Is dit de zevende of de achtste keer dat ik je oppak, Garcia?

Aan de 3.400 kilometer lange grens tussen de Verenigde Staten en Mexico werden vorig jaar een miljoen illegale migranten op weg naar de gouden bergen van Amerika aangehouden door de Border Patrol, de Amerikaanse grenspolitie. Nu het vrijhandelsverdrag tussen Mexico, de VS en Canada is getekend, zal dat zeker niet minder worden. “Wij maken ons geen illusies: we hebben de mankracht noch de middelen om iedereen op te pakken”.

HIDALGO (Texas),. “Hasta la vista” - tot kijk, grinnikt agent Joe Dale van de US Border Patrol, de Amerikaanse grenspolitie, in z'n Texas-Spaans. Hij staart het groepje mannen na dat langzaam in de richting sjokt van de brug over de Rio Grande, de grens met Mexico. “Hasta mañana!” - tot morgen, luidt opgewekt-brutaal het antwoord in zangerig Mexicaans. De mannen verlaten de Verenigde Staten via het voetgangershekje en steken met duidelijke tegenzin de brug over naar Reynosa in de Mexicaanse staat Tamaulipas.

Joe Dale en z'n partner Ray Grado hebben er pas drie uur van hun negen-urige dienst opzitten en nu al hebben ze twaalf illegal aliens opgepakt en over de grens gezet. “Een normale avond”, zegt Grado, terwijl hij in de patrouille-auto klimt. Agent Dale luistert naar een bericht over de boordradio. “381, twee hits”. Eén van de elektronische verklikkers langs de Rio Grande heeft weer twee vermoedelijk illegale migranten gesignaleerd. “Let's go”, zegt Dale, en zet de Suburban 2500-patrouillewagen in beweging. Het zal nog een drukke avond worden.

De grens tussen de Verenigde Staten en Mexico heeft een lengte van ruim 3.400 kilometer en loopt van San Diego in Californië tot aan Brownsville in Texas in het oosten. Daartussen liggen aan Amerikaanse kant belangrijke grensplaatsen als Nogales, El Paso, Laredo, Hidalgo-McAllen. Aan de Mexicaanse kant zijn hun tegenhangers het gelijknamige Nogales, Ciudad Juarez, Nuevo Laredo en Reynosa. Voor een groot deel ligt de grens in het midden van de Rio Grande, of Rio Bravo zoals de Mexicanen haar noemen.

Het is ook een drukke grens, zowel voor legaal als illegaal verkeer. “Vorig jaar hield de Border Patrol in de hele VS een miljoen illegale migranten aan, voornamelijk aan deze grens. In de sector McAllen alleen al waren dat er 89.000”, zegt hoofdagent Sylvestre Reyes van de Border Patrol in McAllen. De Border Patrol, onderdeel van de Immigration and Naturalization Service (INS) van het Amerikaanse ministerie van justitie, telt ruim 3.800 manschappen. Van hen is negentig procent in het zuidwesten actief. Reyes schat dat het drie van iedere tien overwegend Mexicaanse en Middenamerikaanse illegalen lukt om in zijn sector de VS binnen te komen, langs de patrouilles aan de grens en langs de checkpoints landinwaarts bij Falfurrias en Kingsville in Oost-Texas, richting San Antonio, Houston, Dallas en verder, naar Chicago en New York.

“Wij maken ons geen illusies: we hebben de mankracht noch de middelen om iedereen op te pakken”, zegt Reyes, zelf een tweede generatie-Mexicaan in de VS, wiens grootvader nog vocht aan de zijde van de beroemde revolutionair Pancho Villa. “Maar ik geloof wel dat we het kunnen beheersen. We hebben een moeilijke taak. Je moet er van houden om het goed te kunnen doen. Natuurlijk hebben we medelijden met de illegalen. Er is een push-pull factor aan het werk. De omstandigheden in Mexico zijn moeilijk en velen zien de VS nog steeds als het land van de grote mogelijkheden. Zij zijn bereid alles te riskeren om hier te komen. Onze taak is het dat te voorkomen”.

Het is een endless job, constateert agent Joe Dale, terwijl hij met een verrekijker de Amerikaanse oever van de Rio Grande afspeurt naar nieuwe binnendringers. De 53-jarige Dale is al twintig jaar bij de Border Patrol en heeft nog drie jaar te gaan voordat hij zich aan een studie kunstgeschiedenis zal zetten en in een mobil home de VS kan gaan verkennen. Dale en zijn 35-jarige partner tijdens deze dienst, Ray Grado, geven er ook blijk van de beweegredenen van de illegale migranten te begrijpen. “Ik zou hetzelfde doen als ik in zo'n situatie verkeerde”, stelt Dale.

De Suburban rijdt stapvoets langs de oever. Dale wijst op een langgerekt spoor van omgebogen gras. “Daar zijn er weer een paar langsgegaan”.

De Border Patrol is een van de weinige federale instanties in de VS die nog actief aan spoorzoeken doen. Kapotte spinnewebben geven een pad aan, legt Dale uit, en diepe voetafdrukken in het zand wijzen mogelijk op een smokkelaar die met een lading van twintig pond marihuana de VS is binnengedrongen. Noordwaarts is de algemene tendens, maar er is ook smokkel naar het zuiden. “Wapens en elektronica naar het zuiden, aardappelzoutjes en bloemen naar het noorden, het gaat allemaal de rivier over”. Bloemen? “Ja, ik heb ze wel gepakt met ladingen hibiscus”, zegt Dale. “Vorig jaar december liet een boer hier een compleet slaapkamerameubelement op binnenbanden overvaren als kerstcadeau voor een collega in Mexico.”

