteren wel vraagtekens bij het verhaal van de commissie-Bosio dat deze op nogal wat punten is tegengewerkt in haar onderzoek. Zo weigerden verscheidene getuigen, onder wie de belangrijkste, die de commissie had opgeroepen, te verschijnen. De Belgische justitie weigerde informatie te geven, de Nederlandse justitie en politie gaven slechts mondjesmaat inzage in documenten, terwijl een groot deel van het archief van het ministerie van economische zaken over de Bosio-zaak verdwenen bleek te zijn .

Bosio kreeg tien jaar geleden na lang aandringen een krediet van 650.000 gulden van de toenmalige staatssecretaris Van Zeil om een bedrijfje te beginnen. Na korte tijd werd hij naar zijn zeggen onder dubieuze omstandigheden zijn zaak uitgewerkt. Zijn opvolger, een goede bekende van Van Zeil, ontving nog eens 1,7 miljoen gulden, maar ging uiteindelijk failliet.

In 1985 raakte Bosio buiten zijn medeweten betrokken bij een hasjsmokkel van Ghana via Antwerpen naar Duitsland. Daarbij speelde een voormalige vertegenwoordiger van zijn bedrijf een hoofdrol. Die man, H.J. Parisius, bleek als informant van de DEA en de rijkspolitie te werken, maar speelde ook een dubbelrol in het criminele circuit. Hij was aan Bosio aanbevolen door het ministerie van economische zaken.