Hollandse struisvogels op Amerikaans menu

FORT, 21 OKT. In het Drentse landschap lopen op twee percelen grasland achter een hoge omheining van gaas enkele tientallen loopvogels die zich gewoonlijk ophouden in de Zuidafrikaanse savanne: struisvogels. De iets verderop grazende rood-bonte koeien nemen weinig notie van hun Afrikaanse buren, die gruis-bruin van kleur zijn (hennen) of een zwarte verendos en rode poten hebben (hanen). “Sind die Straußen angekommen. So, und alles ist gut gegangen. Das ist Schön”, zegt struisvogelfokker Vos door de telefoon tegen een Duitse klant.

In de broed-boerderij in Fort fokt Gerrit Vos eieren, kuikens en broedparen van struisvogels, die vooral in de Verenigde Staten erg in trek zijn. Vos, van origine een broedfokker van exotische vogels, is daarmee sinds vier jaar de pionier van de struisvogelfokkerij in Nederland. “Vanuit de hele wereld word ik gebeld om struisvogelseieren en -kuikens te leveren. De vraag is enorm”, zegt Vos.

Het voorbeeld Vos is inmiddels nagevolgd door ongeveer 50 veeboeren, die meer brood zien in de exotische loopvogel dan in het fokken van varkens en runderen. De Nederlandse boeren zijn al jaren op zoek naar alternatieven voor de traditionele landbouw, die door de produktie-beperkende maatregelen van de EG steeds minder oplevert. In het recente verleden heeft een aantal boeren vergeefs hun heil gezocht in het kweken van meervallen en palingen en het fokken van herten. Het fokken van struisvogels lijkt betere kansen te bieden en is in elk geval behoorlijk lucratief.

De "betere' restaurants - met name in Florida - hebben de "volaise' als exclusiviteit op het menu staan. Met een cynische ondertoon zegt Vos dat het rode vlees met een laag cholestorol- en vetgehalte bij de "dieet-bewuste' Amerikaanse consument erg in trek is. “Maar het is een puur weelde-produkt. Ze willen daar allemaal iets speciaals, iets wat de buurman nog niet heeft. Nou, dat kunnen ze krijgen.” Vos exporteert veel struisvogelmateriaal naar de Verenigde Staten. Daar worden de eieren in machines uitgebroed en de kuikens in een tijdbestek van 14 maanden vetgemest en geslacht.

Vier jaar geleden begon Vos min of meer toevallig met het fokken van de 2,5 meter grote loopvogel uit Afrika. Nu heeft hij meer dan 250 Roodnek-, Blauwnek- en Zwarte Afrikaanse struisvogels op zijn erf rondlopen. “Ik kreeg destijds door een Zuidafrikaan uitbetaald in struisvogels, omdat hij niet in staat was "cash' te betalen. Ik dacht: ik zie wel wat ik ermee doe. Binnen een week had ik de vogels weer voor een goede prijs verkocht. Ik dacht: hé, dat is handel.”

De struisvogelboeren horen hun kassa's al rinkelen bij de gedachte dat een struisvogelkuiken al gauw duizend gulden oplevert en een broedpaar - zelf in staat om bevruchte eieren te produceren - voor meer dan 20.000 gulden van de hand gaat. Een volwassen hen legt per jaar zo'n 40 tot 70 eieren, die een vorm en omvang hebben van een cocosnoot en een gewicht van 1 tot 1,5 kilogram. Met een marktprijs voor één struisvogel-ei van boven de driehonderd gulden, lijken de winstmogelijkheden groot.

Een ander aantrekkelijke punt van de struisvogelfokkerij zijn volgens Vos de betrekkelijk lage aanloopkosten. De vogels stellen geen hoge eisen aan de huisvesting en er kan volstaan met een nachthok en uitloopruimte waar ze bijgevoerd kunnen worden. Ook in de wintertijd hebben de dieren geen verwarmd onderkomen nodig en kunnen de dieren prima in de buitenlucht leven, beweert Vos. “Kou schijnt die beesten niet te deren, alleen aan regen hebben ze een hekel.”

Ook de voederkosten zijn laag, want de vogel is in staat ruwe celsoffen te verteren, waardoor het nagenoeg kan leven van gras alleen. Wel krijgen struisvogelkuikens totdat ze van vier maanden zogeheten "startvoer' - korrels waarin antibiotica is verwerkt ter voorkoming van ziekten. En tijdens de legperiode, die loopt van begin maart tot ver in oktober, wordt ook vaak kalkhoudende korrels bijgevoerd om ervoor te zorgen dat de eierschalen niet al te broos zijn.De Nederlandse struisvogelfokkers hebben zich tot nu toe vooral gericht op de produktie van eieren en kuikens. Volgens Fred van der Horst, direkteur van een gelijknamig organisatiebureau dat zich sterk maakt voor de oprichting van een branche-organisatie voor struisvogelfokkers is “het nog te vroeg om in Nederland zelf struisvogels vet te mesten en te slachten,omdat de vraag naar struisvogelvlees hier gering is.”

Hoewel er in Nederland geen struisvogels worden geslacht, is het vlees in een aantal restaurants en supermarkten wel verkrijgbaar. Het wordt gemporteerd uit Israël of Zuid-Afrika, alwaar men de vogels al langer dan 100 jaar fokt en eet. Vooral de struisvogelbiefstuk is, volgens een deskundige op culinair gebied, zeer appetelijk en goed betaalbaar en omschreef het als volgt: “Supermals vlees dat wat zoetig van smaak is, met een iets grovere structuur dan ossehaas voor een prijs van minder dan 4 gulden per ons”. Van der Horst schat dat aan slachtrijpe struisvogel ongeveer 50 tot 60 kilo bruikbaar vlees zit en “de huiden worden verkocht aan Japan en daar maakt men er weer luxere lederwaren van”.

Het totaal aantal struisvogels dat in Nederland rondloopt, schat Fred van der Horst, grofweg op 800 stuks - circa 10 tot 20 vogels per fokker. Exacte cijfers zijn niet voorhanden, omdat er nog geen branche-organisatie bestaat die de registratie en coördinatie verzorgt. Maar van der Horst is daar druk mee bezig, want “anders is de kans groot dat de struisvogelfokkerij in Nederland dezelfde lot treft als de meerval- en de palingkwekerij. En dat moet voorkomen worden”.

Hij is ervan overtuigd dat als de struisvogelfokkerij goed wordt georganiseerd het een lang leven is beschoren. Door overproduktie en dalende prijzen van de tradionele landbouwprodukten, zullen volgens Van der Horst steeds meer boeren zich in de toekomst gedwongen worden hun huidige bedrijfsactiviteiten in te krimpen. “De struisvogelfokkerij, nog in het geheel niet aan regelgeving gebonden, kan dan een uitstekend alternatief zijn.”