Het is, zo erkennen de agenten lacherig, een beetje een spelletje. Kat-en-muis, verstoppertje, diefje zonder verlos. Maar het kan ook serieus worden. Terug bij de grenspost Hidalgo registreren Dale en Grado acht mannen die ze zojuist tussen het riet aan de Amerikaanse kant van de Rio Grande hebben opgevist. Gelaten geven de sjofel geklede, overwegend jonge mannen op verzoek hun namen en andere personalia op. Ze komen, beweren ze, uit de Mexicaanse staat Durango. “We hebben drie dagen gelopen en gelift. Niks gegeten. Vandaag de hele dag niet gedronken”, zegt een jongeman, terwijl een grote fles water uit het patrouillevoertuig van hand tot hand gaat. Hij wijst op zijn versleten sportschoenen. “Ik had nieuwe tenis. Nikes. Maar we zijn overvallen bij de rivier en ze dwongen ons met messen en machetes om alles af te geven. Ik kreeg deze oude schoenen in ruil voor mijn Nikes.”

Grado kijkt somber naar de natte grenslijn en zegt: “Geen enkele rivier heeft zoveel levens geëist als de Rio Grande.” De bandits zoals de agenten van de Border Patrol deze overvallers noemen, vormen het grootste gevaar voor de illegale immigranten, vertelt Grado. “Het zijn hun eigen mensen”, zegt Dale verbitterd. “Ik zou er wel eens een in handen willen krijgen”. Een langstoerende politiefunctionaris van de gemeente Hidalgo valt de Border Patrol-collega's bij. “Die fucking immigratiewetten zijn veel te soepel. Wij kunnen zo weinig doen”, klaagt hij. “Gisteren hebben de bandits weer eens vrouw verkracht en beroofd toen ze met hen de rivier probeerde over te steken”. Dale heeft een pasklare oplossing: “Kaalscheren en hun hoofden verven, dan kunnen ze in elk geval zes maanden lang niets ondernemen zonder direct te worden opgemerkt”.

Het is wellicht dit soort opmerkingen dat de Border Patrol of La Migra, zoals de Mexicanen de dienst kennen, een slechte reputatie heeft bezorgd. De mensenrechtenorganisatie America's Watch kwam eind mei met een vernietigend rapport over de Border Patrol. Volgens America's Watch maakt de dienst zich schuldig aan mishandeling, marteling en seksueel misbruik van de illegalen en worden sommigen zelfs doodgeschoten. “Ik verwerp die kritiek categorisch”, zegt Chief Reyes in McAllen. Hij wijst op de gevaren die zijn mannen lopen, vooral door de toenemende drugssmokkel. “Iedereen is gewapend en de smokkelaars plaatsen zelfs booby traps van het soort dat in Vietnam werd gebruikt om onze agenten af te schrikken”, aldus de veteraan Reyes. Met 67 procent van zijn manschappen uit hispanic-gelederen is volgens hem juist begrip en een goede behandeling van de illegalen regel, en zijn misstappen door de Border Patrol een uitzondering. Agent Grado zegt: “We beschermen veelal de mensen die we achterna moeten zitten”.

“Het is de mentaliteit van de Border Patrol”, meent evenwel de socioloog Rogelio Núñez, directeur van het Proyecto Libertad (Project Vrijheid), een particuliere instelling in het nabijgelegen Harlingen (Texas), die zich inzet voor de illegale migranten. “Er is geen beleid dat misstappen aanmoedigt, maar de dagen van generaal Swing, van grote operaties tegen de Mexicanen zoals "Operatie Wetback' toen een miljoen tegelijk werden opgepakt en het land uitgezet, zijn nog niet voorbij, en evenmin de militaristische methodes.”

Núñez en z'n collega's werken veelal in het Detention Center Port Isabel van de INS nabij Brownsville, waar illegalen worden bijgestaan in de juridische procedure. Maar de corralón is overvol en de Border Patrol zet doorgaans de gepakte illegalen na registratie over de grens - vaak om ze een paar dagen later weer aan de Amerikaanse kant tegen te komen.

De Suburban doorkruist nu de donkere straten van Hidalgo. Op een hoek staat een wat schichtige man. “Hola Garcia!”, zegt Ray Grado, terwijl hij uitstapt om de deuren van het voertuig te openen voor nummer 15 die avond. “Is dit nou de zevende of de achtste keer dat ik je oppak?”

Chief Reyes, de agenten, noch Núñez van het Proyecto Libertad zien een onmiddellijke verbetering in de situatie van de illegale grensoversteek nu het Noordamerikaanse vrijhandelsverdrag (Nafta) tussen de VS, Canada en Mexico is getekend. “Misschien na vijf of tien jaar. Als er een akkoord komt over het uitwisselen van arbeidskrachten, wellicht”, filosofeert Reyes. Núñez vindt het ontbreken van een paragraaf over de migratie een manco van Nafta. “Vele Mexicanen zullen het zo opvatten: als er meer goederen de grens over gaan, waarom dan ook niet meer mensen?”

De illegale migranten laten zich voorlopig niet afschrikken. Border Patrol, bandits, zelfs een "Berlijnse Muur' tussen de VS en Mexico zoals Amerikaanse Republikeinen van de groep rondom de conservatieve Pat Buchanan voorstellen - dat alles zal hen niet beleten om gevolg te geven aan de lokroep van El Norte.

“Nee vanavond probeer ik het niet nóg een keer”, zegt een van de aangehouden mannen uit Durango. “Even uitrusten. Morgen weer, als de Border Patrol wisseling van de wacht heeft”.

    • Reinoud Roscam Abbing